Francis A. Schaeffer 1912 - 1984
1984-06-08
"Ook al belijd ik met luider stem en erken in ten stelligste ieder deel van de waarheid van God, behalve nu juist dat kleine onderdeel dat de wereld en de duivel op dat moment aanvallen, dan belijd ik Ohristus niet, hoe luidruchtig ik Christus ook verkondig. Waar de strijd woedt, is de solidariteit en de trouw van een strijder vereist, en wanneer men op alle fronten strijdt behalve op dit ene, dan komt dit in feite neer op een vlucht en is men onteerd." - Jaargang 28
- nummer 23
Maarten Luther
Als wij dr Schaeffer vandaag herdenken 1) dan is dit citaat van Luther het meest geschikt om zijn persoon te typeren. Het hing aan de houten wand geprikt in het halletje van Chalet les Mélèzes in Huémoz in Zwitserland waar Schaeffer lange jaren woonde en waar talloos velen een abri (= schuilplaats) vonden. Ik heb er zelf vaak naar gekeken als ik daar stond te wachten op maaltijden die in l'Abri nooit op tijd begonnen.
Dan liepen daar tien tot vijftien mensen rond de huiskamer van de Schaeffers, je hielp wat met de tafels klaarzetten of je raakte in gesprek met een meisje, dat uit Budapest was weggevlucht, of een anglicaanse geestelijke op. doorreis. De sfeer was er altijd ongedwongen en hartelijk en er werd over àlles gesproken wat er zich maar in onze samenleving voordeed. Vooral gedurende de soms uren durende maaltijden in de toch betrekkelijk kleine eetkamer van hooguit 4 bij 5 meter van de chalet van de Schaeffers, waar zij sinds 1955 woonden.
Ja, wat was nu typerend voor de persoon van dr Schaeffer, zoals hij zijn loopbaan begon als predikant in een kleine presbyteriaanse gemeente in de V.S. (1938), zoals hij door Europa reisde na de oorlog van 1948-1955 met name als leider van "Children for Christ" en zoals hij tenslotte vanaf 1955-1984 de geestelijke vader werd van het zo ondefiniëerbare l'Abri-werk.
Grote bekendheid heeft hij om al deze aktiviteiten niet gekregen. Die is pas gekomen toen de in l'Abri geboren boeken en films hun uitstraling kregen naar buiten toe en Schaeffer ineens en voor hem zelf totaal onverwachts in het voetlicht van de publiciteit kwam. Van 1975-1984. Er zijn zoveel typeringen te geven van Schaeffer! Evangelist, zegt Trouw. Zeker dat was hij in hart en nieren.
Cultuurfilosoof zegt de E.O. Zo kan je hem wel noemen met zijn totaalvisie over zo veel gebieden van onze cultuur. Goeroe van nieuw-rechts noemde Newsweek hem meer smadelijk maar als daarin iets meeklinkt van 'nouvelle-droit' van de franse nieuwe filosofen dan mag het van mij. Voorvechter van christelijk onderwijs, strijder tegen abortus ...
Zo kan ik doorgaan, maar al deze typeringen reiken bij lange na niet toe.
Voor hen die Schaeffer gekend hebben zal hij wel het meest geliefd blijven om zijn persoonlijkheid.
Hij kon luisteren en liefhebben.
Hij had de unieke gave om ieder mens die hij ontmoette als mens te ontmoeten. Een gesprek met hem in zijn slaapkamer waar hij tallozen ontving of wandelend over bergwegen rond Huémoz had iets onvergetelijks.
Dat kwam door de persoonlijke diepte die Schaeffer erin bracht en niet te vergeten ook door het gebed. Niemand kon met Schaeffer spreken zonder te bidden. Of je nu atheïst was of ultra-gereformeerd, journalist of predikant, de omgang met Schaeffer werd bepaald door zijn bewogen en luisterend hart en de directheid van zijn gebed. "Het gebed van een rechtvaardige vermag veel, omdat er kracht aan verleend wordt". Dat woord uit het N.T. mag in een terugblik op dr Schaeffers leven niet ontbreken.
Toch begon ik deze herdenking met een citaat van Luther. "Ook al erken ik ten stelligste ieder onderdeel van de waarheid van God behalve nu juist dat kleine onderdeel dat de wereld en de duivel op dat moment aanvallen, dan belijd ik Christus niet, hoe luidruchtig ik hem ook verkondig ... ". In die woorden ligt aangeduid wat de kern is geweest van Schaeffers persoonlijkheid: belijder van Christus op het punt waar Christus beleden moest worden. Betrokken op onze tijd, niet in een tijdloos gewauwel maar met woorden als prikkelen. Zo noemt de Prediker de woorden van de wijze (12 : 11). Bij Schaeffer behoort daar zeker bij: met de inzet van zijn leven. Dat heeft op mij toch wel heel diepe indruk gemaakt. Marx heeft eens gezegd: de filosofen zijn tot nu toe alleen maar bezig geweest de wereld anders te interpreteren, het komt er van nu af aan op aan om ze te veranderen. Zoiets heb ik altijd in Schaeffer gevoeld. De gereformeerde leer had mij voldoende geleerd hoe verloren de wereld is zonder Christus, in Schaeffer ontmoette ik een mens die zijn leven op het spel zette om die wereld dan ook van nu af aan te veranderen.
1. Dit heeft alles te maken met zijn boek "Leven door de Geest". Net als Luther was Schaeffer een verwoed bestrijder van ieder wetticisme en activisme. "The Lords work"
kan alleen gedaan worden "in the Lords way", d.i. in een actieve passiviteit. Niet triomfantelijk strijdend met een geheven bazuin maar in de toewijding "moment by moment" aan Christus die in ons zijn vruchten kan en wil en zal voortbregen. In de statuten van l'Abri staat een heel veelzeggend zinnetje: het wordt in l'Abri als groot verschil gezien of wij spreken over mensen die
Christus' kerk bouwen of over Christus die Zijn Kerk bouwt door mensen.
Voor Nederland en vooral voor Kerkelijk Nederland is dit het eerste waar ik als het om Schaeffer gaat over zou willen spreken.
Christus belijden op het punt waar Hij beleden moet worden in de Nederlands gereformeerde wereld betekent: het de vinger leggen bij verstarring en dode orthodoxie, die wel de waarheid kent maar er niet meer om huilt of lacht, die zich isoleert van een verloren wereld, zonder de handen eraan vuil te maken, die méér door tradities en overleveringen der vaderen beheerst wordt dan door de levende Heer.
2. Hieraan verbonden is Schaeffers betrokkenheid op de na-oorlogse Westerse samenleving.
Christus belijden in Parijs in 1968 betekende voor Schaeffer: zich één weten met de mens die leeft zonder hoop. Op dezelfde wijze waarop Paulus erover spreekt in 1 Corinthe 9 : 21 "hun die zonder wet zijn ben ik geworden als zonder wet... hoewel persoonlijk niet zonder wet (want ik sta onder de wet van Christus) om hen, die zonder wet zijn te winnen. Uit deze diepe verbondenheid is het boek 'de God, die leeft' geboren.
Bij theologen kan je genoeg verhandelingen vinden over de God-is-dood-theologie, in Schaeffers spreken klonk iets door dat dieper reikte. Hij was om met het N.T. te spreken (Judas: 22) barmhartig jegens velen die twijfelden en redde hen door hen uit het vuur te rukken. Hoe? Dat deed hij door allen die in dit levensgevoel vast zaten een stapje verder te duwen in de richting die zij zelf bewust of onbewust waren opgegaan. In feite ligt hier de kiem van Schaeffers spontaan gevonden en niet wetenschappelijk gefundeerde maar wel hoogst originele aanpak: De mensen een stapje verder dringen in de konsekwenties van hun zelfgekozen weg. Daarvoor moet je je in liefde met een ander vereenzelvigen en ook veel moed hebben.
Schaeffer heeft velen de ogen ervoor geopend dat zij leefden "beyond the line of despair" . Deze voor Schaeffer zo klassieke uitdrukking "beneden de lijn van de wanhoop"
werd gedragen door een totaalvisie op heel onze westerse cultuur die Schaeffer ons voordroeg als de apostel Paulus in Phil. 3 : 18 zegt "al wenende". "It is cold out side there" is een andere uitspraak van hem.
Zelf van nature een melancholisch mens "I am a profound worrier" had hij vrede alleen in het "van moment tot moment" omgaan met God. Dat "moment by moment" is opnieuw een kenmerkend woord van Schaeffer waarmee hij aansloot op de behoefte van het existentialistische levensklimaat van de 50-er en 60-er jaren. Hier en nu moet het gebeuren - in mijn zelfgekozen daad van zingeving, dàt nam Schaeffer over als structuur voor zijn eigen christen-zijn. Hier en nu zal het gebeuren in mijn daad van overgave aan Christus die dan ook laat zien dat Hij de zingever is van mijn leven.
Christus belijden in de 20e eeuw betekent: blikken in de bodemloze put van het nihilisme en zeggen: "en toch"! Schaeffer heeft de áánwezigheid van God voorgeleefd in een wereld waarin Hij als de Afwezige werd verworpen. Dat kan niet zonder op de samenleving en haar noden betrokken te zijn.
Geen enkel probleem in onze maatschappij bleef onbesproken in l'Abri en geen terrein van de cultuur onberoerd, want Christus heeft zeggenschap over héél het leven.
3. Dit leidt mij tenslotte in de derde en laatste plaats naar Schaeffers "finale". Vanaf ± 1975 tot zijn sterven in 1984 heeft Schaeffer zich met de inzet van zijn gehele persoon geworpen op de actuele politiek en maatschapplijke problemen van deze tijd.
Hij was intussen door zijn boeken bekend geworden. Vooral in Amerika. In Nederland zond de E.O. de televisie-serie uit onder de titel "Hoe zouden wij dan leven".
Deze film is kenmerkend voor Schaeffers benadering: achter de voorgrondsverschijnselen voltrekken zich diepere veranderingen.
"Deze veranderingen zijn zó ingrijpend, dat telkens als ik erop stuit me hetzelfde beeld in gedachten komt, het beeld van de aarde die diep onder de oppervlakte in beweging is en het landschap zo vervormt dat het zijn aangename vertrouwdheid verliest. Volgens de geologische theorie van de platentectoniek steunt het aardoppervlak op reusachtige "platen" die het vastheid en stevigheid geven.
Soms veranderen deze reusachtige geologische formaties van plaats en schuiven onder het oppervlak tegen elkaar. Deze bewegingen zijn misschien gering, maar langs de breuklijnen veroorzaken zij vulkaanuitbarstingen en aardbevingen."
Deze woorden van een socioloog Daniël Yankelovich omschrijven wat Schaeffer waarnam: een cultuur die van zijn fundament afschoof. Onze westerse beschaving is gebouwd op de grondwaarheden van het christendom, Schaeffer laat zien hoe de opbloei van wetenschap en techniek, de politieke vrijheden van de westerse volken, de kunstuitingen en persoonlijke levensinstellingen en haar rangordening van waarden ondenkbaar zijn zonder de invloed van het Evangelie, dat ons bevrijdde uit de doem van het heidendom. Wat .gebeurt er echter vandaag onder onze eigen ogen? Het humanisme neemt de plaats in van het christendom.
Met humanisme heeft Schaeffer niet bedoeld een bepaalde organisatie of groep mensen, neen hij duidde ermee aan die levenshouding die de mens in het middelpunt stelt en tot maatstaf van alle dingen maakt.
Dat is het wat wij rondom ons waarnemen.
Het humanisme kan echter geen goede basis vormen voor een samenleving. Het heeft een totaal ander werkelijkheidsbesef, nl. dat van een "toevallige" wereld, het stelt totaal andere waarden, nl. dat van het vrije beslissingsrecht en momentele geluk van de mens, en "last but not least" het is niet in staat echte zin te geven aan een menselijk bestaan dat eindigt in de dood.
Schaeffer heeft zijn laatste jaren ingezet om publiek en politiek, actueel en bewogen dit humanisme te bestrijden. Hij deed dit met de visie van Abraham Kuyper. In de Verenigde Staten heeft hij velen de ogen geopend voor wat er eigenlijk aan de hand is in onze cultuur en gemotiveerd om uit die ban van de persoonlijke vroomheid weg te breken in culturele en politieke betrokkenheid.
Christus belijden in 1980 betekende voor Schaeffer: het humanisme in zijn eigen hart en in de samenleving bestrijden. Zoals het doorbreekt in de consumptie-mentaliteit waarvoor zelfs de aarde geplunderd moet worden, zoals het uitbrak in de toenemende abortus-praktijk, en zichtbaar wordt in de ontkerstening van school en samenleving.
Op dit laatste punt gelijkt Schaeffer meer op Groen van Prinsterer dan op Kuyper. Deze streed in de 19e eeuw in Nederland voor de instandhouding van het christelijk karakter van school, straat en maatschappij. Dat is het waarvoor Schaeffer zich de laatste tien jaar van zijn leven in Amerika heeft ingespannen.
Hij hield van Europa uit de vijftiger en zestiger jaren - met zijn zwarte existentialisme en studentenrevoluties - maar de apathische tijd daarna van de grote matheid en de ik-cultuur verafschuwde hij zo dat hij zich er niet mee kon en wilde vereenzelvigen.
Zijn blik trok weer terug naar Amerika waar hij aansloot bij een geestelijke opwekking uit de zestiger en zeventiger jaren en waar hij zich als een leeuw in het strijdtoneel wierp - tegen de afbreuk van het christelijk karakter van Amerika als "people under God". Precies zoals Groen van Prinsterer streed tegen de revolutie en voor het Evangelie. Zo heeft Schaeffer gestreden voor 'public prayer" op de scholen en tegen abortus - en dieper dan dat: tégen het terreinwinnende "humanisme". Dat blijkt vooral in zijn boekje "Christian Manifesto". Voor Europeanen is dat 'n politiek rechtse opstelling.
Toch was het Schaeffer geweest die vèr voor de zeventiger jaren al schreef over milieuhygiëne en de dood van de mens.
Schaeffers afwijzing van de vredesbeweging is alleen te begrijpen voor wie geproefd heeft hoe diep de vredesbeweging door de geest van het humanisme beïnvloed is. Het communisme zag Schaeffer als de manifestatie van een humanisme dat ook in 6nze landen onderhuids doorwerkt.
Slotsom: nog lang zou ik door kunnen gaan met het bespreken van Schaeffers werk.
Zijn samenwerking met Rookmaaker en visie op de kunst, zijn teleurstelling uitgedrukt in zijn laatste boek "The Great Evangelical disaster", maar het voert te ver. Zijn erfenis blijft. Wij zullen er nog veel uit putten.
Ik begon met 'n citaat van Luther. Op de dag van Schaeffers overlijden las ik in een boek van W. Aalders "Theocratie of ideologie", een citaat van Groen van Prinsterer (blz. 25) "De belijdenis waartoe men wordt geroepen staat telkens met de aard der tijden in verband.
Het belijden waarin de kracht van het christelijk geloof zich openbaart, ligt niet altijd in het getrouwelijk opzeggen van al de artikelen van het geloof; niet altijd in een onvoorwaardelijk onderschrijven van de symbolische Schrift (= de belijdenis); zelfs niet in een prediking waarin geen enkel woord aangetroffen wordt, dat de meest rechtzinnige Keurmeester ergeren zou. Het belijden is het uitkomen voor de waarheid op het punt waar de verdediging bezwaarlijk is, waar het belijden met lijden vergezeld is.
Gelijk de aanval het kritieke punt aanwijst, zo volgt uit de aard van de verloochening de aard der belijdenis, welke in ieders tijdgewricht de gelovigen past. Daarvoor is moed nodig. Zoudt gij de onversaagdheid roemen van die Wachter die overal bij de hand is, behalve waar de vijand zich bevindt?" (Het Ned. Zendingsgenootschap, p. 139, 140).
In dit citaat van Groen van Prinsterer wordt gezinspeeld op Ezechiël 33 waar gesproken wordt over de wachter en diens taak op de muren van Sion. Aan dat hoofdstuk heeft Schaeffer de titel ontleent van zijn bekendste boek en film "Hoe zouden wij dan leven?".
De wachter wordt opgeroepen te spreken om Sion te waarschuwen en de goddeloze op te roepen zich te bekeren van zijn wegen.
Zo'n wachter op Sions muren hebben wij in ons midden gehad. Wij danken God er voor en hopen in zijn voetspoor voort te gaan.
1) Dit artikel is een herdenkingstoespraak uitgesproken op 2 juni '84 bij de inbezitname van het nieuwe l'Abri-huis in Utrecht.