Het hoofd der vrouw is de man

1985-05-03
  • Jaargang 29
  • nummer 18
Een modekwestie?
Zwolle. Vlakbij staat de gereformeerde Plantagekerk, waaraan ik na enig zoeken de 'eerste steen' ontdek, die ds W.H. G Gispen den 2 juli 1874 legde. Gispen! - de man die zijn aardige brieven naar zijn (denkbeeldige) Jeruzalemse vriend schreef, de man die het maar 'zonderling' vond toen hij op het christelijk sociaal congres van 1891 ook vrouwen hoorde spreken. Maar ze konden toch, ontdekt hij,voortreffelijk in het openbaar spreken, sober, gekuischt, parlementair...', (J.G.A. Thijs in "Trouw" van 16-2-'85).

Ja ja; in de tijd van de oude Gispen kon je nog eens wat beleven! Maar met zijn oordeel over vrouwen die 'sober, gekuischt, parlementair’ in het openbaar spraken, komen we in de buurt van de vraag, die aan Paulus vanuit Corinthe werd voorgelegd: mogen vrouwen bidden en profeteren met ongedekt hoofd? Ogenschijnlijk een vraag die ons nauwelijks meer kan interesseren: een modekwestie zeggen sommigen. Maar Paulus brengt wel de apostolische traditie in stelling (11 : 2) en daarmee de eenheid der kerk. En voordat hij de gestelde vraag beantwoordt, gaat hij eerst eens praten over de grondverhoudingen in Gods schepping. Kennelijk raakt de vraag toch een fundamentele zaak! En dat terwijl de vraag NIET luidt: mogen vrouwen bidden en profeteren? Dát is blijkbaar geen omstreden zaak.

Ontbreekt er niet iets?
"Ik wil echter, dat gij dit weet: het hoofd van iedere man is Christus, het hoofd der vrouw is de man, en het hoofd van Christus is God".
Misschien valt het u ook op: er lijkt iets te ontbreken. Want, God is het hoofd van Christus: Christus is het hoofd van de man; de man is het hoofd van de vrouw; en de vrouw is...nee, niet het hoofd van wie of wat dan ook. Dat stukje verhouding "de vrouw is hoofd van…" ontbreekt, is er niet. Met de drie, door Paulus aangegeven relaties is de. cirkel gesloten, In een tijd van feminisme en feministische theologie trekt natuurlijk het middelste zinnetje de meeste aandacht: het hoofd der vrouw is de man. In feite is er een groeiend verzet, ook vaak binnen de kerk, tegen Paulus’ overlevering juist op dit punt. En wij dan, zeggen de vrouwen? Ja, als je dat ene zinnetje er uit licht, dan verlies je het zicht op en de samenhang in de orde, die God in zijn schepping eens en vooral heeft aangebracht. Toch is het verzet begrijpelijk door het misbruik, dat de eeuwen door van deze en soortgelijke teksten is gemaakt. Met als resultaat: onderdrukking van de vrouw terwijl toch ook zij een “eigenhandige” schepping van God is. En t.a.v. de man: been van zijn gebeente, vlees van zijn vlees: mannin (Gen. 2: 23). Wat te denken van de man in het Oosten, die, bij het naderen van een mijnenveld, eerst zijn vrouw vooruit stuurt, dan zijn ezel, en die daarna, als alles veilig blijkt, zelf komt?

Rangorde?
Horen we de woorden: de man is het hoofd der vrouw, dan verbinden we dat onwillekeurig met het begrip rangorde. Met meerwaardig en minderwaardig, superieur en…inferieur. Bij het lezen van de Schrift merkt u, dat Paulus en anderen nogal eens verwijzen naar de “orde” in het Koninkrijk Gods. En elke keer opnieuw wordt gezegd: schik je naar die orde. Het “weest elkander onderdanig”(Ef. 5:21) is zo’n verwijzing naar die orde: schik je daarnaar, onderling, over en weer. Maar gaat het dan om een rangorde? Om “wie de meeste is”, het meeste te zeggen heeft? Die vraag lijkt de mens wel ingebakken. De discipelen zelf, ten overstaan van Jezus, waren aan het bekvechten over de vraag wie van hen de meeste was – tot aan de avondmaalstafel toe hadden ze het erover.

Of volgorde?
Maar gaat het in de verhouding die God geschapen 'heeft om een rangorde of om een volgorde?
In 1 Tim. 2 : 13 lezen we: "want eerst is Adam geformeerd, en daarna Eva". En soortgelijk schrijft Paulus in 1 Cor. 11: "Want de man is niet uit de vrouw, maar de vrouw is uit de man. Dé man is immers niet geschapen om de vrouw, maar de vrouw om de man’ (vs. 8, 9).
Er is een vólgorde: Adam is eerst geschapen,. daarna Eva, Dat is plaatsbepalend, en ieder mens, man of vrouw, moet in Gods scheppingsorde zijn of haar eigen plaats kennen, herkennen .en erkennen. Dat heeft niets te maken met meer- of minderwaardigheid, met het de eerste = de meeste zijn. Bijna altijd wordt gesproken en gedacht in termen als: de man mag heersen, de vrouw moet onderworpen zijn. De man is de baas en de vrouw heeftslaafs te doen wat de man zegt.
Maar wie Paulus hoort spreken over de onderlinge verhoudingen, ook tussen God en Christus en tussen Christus en de man, die kan begrijpen, dat de kwestie van heerschappij voeren met alle geweld, "chief" zijn, heer en meester spelen, totaal niet aan de orde is. Ook niet als Paulus schrijft: het hoofd der vrouw is de man. Daarom zullen we een volgende keer moeten stilstaan bij de vraag: Wat bedoelt Paulus hier met het woord "hoofd"?

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief