Wat is kunst voor een Christen? (2) slot
1984-06-01
We krijgen in deze tijd niet alleen te maken met de meest banale en vulgaire uitingsvormen in de kunst maar zijn vaak niet eens op de hoogte wat de geestelijke achtergrond is van waaruit bekende kunstenaars werkten.- Jaargang 28
- nummer 22
We praten soms gewoon de wereld na als het gaat om beroemdheden. Om een paar voorbeelden te noemen: Picasso noemde perspectief een ziekte van het oog. Hij kon zich met de gegeven scheppingsorde niet verenigen.
Mondriaan, van christelijke huize, geloofde later in de reïncarnatie en uiteindelijk in de totale overbodigheid van kunst. Gauguin zocht het paradijs op aarde en ergerde zich zelfs aan het feit, dat er niet méér kleuren bestonden. Hij stierf aan syfilis op een tropisch eiland.
Van Gogh presenteerde zich als een soort profeet, maar we weten zijn dramatisch einde. Moeten we deze mensen nu bewonderen? Waren zij onze cultuurbouwers? Grote invloed hebben ze wel gehad, maar positief?
Iedereen moet nu zelf maar uitmaken wat kunst is, hoor je vaak beweren en zo is de chaos compleet.
Meent U echter niet dat de uitdrukking: "Ik moet kunnen zien wat het is" de maatstaf kan zijn.
Bij Jeroen Bosch kon men dat, maar hij was banaal, griezelig en absurd in zijn schilderijen en vandaag staat hij weer erg in de belangstelling bij sommige kunstenaars.
Absurde schilderijen verknoeien het voor een goed realisme en een eerlijk abstraherend experiment om opbouwend bezig te zijn zoals dat ook met andere kunstvormen het geval is. Jeroen Bosch interesseerde zich voor alles wat mystiek, occult en religieus was. Maar religieuze interesse is dus iets anders dan de wil om de Here te dienen. Het goede niet te na gesproken is in deze tijd van verwildering toch wel sprake.
Is er nog een weg terug?
Prof. Rookmaaker spoorde christen-kunstenaars aan dóór te gaan ook als ze weinig of geen weerklank vonden. Merkwaardigerwijze maken diverse kunstenaars van christelijke huize weer zeer fraai werk. Ik zou het echter jammer vinden als christenen, die abstract gaan schilderen of experimenteren, realisten zouden verguizen. Wil men echter meer begrijpen van beeldende kunst, dus schilderijen, plastieken e.d. dan moet men niet menen daar inzicht in te krijgen door er alleen maar over te lezen. Men moet kijken en leren kijken. Niet elk experiment als modern en dus slecht afwijzen.
Uit beeldende vormen van realistische motieven is de letter ontwikkeld. Ook al leerde ieder kind op school volgens de zelfde wetmatigheid schrijven, toch krijgt ieder handschrift op latere leeftijd een eigen karakter. Handschriftkunde is niet iets mystieks. Als voorbeeld het volgende: Iemand heeft een handschrift met lange lussen naar boven of respectievelijk naar beneden. Die persoon zou dan optimistisch respectievelijk wat pessimistisch van aard kunnen zijn. Iemand schrijft met in de woorden grafische onderbrekingen zou wel eens iemand kunnen zijn die ook met onderbrekingen zijn werk verricht. Voor sommige beroepen denk ik, een zeer wenselijke eigenschap. Iemand vergeet steeds de puntjes op de "i" te plaatsen, dat zou letterlijk ook wel eens zo kunnen zijn. Zo zijn er, wat het handschrift betreft, nog vele voorbeelden te noemen.
Nu bedoel ik met voorgaand voorbeeld niet, dat U iemands persoonlijkheid via zijn kunstwerk zou moeten ontleden. Ik wil hiermee aanduiden, dat in veel zaken een bepaalde logica aanwezig is. De beeldtaal van een bepaalde kunstenaar kunt U met dezelfde logica tegemoet treden. Te spoedig is
men geneigd te zeggen: “Ik heb geen verstand van kunst". Maar als men zijn gevoel en verstand samen laat werken en zich enige moeite getroost, zal het kijken naar kunst toch beter gaan dan men dacht.
In vroegere tijden lag de zaak minder gecompliceerd. Een schilderij maken was een vak, dat men van zijn meester leerde en later kwam er vanzelf iets persoonlijks in. De problematiek voor de hedendaagse schilder om te kunnen leven van zijn werk is mogelijk groter dan vroeger.
Maakt hij zijn werk op dezelfde nauwgezette wijze, dan wordt het vrijwel onbetaalbaar.
Het is ook niet nodig want een vlottere en meer spontane wijze van werken kan zelfs interessanter zijn. Denkt U maar aan de oude Japanse kunst. Ook worden veel meer stijlen als kunst geaccepteerd dan vroeger. Overigens wordt het kijken naar goede kunst soms ook boeiender. Maar velen kunnen beoordelen wat mooi is. De één houdt van strakke lijn en de ander van gebogen. Een werkstuk kan somber van kleur zijn, fel van kleur, of kleuren hebben, die zacht op elkaar zijn afgestemd. Een voorstelling kan zeer boeiend zijn maar een schilderij kan ook boeiend van compositie, kleur en lijnenspel zijn zonder dat het iets voorstelt.De één houdt van een groot bewerkt oppervlak en de ander van klein minutieus werk. Uiteraard zegt het werk veel van de maker.
Men kan vaak niet "a la minute" weten of men iets mooi vind op langere termijn en daarom nemen geïnteresseerden een kunstwerk vaak eerst ter observatie een poosje in hun interieur op.
Tot slot wil ik nog opmerken, dat naar mijn gevoel de realiteit van de gegeven werkelijkheid allerlei eigenschappen in zich herbergt, die in wezen en van oorsprong goed zijn. De realiteit heeft op een natuurlijke wijze veel van de hierboven genoemde eigenschappen en is dus eigenlijk onuitputtelijk. Iedere kunstenaar zal die werkelijkheid so wie zo al anders interpreteren.
Het is dus steeds de vraag: "Wat doen we er mee."
Een beeldhouwster verzekerde mij eens, zonder dat ze direct van een christelijk standpunt uitging, dat de werkelijkheid en de natuur voor haar zo onuitputtelijk veel inspiratie opleverde, dat ze beslist niet abstract zou kunnen en willen werken. Verder wil ik echter niets verabsoluteren want dat maakt het voor de geïnteresseerde beschouwer alleen maar minder interessant.
Want ook in abstracte kunst kan een goede kleurenharmonie en compositie heel interessant zijn.
We zullen echter bereid moeten zijn onze goede smaak te laten werken en eventueel tegen de stroom op moeten roeien en ons niet als dode vissen met de stroom mee mogen laten drijven.
De gnostiek (mensen, die beweren kennis te hebben van het hogere) heeft in de hedendaagse kunst stevige voet aan wal gezet. Ze geven het doorsnee publiek graag het gevoel, dat ze dom en ondeskundig zijn en laten velen in de kou staan. De norm ligt dan bij het individu zelf en het is kunst omdat zij het zeggen. Een christen hoeft en mag zich niet op deze wijze laten vernederen. Overigens zomaar even spreken van christelijke kunst vind ik erg gevaarlijk.
Een niet-christen kan ook mooie dingen maken. Een christen zal zich echter op een geheel andere wijze verantwoordelijk voelen voor hetgeen hij maakt.
Prof. Rookmaaker zei eens: "als iemand zich bekeert van het een of ander, dan zal dat zelfs in zijn werk tot uitdrukking kunnen komen." Ook dat is toch een gezonde en logische uitspraak?
Modern
Het begrip modern is zeer relatief.
Christen zijn is echter altijd modern, maar in andere zin dan de betekenis, die de wereld er aan geeft.
Overigens spreekt men reeds weer van postmoderne kunst.
Achterhaald modern dus. Er zijn bouwwerken ontstaan waaraan men niet goed meer kon zien of de funktie een kerkgebouw, sporthal of kantoorgebouw betrof. Héle stadswijken zijn gebouwd met de bedoeling en de illusie het gedrag van de mensen die er woonden ten goede te beïnvloeden maar moesten later door de geweldige criminaliteit, die er uitbrak,' weer met de grond gelijk gemaakt worden.
Waar mensen hun werk verabsoluteren of er te veel van verwachten betreden ze de weg van de hoogmoed en falen dàn kennelijk het meest. Ik las in het schoolboek van Nobert Lynton "De moderne wereld" genoemd: "Nieuw zijn is de eis van deze tijd. Niet alleen is het gemakkelijker nieuw dan goed te zijn; het is ook gemakkelijker door het nieuwe gegrepen te worden dan door het goede." Gelukkig voor christenen, dat ze mogen geloven dat God zelf alle dingen eens nieuw en goed tegelijk zal maken. Toch mogen we de handen niet in de schoot leggen. We mogen niet de houding aannemen van kunstenaars, die door neurotische frustraties zich isoleren en het publiek de rug toe keren. Er zijn veel niet-christen kunstenaars die rustig doorgaan en proberen nieuwe goede ontwikkelingen tot stand te brengen.
Waarom zouden christenen dat dan niet doen?
Er is iets wat veel mensen echter niet begrijpen. Figuratief realisme, dus het schilderen naar de werkelijkheid geeft niet zonder meer een afbeelding van de werkelijkheid, dus zakelijk zonder persoonlijke interpretatie.
Tien realisten zullen het zelfde onderwerp op tien verschillende manieren uitbeelden. Wat de schilder in wezen doet is hetzelfde als wat een dichter doet als hij iets poëtisch of dichterlijk omschrijft. Hij legt de nadruk op het ene en laat desgewenst het andere achterwege of geeft slechts een klein deel van de werkelijkheid. Het is nooit een fotografische weergave. Bepaalde fotografie kan wel een kunst op zichzelf zijn. De kunstenaar zoekt naar accenten en een harmonisch kleurengamma, die op dat moment mogelijk sterk afwijkt van het gegevene. De compositie moet aangenaam zijn maar behoeft niet volgens een vaste regel. De jeugd heeft misschien als reaktie op het vele, dat op ons allen al zeer lang afkwam méér behoefte aan echt goed realisme op alle levens terreinen dan wij denken. Want in veel opzichten lijkt onze maatschappij op drijfzand waar men in wegzakt.
De communicatie is vaak verstoord. Er is echter ook een abstract lijkende kunst afgeleid van de natuur en goed van kleur en compositie, die minder gevaarlijk is (zelfs misschien zeer goed) maar beter dan de choquerende dingen die wij soms maar op ons af laten komen in muziek, lektuur, posters, films etc. We moeten voorzichtig zijn met een te spoedig oordeel en te snelle conclusie. Het oordeel zou op ons zelf van toepassing kunnen zijn want kunst is in veel opzichten een spiegel van zijn tijd.
Conclusie
De christelijke cultuur heeft door de revolutionaire ontwikkelingen, waarbij filosofen, wetenschappers en kunstenaars hand in hand samenwerkten reeds veel schade geleden. Want wie zijn eigenlijk "De groten van alle tijden"?; zoals er stond boven een boek van Leonardo da Vinci.
Salomo wordt in die rij niet genoemd. We mogen ons werk als christenen met blijdschap uitvoeren en weten, dat de eer uiteindelijk aan de Here toekomt. We kunnen ons wel eens afvragen of de techniek de mens niet steeds meer in z'n macht heeft en het gevoel wordt afgestompt.
De techniek kan, als wij ons er door laten beheersen, opjagen en onrustig maken, zodat we geen oog of tijd meer voor onze medemens over hebben. Hopelijk vergis ik mij. De techniek is een onderdeel van het kunnen van de mensheid, dus van de cultuur in brede zin, maar de vraag is of de mensen de gevolgen wel in de hand houden. We hoeven er ook als christenen niet afwijzend tegenover staan maar mogen ons wel afvragen, hoever kunnen we gaan?
Kunst en het kunnen van de mens is voor de christen, datgene waarin hij zich onderscheidt van alle andere schepselen maar... wat deden en doen we er mee? Zijn we wel modern in bijbelse zin of vallen we terug in het heidendom waarvan we verlost zijn? Laten we hopen, dat de Here ons genadig wil zijn en aan zijn Verbond in Jezus Christus wil denken, ons ten leven.
Wijsheid om te onderscheiden wil Hij ons op ons gebed geven.
Laten we ons gevoelsleven als één van de meest elementaire scheppingen, die God in onze harten legde niet verwaarlozen of beschadigen, want daardoor kunnen wij God en onze naaste liefhebben.