Dr O. Noordmans over de vrijmaking

1985-04-19
  • Jaargang 29
  • nummer 16
In deze dagen, waarin wij ons opmaken om te gedenken, dat veertig jaar geleden de bevrijding plaats vond) dringt zich ook de herinnering aan op een ander feit) dat veertig jaar geleden plaats greep nl. de scheuring in de gereformeerde kerken) die bekend zou worden onder de naam van de vrijmaking. Het blijft een aangrijpende en raadselachtige zaak, dat juist in het donkerste oorlogsjaar de spanningen binnen de gereformeerde kerken zo hoog opliepen, dat ze via de tuchtmaatregelen, op prof. dr K. Schilder en vele andere ambtsdragers toegepast, op een schisma uitliepen. De beide partijen bestreden elkaar vooral in die eerste jaren scherp en heftig. Toch ontbrak het ook niet aan uitingen, publiek en privé, van mensen die ervan overtuigd waren dat men in dit schisma niet kon en mocht berusten ze waren binnen de strijdende partijen maar ook daarbuiten te vinden. Tot laatstgenoemde categorie behoorde de vermaarde hervormde theoloog dr O. Noordmans. Hoe intens Noordmans zich bij het dramatische gebeuren betrokken wist en hoe hij daarover oordeelde, blijkt uit een brief van hem die hij schreef aan mijn vader, C. Veenhof.

De achtergrond van die brief was een ontmoeting op een congres van de Calvinistische Studenten Beweging. De CSB-congressen waren toen boeiende en drukbezochte ontmoetingsplaatsen van de verschillende richtingen in het gereformeerd protestantisme. Op het congres van 1947 kwam het thema “de kerk” aan de orde, dat door diverse sprekers werd belicht. Mijn vader sprak als woordvoerder van de vrijgemaakten. Het jaar daarvoor was hij professor geworden aan de vrijgemaakte Theologische Hogeschool in Kampen; toen en later heeft hij wat men noemde de “zaaksgerechtigheid” van de vrijmaking onvermoeibaar bepleit. Maar toch liet hij andere christenen en kerkgemeenschappen innerlijk nooit los en als hij over de kerk sprak, wist hij partijdigheid te vermijden en zette hij de zaken in een breed perspectief.
Op de bewuste middag van de 4e september, waarop – onder andere – mijn vader zijn referaat hield, was Noordmans als gast aanwezig. Op 7 september schreef hij mijn vader het volgende: “De indrukken, die ik verleden week Donderdag bij de discussies over uw referaat over “De Kerk” ontving, willen mij nog niet loslaten. Van beide zijden werd daar zoo waardig, met zooveel beheersing en met zooveel goeden wil gesproken,dat ik diep onder beslag kwam van het tragische van deze scheiding. Als buitenstaander – wat iemand als Nederlands Hervormde toch ook weer slechts ten deele is – leek mij en lijkt mij dit uiteengaan zoo onnodig, zoo jammer, zoozeer het gevolg van fatale misverstanden, dat ik er bijna geen woorden voor heb.
Ik bedoel niet dat er geen verschilpunten zijn. Die heb ik van jongs af waargenomen in deze beide kringen. Ik ben opgegroeid bij “De Heraut”en eb nog een correspondentie van mijn vader met Kuyper over den Doop uit de 80-iger jaren. Maar dat hierover een kerksplitsing moest ontstaan, lijkt mij zoo’n raadselachtig iets, dat ik moeite heb het als een feit te aanvaarden. U is bij Uw discussie minder formeel gebleven dan uw opponenten. Dit vond ik een voordeel aan Uw kant. U zei sommige zeer sympathieke en behartenswaardige dingen, die ook voor Hervormden actueel zijn”. Noordmans verwijst dan kort naar enkele punten uit het bewuste referaat, waarvan de tekst niet voorhanden is (mijn vader sprak doorgaans van aantekeningen). Noordmans noemt als zodanig, dat er “trappen” zijn in de leer, dat “meerdere” kerkelijke vergaderingen gereserveerd moeten zijn met tuchtoefening, die in eerste instantie een zaak van mindere vergaderingen is, dat onderscheid te maken tussen de leer en de regering van Christus. Ook was hij getroffen door de opmerking: "Men moet zijn kerkelijke dienst vervullen en daarmee zijn wij eigenlijk klaar". Hij vervolgt dan: "U liet daarmee toonen hooren, waarnaar ik zeer geboeid geluisterd heb en die niet alleen voor Uw kring en voor de thans verdeelde gescheiden kerken van belang zijn, maar ook voor de Hervormde Kerk en voor de heele Christenheid. Juist daarom vind ik het zoo doodjammer, zoo fataal, zoo onbegrijpelijk, dat uw menschen - en nu bedoel ik ook degenen die momenteel. Uw synodalen heeten - daarmee tegen elkaar oploopen en gevaar gaan loopen tot verenging des levens en der aandacht te komen. Dat moet niet en dat mag niet. Dat moet voorkomen worden en voorzoover het een feit is, moet het ongedaan gemaakt worden. En niet alleen ongedaan. Het moet meer dan ongedaan gemaakt worden. Er moet winst uit gepuurd worden. Op korten termijn moeten de beginselen, die U inde discussie naar voren bracht, voor de heele Nederlandsche Gereformeerde gezindheid vruchtbaar worden gemaakt.
- Uw conflict lijkt op Rusland-Amerika. Een fatale onafwendbaarheid. Hier moet door Gods hand ingegrepen worden. Wij mogen tot het bittere einde niet doorgaan. zou ik Uw referaat met discussie eens mogen lezen? En ziet U zelf een weg? Gaarne Uw antwoord tegemoet ziende, met de meeste hoogachting", w.g, O. Noordmans.

Dit getuigenis van Noordmans maakt je stil. Het dringt tot zelfinkeer en hernieuwde bezinning - beide m.i, fundamenteel voor een zinvolle herdenking van wat geschied is, d.w.z. een herdenking die óók vruchtbaar kan worden voor de weg, die wij nu en straks hebben te gaan...

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief