Karakteristieken van de Pinksterkerk

1984-06-15
  • Jaargang 28
  • nummer 24
Zij bleven volharden
In het leven van de kerk door de eeuwen heen, zijn, net als bij het leven van een mens, de jaren door) drie fasen te onderscheiden - die van de jeugd, die van de volwassenheid, en die van de ouderdom. En net als een mens op leeftijd met een zeker heimwee kan terugkijken naar het verleden van zijn jonge jaren, zo kan ook de kerk op leeftijd met heimwee en bewondering terugkijken naar die eerste Pinksterkerk, waar het vervuld zijn met de Heilige Geest zo nadrukkelijk op de voorgrond trad, en juist daarvan vinden velen vandaag, dat dat hèt kenmerk van de pinksterkerk genoemd moet worden, en in zekere zin is dat ook wel terecht, want zonder de Heilige Geest is er eigenlijk helemaal geen gemeente van Christus.

In Hand. 2 : 42 worden dan een aantal karakteristieken van die gemeente van Christus genoemd, kenmerken, waarvan allereerst gezegd moet worden dat ze het resultaat zijn van het vervuld zijn met de Heilige Geest. Het gaat daarbij om blijvende kenmerken, die we als karakteristiek van heel de gemeente van Christus in alle tijden mogen zien: door de Geest is de gemeente van Christus in staat bij een aantal dingen te volharden.

. . . bij het onderwijs der apostelen
In de eerste plaats was er toen en hoort er te zijn nu, in de gemeente van Christus een band aan het Woord. In Hand. 2 : 42 wordt dat omschreven als "het onderwijs der apostelen" en we mogen daarbij dan denken aan de "preken" van de apostelen. In het begin van hoofdstuk 2 lezen we zo'n preek, de "pinksterpreek" van Petrus, waarin het niet alleen gaat over onderwijs aangaande levenswandel, maar waarin ook echt iets geleerd wordt, een "leer-dienst-preek": het onderwijs van de apostelen bestond niet uit alleen maar gemoedelijke toespraakjes, niet alleen maar "melk-spijs", maar ook en vooral "leer-stof", "vaste spijs" dus.
Ze grepen terug naar het Oude Testament, verklaarden dat, lieten zien hoe dit alles in Christus vervuld was, ze legden zo de grond voor een degelijke geloofsleer en sloten daarbij aan bij het onderwijs van Jezus en werden daarbij geleid door de Heilige Geest, zoals Jezus zelf dat blijkens Joh. 14 : 26 beloofd had.
Maar dit onderwijs van de apostelen was nooit een dor-dogmatisch stelsel, want de inhoud van heel hun verkondiging was de levende Christus. En waar dat zo is, is de prediking warm, bezield, vermanend, uitnodigend tot geloof en bekering, waaruit op hun .beurt dan weer daden van geloof voortvloeien, die hun uitdrukking vinden in het onderhouden van Christus' geboden.

... en de gemeenschap
Door die band aan het Woord was er in de jonge 'pinksterkerk' ook een hechte onderlinge band. Door de band van het Woord werden en worden de leden van de gemeente van Christus met elkaar verbonden. Niet onderlinge sympathie, niet gelijkgezindheid ten aanzien van allerlei kerkelijke of maatschappelijke vraagstukken, niet zielsverwantschap was en is het samenbindend element in de gemeente, maar de door de Heilige Geest geschonken liefde, die de gemeente bindt tot de gemeenschap der heiligen. In de jonge kerk in Jeruzalem, zien we dit tot uiting komen in de principiële opheffing van stands- en landsverschillen, want de gemeente bestond uit mensen uit alle rangen en standen en uit verschillende landen: de Heilige Geest bindt samen tot een nieuwe gemeenschap van mensen, heft de spanning tussen individu en gemeenschap op en legt principieel de band voor een waarachtige, onverbreekbare, zuivere gemeenschap, die ver uitgaat boven een of andere volks- of klassengemeenschap.Je zou misschien wel mogen zeggen. dat het zonde tegen de Heilige Geest is om die gemeenschap aan te randen of zelfs te verbreken, de zonde b.v. van kerkscheuring.
Alles moet gedaan worden om die gemeenschap te beleven en te bevorderen, wat in de Jeruzalemse gemeente gestalte kreeg in het "alles-gemeenschappelijk-hebben", het onderlinge hulpbetoon, de diakonie, de dienst der barmhartigheid.

... het breken van het brood
Ten aanzien van het derde in Hand. 2 : 42 genoemde kenmerk is er verschillend antwoord mogelijk op de vraag of het hier gaat over "gewoon" eten van brood of over het gebruik van het sacrament van het Avondmaal. Omdat we ons in Hand. 2 : 42 bevinden in de kring der gemeente en het bovendien opvalt dat het gaat over het breken van “hèt" brood, in de zin van "dat ene bepaalde brood", is het niet onwaarschijnlijk dat het hier toch wel allereerst om avondmaalsvieringen gaat, die dan al of niet gepaard konden gaan met liefdemaaltijden.
Maar in elk geval ging het om het oefenen van de gemeenschap met de opgestane Heer en met elkaar.
Mogelijk dat dit ons ook iets kan zeggen over de frequentie van onze Avondmaalsvieringen.

... en de gebeden
In het als laatste genoemde kenmerk: het volharden in de gebeden, bereikt het samen zijn van de gemeente zijn hoogtepunt, nl. als zij gemeenschap oefent met God, door haar hoofd, Jezus Christus. Het gebed wordt zo één van de belangrijkste elementen van de eredienst, want over dat gebed gaat het hier: het gemeenschappelijk gebed in de samenkomsten van de gemeente, waarvan Paulus later aan Timotheüs schrijft dat daarin "smekingen, gebeden, voorbeden en dankzeggingen" gedaan moeten worden "voor alle mensen" (1 Tim. 2: 1). Het gebed is een gave van de Geest, maar wij moeten, net als de jonge Jeruzalemse gemeente, daarin volharden.
Zo vinden we in Hand. 2 : 42 eigenlijk alle elementen van de liturgie in de samenkomsten der gemeente: dienst van het Woord, dienst der barmhartigheid, dienst der sacramenten en der gebeden.
Dit zijn kenmerken van de ware pinksterkerk.


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief