Het Liedboek

1985-05-17
  • Jaargang 29
  • nummer 20
Lied 286
Een goed Lied waarin de vrede weer centraal staat, al reikt" de kwaliteit o.i. niet tot de hoogte van de voorgaande liederen. Ten aanzien van de inhoud merkt de dichter zelf over dit lied nog het volgende op: “Het is duidelijk dat het niet erg goed past in het kader van veel wat er aan Christelijke acties voor de vrede wordt ondernomen. All was het alleen maar, omdat de in wezen, onidealistische vooronderstellingen ervan door de meeste vredesstrijders niet meer worden gedeeld: 'Geef aan de wereld vrede, Heer..." (Comp. p. 670). De melodie is prachtig. "Het tempo moet bepaald langzaam worden genomen zodat ook de achtste noten hun volle waarde krijgen. Vooral bij de gebonden noten moet er voor gewaakt worden, dat de kwarten niet onwillekeurig bijna tot achtsten worden gereduceerd.
Tekst: 3; melodie: 3.

Lied 287
In dit Lied zijn duidelijk overeenkomsten op te merken met gedachten van het boek Prediker.
Vooral de Ie en 2e strofe geven uitdrukking aan het levensgevoel van "ijdelheid der ijdelheden, alles is ijdelheid", Vandaar 'ook de begeerte van strofe 3 en 4 om een nieuwe visie op het aardse leven. Zo eindigt het lied met een zinspeling op de Opstanding (1 Cor. 15: 58) "wetende dat uw arbeid niet vergeefs is in den ' Heere". De 3e regel van strofe 1 valt o.i. wat uit de toon: O God, of Gij ons haat?". "Voor het zingen zal deze melodie geen grote moeilijkheden opleveren. Men zorge ervoor dat er géén rusten tussen de regels worden ingelast". (Comp. p. 676).
Tekst: 3 (strofe 1:2); melodie: 3.

Lied 288
Het is aanstonds duidelijk dat dit Lied een zeer blijmoedig karakter draagt. Merkwaardig is dat het eerst in 1552 als afzonderlijke druk is verschenen en daarna maar heel langzaam een plaats heeft gekregen in de gezangenboeken van de kerk. Mogelijk is dit veroorzaakt door de wat luchtige aanvang van de 34 strofen die het lied oorspronkelijk bevatte.
Door een willekeurige selectie zijn er thans 8 strofen .opgenomen.
"De dichter heeft zijn lied gemaakt met de Bijbel en met zijn fantasie, met een vrolijke moed en gedachtig aan 2 Cor. 12 : 4. Het is een geluk dat wij hem nu kunnen zingen met zijn eigen opgetogen woorden". (Comp. p. 678).
"De buitengewoon fraaie volksmelodie betekent een grote aanwinst voor het Nederlandse kerkliedrepertoire" (zie ook lied 115). Om vergissingen te voorkomen moet nog worden opgemerkt dat de 4e en 8e regel melodisch gelijk zijn, maar in ritme verschillen".
Tekst: 3; melodie: 3.

Lied 289
Dit Lied is, zij het in verschillende vertalingen, in diverse gezangenbundels opgenomen. In het Liedboek is weer een nieuwe vertaling verschenen. "Het lied is in Nederland zeer geliefd geworden en is als morgenlied bedoeld. Het komt daar evenwel belangrijk boven uit doordat de nieuwe dag wordt uitgewerkt 'in de richting van het toekomstige heil." De tekst' is goed, al kan worden opgemerkt dat enkele uitdrukkingen wel wat verouderd zijn: strofe 1 "onttogen"; strofe2: "landouw, onverpoosd"; strofe 3: "liefdegloed"; strofe 5: "de zoetheid van des hemels zaligheid" .
De mooie melodie is eenvoudig van karakter.
Tekst: 3: melodie: 3.

Lied 290
Uitgangspunt is voor de dichter van dit Lied het aardse als beeltenis van het hemelse. Dat heeft echter tot gevolg dat de gegeven voorstelling weinig houvast biedt en daardoor ook allerlei vragen oproept. Zo is de tekening in strofe 4 en 5 van de houding van de gelovige erg twijfelend en vertoont weinig perspectief. De melodie is typisch Engels van karakter en vrij eenvoudig, Tekst: 1; melodie: 3.

Lied 291
Een algemeen aanvaard en gewaardeerd kerklied uit de 18e eeuw van Hieronimus van Alphen is hier voor de kerkzang bewaard gebleven in een 2-tal strofen (de strofen 4 en 6 van het oorspronkelijke lied van 1806).
De melodie is die van Psalm 118.
Tekst: 3; melodie: 3.

Lied 292
De tekst van dit Lied is niet direct gemakkelijk, hetgeen ook wel begrijpelijk is wanneer we bedenken dat het hier een gedicht van Da Costa betreft. Wel zijn er enkele wijzigingen aangebracht die een verbetering in de zin van een duidelijker bijbelse versie betekenen. De melodie van eenvoudige isorithmische structuur, past goed bij de gegeven tekst.
Tekst: 3; melodie: 3.

Lied 293
Dit Lied heeft in de loop der jaren grote bekendheid gekregen en is vrijwel onveranderd gebleven in de diverse gezangenbundels (slechts in strofe 2 is het woord "hart" gewijzigd in ziel" . Toch zou enige verdere verbetering o.i. nog wel gewenst zijn. Zo zou b.v. het weglaten van strofe 2b en 3a en het aan elkaar hechten van de overblijvende delen het geheel wel ten goede komen.
Daarbij zou dan strofe 4 ook nog gevoegelijk kunnen vervallen. De melodie is, mits rustig gespeeld zonder zware akkoorden, goed en algemeen bekend.
Tekst: strofe 1, 2a, 3b : 3, overigens: 2; melodie: 3.

Lied 294
Ook dit Lied zou aan waarde winnen bij weglating van een aantai strofen die weinig bijdragen tot een aanvaardbaar kerklied. Het betreft hier de strofen t/m 5 zowel naar inhoud als stijl, b.v, strofe 3: "Sion waar zijt ge dan?"; strofe 5: “O sabbat Gods. En zie dan zal het vrede zijn!". Het zou jammer zijn indien het lied geheel zou verdwijnen.
De melodie is eenvoudig en mooi.
Tekst: 1,6 t/m8; 3; rest: 1; melodie: 3.


A. t.a.v. de tekst der liederen:
het cijfer 1
bij niet voluit Schriftuurlijke tekst, b.v. vanwege het humanistisch karakter of door een sterke piëtistische inslag;

het cijfer 2
bij een weliswaar Schriftuurlijke, maar niet direct begrijpelijke, en aanspreekbare tekst;

het cijfer 3
als de tekst volkomen Schriftuurlijk en zonder meer verstaanbaar is.

B. t.a.v. de melodie der liederen:

het cijfer 1
voor een niet aanvaardbare melodie;

het cijfer 2
voor een onbekende melodie die na enige oefening, eventueel met behulp van een koor, door de gemeente wel te zingen is en voorts ook voor een melodie die niet bepaald tot "de beste" behoort;

het cijfer 3
voor "een goede" melodie, geschikt voor de gemeentezang.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief