Worden als een kind
1985-04-26
Tijdens een vakantie maakten we eens een kerkdienst mee waarin drie bijbelgedeelten werden gelezen, Eerst Zacharia 8 : 1-16 met als kernverzen 4 en 5 waar de profeet zegt dat eens, na de narigheid, 'oude mannen en vrouwen' weer op de pleinen van Jeruzalem zullen zitten, terwijl de pleinen van de stad...ook weer vol (zullen) zijn van jongens en meisjes die op haar pleinen spelen’. Het valt op dat de actieve middengroep van volwassenen (de managers, de ambtsdragers, de werkende vrouwen enz.) hier niet worden genoemd. Hier staan de voor het oog onbelangrijke ouden en jongen in het middelpunt. In Mattheüs 18: 1-6 gaat het over ‘worden als een kind’, waar bij de nadruk valt op het zich gering achten als een kind, het klein willen zijn als een kind teneinde op die manier groot te kunnen zijn in het koninkrijk van God. Tenslotte Mattheüs 19: 13-15. Hier wordt verteld dat Jezus de discipelen bestraft als ze kinderen willen verhinderen bij Hem te komen. Voor die kinderen echter is het koninkrijk! Drie Bijbelgedeelten over kind-zijn. Om over na te denken. Worden als een kind betekent niet dat ouderen hun verstand om non-actief moeten zetten of kinderachtig moeten worden of doen. In 1 Corinthe 13:11 wijst Paulus er op, dat hij nu een man is geworden, het kinderlijke aflegt. Het kinderlijke afleggen is blijkbaar niet in strijd met het worden als een kind. Volwassen worden moet samengaan met kinderlijk vertrouwen. - Jaargang 29
- nummer 17
Eersten en laatsten
Dit alles is belangrijk voor ons houding in de gemeente, trouwens voor ál ons handelen. Wie denkt belangrijk te zijn moet zich maar eens afvragen hoe het zit met het ‘als een kind willen zijn’. Wie meent iets te betekenen doet er goed aan te bedenken dat eersten het laatst kunnen zijn en dat laatsten voorop kunnen gaan. Bij God gaat het allemaal wat anders dim in onze maatschappij. Met dit bekende vermaan van de Heiland over, eersten en laatsten heeft Hij afgerekend met onze hoogmoed én onze gewichtigheid, Het worden als een kind vraagt bescheidenheid. We hoeven in het koninkrijk van God niet te dringen, niet met de ellebogen te werken.
De eersten zijn de laatsten,
wie na komt gaat voorop;
zij moeten zich niet haasten,
die leven van de hoop.
God moge ons behoeden,
wij zien elkander aan,
de broeder kent de broeder
als een die voor moet gaan.
Zo hoog zijn Gods gedachten,
zij gaan de tijden door,
wie voor was blijft ten achter;
wie achterbleet gaat voor.
De eersten zijn de laatsten,
wie nakomt, gaat voorop.
Kiest dan de goede plaatsen
en geeft uw hart aan God.
Lied 482.