Brief aan een peetkind
1985-05-03
We weten wel wat van verzetstrijders als ds.Slomp, alias “Frits de Zwerver” van Johannes Post van de Deense dominee Kai Munk van de Duitse theoloog Dietrich Bonhoeffer. De rij zou een stuk langer kunnen worden. In een dik, Duits boek las ik over Alfred Delp; Hij was pater, een man dus die,misschien niet heel dicht bij onze achtergrond heeft gestaan. Maar anderzijds een man die in de brief die ik hieronder vertaal heel wat verwoordt van wat ik meen dat het christelijk getuigenis is, en de hoop, die een gelovige hebben mag} zelfs temidden van haat, fanatisme ,en misdaad. De brief werd geschreven op 23 januari 1945.- Jaargang 29
- nummer 18
Lieve Alfred Sebastian,
Als grote vreugde en bemoediging ontving ik vandaag het bericht van je geboorte. Ik heb je gelijk met mijn gebonden handen een krachtige zegen gezonden en omdat niet weet of ,ik je ooit in dit leven zien zal, wil ik je deze brief schrijven, waarvan ik ook met weet of d ie je ooit bereiken zal. Je hebt een zware tijd uitgekozen om in geboren te worden. Maar dat maakt niets uit. Een goede kerel speelt het in alle omstandigheden wel klaar. Je hebt goede ouders, die je wel zullen leren hoe je de dingenmoet aanpakken en meester worden. En je hebt tweegoede namen ontvangen. Alfred was een koning, die voor zijn volk veel gebeden heeft, hard werkte en veler' hart won. De mensen hebben hem nooit begrepen en hem sterk bevochten.
Later hebben ze erkend wat hij 'voor zijn volk gedaan heeft en hebben ze hem "de Grote" genoemd. Het volk Gods noemde hem echter “de Heilige Alfred" - Sebastian was een dapper officier van de Keizer en de Here God, maar omdat de keizer van God niet wilde, weten, maakte hij in zijn dwaasheid scherpe pijlen van haat en wantrouwen en Het de officier daarmee doorboren, Sebastian kwam nog eenmaal tot bewustzijn, met geschonden lichaam maar met ongebroken geest. Hij hield de keizer zijn dwaasheid voor ...maar dat kan je overal lezen en je ouders zullen je dat allang verteld hebben, lief klein petekind.
Ik wil daar alleen maar aan herinneren dat in je namen een hoge plicht besloten ligt; men moet zijn naam waardig en met ere dragen, moedig en taai en standvastig moet je worden; als, je namen in je leven bewaarheid willen worden..
Ja, mijn lieve jongen, ik zou aan die namen graag nog een last, een erfenis, toevoegen. Je draagt ook mijn naam. En ik zou zo graag willen dat je begrijpt wat ik zou hebben gewenst, als we elkaar in dit leven nooit zullen ontmoeten. Dat was de zin die ik me in mijn Ieven stelde, die aan mijn levengesteld werd: de lofprijzing en aanbidding van God te vermeerderen. Ertoe bij te dragen qat de mensen zouden leven naar Gods ordening en in Gods vrijheid. Dat, ze echt mensen zouden kunnen zijn. Ik wilde helpen en ik wil helpen om een uitweg te vinden in de grote nood waarin, wij mensen terechtgekomen zijn en waarin we het recht verspeeld hebben mensen te zijn. Alleen degene die aanbidt, die liefheeft, die naar Gods inzettingen leeft, is mens, is vrij en in staat te leven. Daarmee heb ik je iets gezegd dat ik je toewens, als inzicht; als opgave en als opdracht.
Lieve Alfred Sebastian, wat moet een mens in zijn leven toch veel tot stand brengen. Vlees en bloed alleen .zullen het niet klaarspelen. aIs ik nu in München zou zijn, zou ik je een dezer dagen gedoopt hebben. Ik zou je deelgenoot maken van de goddelijke waarde, waartoe we, geroepen zijn. Als de liefde Gods eenmaal in ons is, verandert ze ons. Vanaf dat moment zijn we mensen die iets extra's hebbende kracht van God staat ons ter beschikking. God zelf leidt ons leven met ons mee, dat moet zo blijven en steeds meer worden, kind. Daarvan hangt het ook af of een mens uiteindelijke waarde heeft of niet. En hij zal een waardevol mens worden. Ik leef hier op een zeer hoge berg, lieve Sebastian. Wat men zo vaak “leven” noemt, ligt ver beneden me, in een duisternis zonder contouren en vol verwarring. Hierboven komen de menselijke en goddelijke eenzaamheid vaak in ernstig gesprek met elkaar. Je moet sterke ogen hebben, anders kan je het licht niet verdragen. Je moet goede longen hebben, anders raak je je adem kwijt. Men moet geen last hebben van hoogtevrees, je op deze eenzame hoogte staande kunnen houden, anders stort je naar beneden en val je ten prooi aan kleinheid en geniepigheid. Dat zijn mijn wensen voor je leven, Alfred Sebastian: ogen die licht kunnen verdragen, goede longen en het vermogen de vrijheid en de hoogte te zoeken en je er staande te houden. Dat wens ik niet alleen aan je lichaam toe en aan je uiterlijke ontwikkelingen of je levensomstandigheden. Veel meer nog wens ik het je toe aan je innerlijk, dat jij je leven als mens met God zal leiden, als mens in aanbidding, in liefde, in vrijheid en dienst.
Moge de Almachtige God, de Vader, de Zoon en de Heilige Geest je zegenen en verder leiden.
Je peetoom Alfred Delp
Ik heb dit met geketende handen geschreven. Deze geketende handen laat; ik je niet na, maar de vrijheid die boeien draagt en daarin toch zichzelf trouw blijft, zij je geschonken als schoon, teer en kostbaar geschenk.
P.S. Anderhalve week na het schrijven van deze brief werd Alfred Delp vermoord. Dat gebeurde in de strafgevangenis van Berlijn-Plötzensee. Hij werd 37 jaar.