Hoe streven wij naar kerkelijke eenheid?
1983-06-24
Het is niet voor het eerst, da: dit thema aan de orde wordt gesteld en ook niet de eerste keer, dat wij hierover schrijven.- Jaargang 27
- nummer 25
Men kan zich afvragen of het wel enige zin heeft bezig te blijven met belangwekkende vragen rondom kerkelijke eenwording. De één taxeert een ontstane situatie nu eenmaal anders dan de ander. Ieder heeft zijn eigen kerkelijke achtergrond van waaruit hij de problemen beziet en valt moeilijk los te wrikken uit het kerkelijk verband waarin hij zijn plaats inneemt Men heeft in verband met de laatstgenoemde wel geponeerd, dat helaas een kerkverband ten aanzien van kerkelijke eenwording als rem fungeert. Maar anderen stellen daar tegenover, dat binnen een kerkverband de gemeente des te sterker aanspreekbaar is. Het kerkverband kan zodoende iets gezamenlijks op gang brengen en valt daarom binnen het bestek van het gebruikte beeld eerder, als gaspedaal te typeren. Maar daarover willen we in het kader van dit artikel niet verder uitweiden.
De roeping van de kerk
We troffen enkele jaren geleden in een verslag van een zomerkonferencie van CSFR ("Reformatorisch Dagblad" d.d. 5 juli 1980) enkele opmerkingen aan van Dr C.A. Tukker, thans Hervormd predikant (Geref. Bond) te Urk, die refereerde over: "De roeping van de kerk in deze tijd." Hij stelde in zijn referaat terecht, dat de roeping van de kerk de verkondiging van het Woord is. Waar de kerk die roeping niet meer als beheersend voor haar bestaan en voortbestaan belijdt, verliest zij zich in allerlei bijkomstigheden en gaat een macht ontplooien, die de Heiland der wereld haar met verleend heeft. Het rooms-katholicisme - met zijn ouderwetse hiërarchische struktuur en het oekumenisme met zijn modern verpolitiekt evangelie zijn daarvan sprekende voorbeelden. Verkondiging van het Woord is bepalend voor het gezag van de kerk. Het gaat om de proklamatie van het heil! Verkondiging dus afkondiging!
BI GAAT niet alleen iets gebeuren, maar bovenal: Er is iets gebeurd, De feitelijkheid van Gods eerste invasie in deze wereld via de komst van Christus gedoogt geen vrijblijvende opstelling, maar eist een positieve geloofsreaktie.
Die geloofsreaktie gaat niet op in een op de aarde gerichte heilsverwachting, maar ook niet in een op de hemel gerichte toekomstverwachting.
Wij moeren ons bewust zijn, dat God ons als mensen op deze aarde geplaatst heeft om zo de jongste dag te verwachten. Hier dient onderscheiden te worden tussen een cultus van God en een cultus van de eigen zaligheid.
Ds S. G. de Graaf waarschuwde er destijds al voor via de opvoeding van de kinderen geen hemelklantjes te kweken, En van hem zijn ook deze indringende woorden: ,;De Schrift is ten volle; het boek voor de aarde, zij het voor de aarde onder het licht van de hemel" ("Verbondsgeschiedenis" DL I, pag. 101).
Wij kunnen dus niet doen alsof er zich geen maatschappelijke problematiek aan ons presenteert. Ook met het oog daarop heeft het zoeken naar oekumenische samenwerking in geloofsverbondenheid alle zin. Ja, is het zelfs een opdracht van Christus! ,,Ziende op de geweldige opdracht kunnen ondanks de toenemende polarisatie alles, die in Christus geloven, niet langer om elkaar heen”, aldus Dr Tukker. Wij zullen eerst – hoe men het ook keert of wendt – van de waarheid van de volzin, zojuist geciteerd, moeten doordrongen worden willen wij iets zinnigs ondernemen in de richting van kerkelijke eenwording.
Verzande oekumene ?
Het is opvallend, dat de op gang gekomen oekumene van na de Tweede Wereldoorlog in zekere zin bezig is te verzanden, Het beeft lang met opgeleverd wat men ervan verwachtte. Men heeft de taaie verworteling met eigen oorspronkelijke kerkelijkheid onderschat. Was de start dan verkeerd?
Ja en nee! Ja, omdat men dacht de toestand van de beleving van geloofseenheid in oorlogstijd zonder meer na de bevrijding te kunnen continueren. Nee, omdat wat in die fase van de wereld-ten kerkgeschiedenis was gegroeid niet slechts de verwerkelijking van een groots ideaal was. Was de HERE Zelf daarin niet op een bepaalde manier bezig geweest? Onlangs beeft Prof. Dr H. Berkhof bij zijn afscheid als voorzitter van de Raad van Kerken de balans opgemaakt. Hij kwam tot een teleurstellende konklusie. De in de Raad bijeengebrachte kerken hebben geruisloos het oekumenisch gebod – gedoeld werd op Johannes 17:21: ,,Opdat zij allen één zijn” – prijsgegeven. Hij wees daarbij niet alleen op de voorschrijdende verwereldlijking, maar signaleerde ook toenemende tegenstellingen binnen de kerken. Van de drie G’s waarop de Raad gericht is – geloof, gemeenschap, gerechtigheid – is volgens Dr Berkhof alleen ten aanzien van de sociaal-politieke gerechtigheid heel wat tot stand gebracht. Maar wat de beide andere G’s betreft, daar lijkt zo langzamerhand de leus te gelden: Doe niet als kerken samen wat ge evengoed of beter alleen kunt doen. Maar "om huns levens wil" zouden de kerken zich thans samen, in nieuw op te richten sekties, juist op zaken van geloof en gemeenschap moeten gaan koncentreren.
(Wij ontleenden voor bovenstaande opmerkingen enkele gegevens aan het "Nederlands Dagblad" d.d. zaterdag 11 juni jl.) Het treffende van de tegenwoordige periode is, dat men allemaal bijzonder gehecht blijkt te zijn aan "eigen kerkinstituut". Maar bet bedacht-Zijn op eigen kerkelijke identiteit is geen- alternatief voor het beducht-zijn voor een "vals oekumenisme, Deze opmerking moot vooral worden geadresseerd aan wat wij plegen te betitelen als een bepaalde sektor van de gereformeerde gezindte.. Wie de kerkelijke pers bijhoudt kan de moeite waarmee diverse scribenten in dit opzicht worstelen uit allerlei artikelen zomaar proeven. Maar bet blijft vaak bij' het lanceren van bepaalde opmerkingen, die de nood van de kerkelijke gescheidenheid vertolken, Niemand echter vermag blijkbaar het verlossende en beslissende woord te spreken, dat voor iedereen voluit acceptabel is. Immers: de Christelijke Gereformeerden, de Vrijgemaakt Gereformeerden en de Nederlands Gereformeerden - om ons nu maar tot hen te beperken kennen hun eigen historie, bepalen hun eigen positiekeus, leveren hun eigen inbreng en hebben in een bepaald opzicht bun eigen doelstelling. Wie krijgt deze mensen echter ooit allemaal in één kerkgemeenschap bij elkaar en hoe krijgt men dat eventueel vóór elkaar?
Laten wij eed ijk toegeven, dat wij het niet weten! Maar tegelijkertijd laat zich de vraag niet onderdrukken of dat dan allemaal op stel en sprong moet. Loop je niet het ernstige risico door de zaak te forceren meer af te breken dan op te bouwen? Je moet elkaar niet overvragen Maar dat betekent niet, dat de zaak: zelf daarmee op een laag pitje mag gezet worden. We moeten ons terdege bewust zijn, dat wij allen bij Christus' terugkomst naar deze wereld verantwoording zullen hebben af te leggen ook van ons kerkelijk optreden. Johannes 17 staat niet voor niets in de Bijbel. We hebben daarin te doen met het hogepriesterlijk: gebed van de Here Jezus Zèlfl
Suggesties
Ter afsluiting van dit artikel willen we enkele suggesties doen ronder aanspraak te maken op volledigheid zonder te denken, dat dit het eind van alle tegenspraak is. We voelen wel aan, dat onze positie kwetsbaar is, maar willen het niet bij een analyse van de problemen laten. Daarom het volgende:
a. We zullen met een goed geweten meer waardering voor elkaar moeten kweken door vooral het positieve, dat wij bij elkaar ontdekken, te aksentueren en te intensiveren.
b. Daarbij dienen wij wel te handelen vanuit een gemeenschappelijke overtuiging van wat principieel gereformeerd is. En het kan wel eens zijn, dat vooral daar het knelpunt ligt. Wat is gereformeerd in deze tijd?
Hoe vul je dat begrip in?
c. Verder zullen wij met mogen vergeten, dat we veel voor elkaar hebben te bidden! En dat niet om de ander tot ons te doen overkomen, maar om de weg naar elkaar te vinden, die goed is in de ogen van onze God.
d. Daartoe zullen wij samen Gods Woord moeten onderzoeken om zijn wil ook in dit opzicht te verstaan terwijl wij daarbij zullen inkalkuleren dat ieder in principe eenzijdig is ook of misschien juist als het gaat om een kerkelijke benaderingsmethode.
e. Wij zullen bereid moeten zijn iets van onze kerkelijke eigenheid in te leveren in het belang van de verwerkelijking van de gereformeerde oekumene.
Misschien vinden velen dit maar een pover voorstel. Maar mag ik vriendelijk vragen er eens serieus over. na te denken en met te haastig te zijn met allerlei kritische : kanttekeningen? Als gelovigen niet langer tegenover elkaar staan maar 'naast elkaar gaan staan is er al heel wat bereikt. Het lis als bij een korenhalm. "Die korenhalm mag niet wezenlijk op de andere halmen steunen, want dan zou hij reeds geknakt zijn. Toch maakt het als korenaren naast elkaar staan, dat men samen sterker staat tegen opgroeiend 'Onkruid en tegen de zwiepende storm." Prof. Dr P. J. Roscam Abbing: "Komen als geroepen" - pag. 127).
En onze diepste motivatie is te vinden in de Heilige Schrift! We lezen immers in Romeinen 15 : 5 en 6: "De God nu der volharding en der vertroosting geve u eensgezind van hetzelfde gevoelen te zijn (naar het voorbeeld van) Christus Jezus,opdat gij eendrachtig uit één mond de God en Vader van onze Here Jezus Christus moogt verheerlijken."