Boekbespreking
1983-06-24
De doop met de Heilige Geest- Jaargang 27
- nummer 25
Door dr L. Floor, uitgave Kok, Kampen, 239 bladzijden, f 34,50
Enkele gegevens
Dit boek is opvallend goed uitgegeven.
Ben geplastificeerde witte band met blauwe titelopdruk en een duif op de omslag in grijze deur. De eerste indruk is: ruim, zuiver, smetteloos.
De schrijver is predikant geweest in de Christelijke Gereformeerde kerken en momenteel verbonden aan de Universiteit van Potschefstroom, Zuid-Afrika, als hoogleraar in de nieuwtestamentische vakken.
Wat er niet in staat
De titel doet vermoeden; dat het om een studie gaat, speciaal gericht op wat de Charismatische beweging propageert. Dat is echter niet het geval. Het boek is niet polemisch of bijzonder kritisch tegen die beweging. Haar "evangelie komt wel enkele malen ter sprake, doch slechts waar bet past en soms als terloops, Het laat zien hoe ongefundeerd veel van de boodschap uit die knagen is.
Voorts geeft de auteur ruime informatie, waarmee een wegen van wat in moderne stromingen in en buiten de kerken leeft, mogelijk is.
Hij houdt zich duidelijk aan de titel, beperkt zich dus uitsluitend tot de doop met de Heilige Geest en wat daarmede samenhangt. Het is geen studie over "Het werk van de Heilige Geest", zoals bijv. dr A. Kuyper
die publiceerde in 1888.
Een theologisch werk
Op de achterflap staat, dat heit boek gewone gemeenteleden geweldig zal aanspreken; ik betwijfel dat "geweldig". Het is nl. door een theoloog geschreven, speciaal voor hen die (enigszins) in de theologische wereld thuis zijn. De terminologie en de vele citaten wijzen daarop, terwijl ook talloze exegetische en dogmatische problemen de revue passeren. 7 bladzijden ingeruimd voor een bibliografie zegt in dit verband wel iets.
Niet te min zijn taal en stijl eenvoudig gehouden. , Vermoedelijk is het boek ontstaan' uit colleges. Je komt namelijk bepaalde zaken meer dan éénmaal tegen, zij het telkens in een ander verband. Eu je hoort bij het lezen een docent aan het werk Soms kost het moeite in het geheel de eigen gedachten van prof. Hoor te ontdekken hij treedt dan meer op als gids, die veel aanwijst en dan overstapt op iets anders, Het register van aangehaalde Bijbelteksten beslaat 8 bladzijden; de lezer ontvangt op veel plaatsen verduidelijking van de Schriften, Inhaerent aan de opzet van 't boek is dat het een wat tijdloze indruk maakt.
De schrijver laat het "gewone kerklid" aan zijn trekken komen, door op enkele plaatsen wat hij noemt openbaringshistorische en of 'heilshistorische aspecten aan te geven en- dan daaraan toe te voegen "het heilsordelijke" laten we samen iets in het boek leren.
Wat is de doop met de Heilige Geest?
"Jezus doopt met de Heilige Geest.
Dit betekent: Hij vestigt het koninkrijk van God op aarde, Hij brengt mensen tot gehoorzame erkenning van de heerschappij- van God. Hij brengt mensen weer in een intieme, persoonlijke verhouding tQ1:God, hun Schepper." (p. 24).
Zoals de doop van de Here Jezus voor Hem was de publieke aanstelling als Messas en tevens de toerusting tot die taak, zo ook voor degenen die daarna de Geestdoop ontvingen en ontvangen. Die Geest, die de Vader zende (Joh. 14 : 26 e.v.) is de Geest van onze Heiland. Hij is Zijn gave en deelt daarin Zijn gaven uit. Het grote gebeuren daarvan is het Pinksterfeest.
De uitstoring van de Heilige Geest
Dit is "leen nieuw begin, het is de inauguratie van de nieuwe eeuw, de eeuw van de Heilige Geest. In zekere zin is Pinksteren onherhaalbaar.
Als heilsfeit kan de uitstorting van de Heilige Geest zich niet herhalen. Het is dan ook verkeerd' om van een nieuw Pinksteren te spreken of om te bidden om een nieuwe uitstorting van de Heilige Geest." En even verder "Openbaringshistorisch is Pinksteren uniek en daarom onherhaalbaar, maar heilshistorisch d.w.z. in het leven van elke gelovige moet er toch ook een doop met .
de Heilige Geest plaatsvinden.
Deze doop met de Heilige Geest verschilt in wezen niet van het nieuwe leven, het leven van het geloof. Door de doop met de Heilige Geest ontvangen we toegang tot een leven in gemeenschap met God". (56,57). Past hierbij niet een vraag en wel "hoe is dat dan met de prediking van Petrus op de Pinksterdag? Hij zegt zomaar (Hand. 2:38,39), want die belofte van de Geest - geldt u, UlW kinderen en allen die verre zijn, zovelen de Here onze God roepen zal'." In Gods grote genade, in Zijn verbond, hebben we toch deel aan Zijn Geest? Die behoeven we toch niet nog eens (afzonderlijk) te ontvangen?
In de Paulinische brieven is over dat ontvangen van de Heilige Geest veel onderwezen. Dr Hoor geeft een 3-taJl motieven aan. Een kuriologisch, de nauwe band tussen de verhoogde Heer en de Heilige Geest; een ecolessiologisch, gericht op de kerk als lichaam van Christus en een eschatologisoh motief, de Geest als gave van de eindtijd.
Uitvoerig komt in dit verband ter sprake de betekenis van 1 Cor. 12:13, De vertaling zou moeten luiden "allen met één Geest gedoopt met één Geest gedrenkt", hetgeen wijst op de alles doordringende werking van de Geest (109).
De doop door de Heilige Geest?
Hier komt de controverse met de Pinksterbeweging naar voren. "De doop met de Heilige Geest is dus voor Paulus 'het begin van het leven in gemeenschap met God"
(112). Hij, blindt de gelovigen samen als ,lichaam van Christus, "Daarom kunnen we de doop met de Heilige Geest met beter omschrijven als de inlijving in de gemeente' (115), en "Christus (neemt) door zijn Geest zondige mensen, of het nu joden zijn, proselieten of heidenen, op in Zijn lichaam" (116).
Na deze doop (inlijving) is er voortgang in het leven van de christen en zien we walt in Ef. 5 : 18 als gebod tot ons kIomt, n.b, de vervulling -met de Geest, met de dienst van de HERE. het beheerst en geleid worden door de Here Christus, de toerusting tot het leven.
De Heilige Geest woont in de gemeenten, we leven in Christus en Hij' werkt in ons, ook persoonlijk (1 Cor. 6: 19). Door het Woord der genade, Col. 3 : 16 en daaruit volgt de vrucht (Galaten 5). We zijn verzegeld met de Geest, Ef. 4 : 30 tot de oog der verlossing.
Christus drukt Zijn stempel (eigendomsbewijs) op ons door de Geest. Ook hier een controverse met de
Pinksterbeweging.
De Heilige Geest en de prediking
In een afzonderlijk hoofdstuk komt naar voren dat de Heilige Geest hier op aarde werkt, enkel door het Woord. Door de Here Christus, die het Woord is d~t vlees werd, Joh. 1, door de prediking van de apostelen en door het geschreven Woord, dat ook werk van de Geest is (204). Daarin openbaart Hij zich met macht, Rom. 15 : 19.
Het moet in geloof aanvaard worden, onder de veelichtende werking van de Heilige Geest. Vandaar de opwekking - het bevelwandelt door de Geest, Gal. 5: 16. "Wanneer echter in het Nieuwe Testament geloof als gehoorzaamheid omschreven wordt, mag deze gehoorzaamheid nooit van de inhoud van het evangelie Iosgemaakt worden, Geloof is gehoorzaamheid aan het evangelie en inhoud van het evangelie is Jezus Christus en' daarom is geloof in het Nieuwe Testament geen abstractie, maar geloof in een Persoon, namelijk de Here Jezus Christus" (219).
Deze bijdrage beoogt niet meer dan een summiere weergave, van het' boek te zijn.
Terugziende op mijn verhaal heb ik me afgevraagd of het aceentueren van het theologische in dat boek terecht is. Toch meen ik dit te kunnen handhaven. Het is ook niet negatief bedoeld.
Tot slot de opmerking dat het een echt gereformeerd boek is, zij het met nuances die voor een deel anders liggen dan wij in onze kring opmerken. De schrijver heeft, naar het mij voorkomt, weinig gezicht op wat we als Ned. Gereformeerde kerken sinds de oorlog hebben doorgemaakt.
M. de Jonge, Voorburg
---------------------------------------------------------------
Dr A. N. Hendriks
"Om de Bediening van de Geest" - Bijdragen over het ambt, de prediking' en het pastoraat.
Paperback - 122 pag.
Uitgave van Van den Berg, Kampen. Prijs f 16,50.
Dr Hendriks, (vrijgemaakt) gereformeerd predikant te Amersfoort-Centrum heeft verschillende publikaties van zijn hand zoals die in de loop der jaren in verschillende bladen verschenen zijn in dit boek gebundeld. Het gaat hem om de opbouw van de gemeente.
Daartoe dienen" de ambten werkelijk te funktioneren als organen van de Geest van Pinksteren. De apostel Paulus heeft in II Cor. 3 : 8 de ambtelijke dienst getypeerd als de bediening van de Geest in heerlijkheid. Aan deze paulinische woorden heeft de auteur de titel voor dit geschrift ontleend. Wij achten deze titel treffend gekozen, Want de bediening der ambten bedoelt zonder meer de doorbraak van de Geest' in de harten der mensen te bevorderen. Dr Hendriks schrijft achtereenvolgens over de ambten als instrumenten van de Heilige Geest, over de Schriftuurlijke fundering van het ambt van de dienaar des Woords en over het ambt en de gemeente.
Ook wordt nader ingegaan opeen publikatie van de RK theoloog Schillebeeckx over het ambt. De positie en het werk van de zendeling worden nader belicht. De techismusprediking krijgt volle aandacht terwijl ook het thema: Wet en evangelie aan de orde wordt gesteld en verder nauwkeurig wordt uitgewerkt, Het ambt van ouderling komt binnen het blikveld in betrekking tot de zegen en de prediking terwijl het boekwerk wordt afgesloten met een uitvoerige bijdrage over het lijden van Gods kinderen in het kader van de belijdenis van Gods voorzienig Vaderschap. Met desbetreffende vragen wordt immers de pastor regelmatig gekonfronteerd.
Hendriks heeft in de ettelijke hoofdstukken, die het boek vullen, heel wat nuttig materiaal aangedragen waarmee met alleen ambtsdragers, maar ook gemeenteleden hun winst kunnen doen. Het is te betreuren, dat de prediking niet meer aan bod is gekomen al vinden wij het gedeelte, dat handelt over de catechismusprediking, bijzonder oriënterend en instruerend!
Het betoog is stevig historisch gefundeerd.
Hier rit ongetwijfeld' veel studie achter. "De Catechismus geeft geen bloemlezing, maar een samenvatting van de apostolische leer" (p. 73). In navolging van onze voormalige leermeester, Prof. C. Veenhof, leiden wij de catechismuspreek steeds in met de woorden: Wij bedienen U Gods Woord zoals u het vindt verklaard en samengevat in zondag... HC.
Dit lijkt ons nog altijd een toereikende vertolking van de inzet en intentie van de catechismuspreek.
Het gaat om de leer van Gods Woord! Het is nodig om de catechismusprediking zeker in deze tijd te handhaven. Laten vooral de vakante kerken erop letten, dat -de aandacht voor dit, belijdenisgeschrift in de kerkdiensten niet verbleekt.
Men bewijst de gemeente daarmee absoluut geen dienst. Ook de jeugd moet zo, naast het catechetisch onderwijs in de werkweek, ,op de zondag bepaald worden bij de parels van grote waarde, die liggen opgetast in de konfessie naar de Schriften! Het is noodzakelijk, dat ook de jongeren de dwalingen en ketterijen met Gods Woord leren te weerleggen, Ik ben het met' Prof. Trimp eens, dat het systeem van wekelijkse catechismusprediking van grote pedagogische waarde is voor gemeente en prediker.
(zie citaat op pag. 73). Dr Hendriks schrijft terecht op pag. 75, dat de tweede dienst een eigen karakter draagt en geen doublure van de morgendienst is, Helaas lijken de beide kerkdiensten liturgisch als twee druppels water op- elkaar. We zullen ons erop dienen te bezinnen hoe wij deze ontsporing kunnen komgeren. De auteur maakt hele goede opmerkingen over de verhouding tussen Wet en evangelie in de bediening van het Woord. De Wet heeft inderdaad een ontdekkende/ aanklagende funktie in het leven van Gods klinderen, maar dan niet voorafgaande aan de bekering, maar in het leven van de bekeerden! (pag. 81). Ik ben het met de amersfoortse pastor niet eens, dat de' ouderling de zegen aan het slot van de eredienst met in de UlVorm mag uitspreken. Ook acht ik het met overtuigend als Hondriks stelt, dat vanwege het gebed van de gemeente het preeklezen als regel aan de ouderlingen moet zijn voorbehouden.
lk zou in deze dingen een bepaalde vrijheid willen bepleiten, Wel geloof ik, dat het preeklezende gemeentelid zich moet onthouden van het uitspreken van de zegen in de u-vorm. Hij heeft daartoe namelijk geen enkele ambtelijke bevoegdheid. Maar wat de ouds-ten betreft zou ik het in onderling overleg aan hen zélf willen overlaten of zij willen kiezen voor de u- Of voor de ons-vorm. Het ligt er maar aan hoe zij in dat kader hun ambtelijke dienst inschatten.
Het is overigens opvallend, dat er een (vrijgemaakt) geref. predikant is, die de Aäronietische zegen de gemeente oplegt in de volgende vorm: "De HERE zegent u en behoedt u etc."
Niemand kan hem m.i. dat recht betwisten. Verder is het frappant, dat de predikanten bij de bediening van het Heilig Avondmaal eigenlijk allemaal voor de ons-vorm kiezen :"tot een volkomen verzoening van al onze zonden", terwijl niemand hun kan verbieden U te zeggen. Het is immers bediening van het zichtbare Woord!
We zijn blij met het feit, dat Hendriks de ouderlingen oproept oot intense Bijbelstudie, "Wie anderen tot zegen zijn, moet zich eerst zelf laten zegenen door de Schrift, De ouderlingen zullen dit In onze gehaaste tijd duidelijk voor ogen moeten houden, Wanneer onze kiennis van de godwilligheid verarmt, gaat ook ons ambtelijk werk verschralen." (pag. 106). Het is een duidelijk minpunt als op onze kerkeraadsvergaderingen de Bijbel alleen maar opengaat wanneer we naar goede gewoonte beginnen met de Schriftlezing. Wij dienen op de Bijbel aanspreekbaar te zijn! Dat is de basis van onze ambtelijke dienst. Daarvoor moet de gemeente kapituleren. - ' Het slot van het boek is bijzonder sterk. De schrijver geeft in kort bestek weer hoe opvattingen van Wiersinga, Barth, Bonhoeffer en Berkhof over de Voorzienigheid van God en over zijn tegenwoordigheid en almacht met strokien met het getuigenis van de Heilige Schrift heel wat teksten worden genoemd om het betoog te staven.
Wat onze' kritiek betreft nog het volgende. Wij vinden het jammer, dat er twee boekbesprekingen in deze bundel zijn opgenomen. Men kan een boekbespreking o.i. de Iezers niet voldoende inleiden in het gedachten goed van de man, mens werk men recenseert. Verder viel het ons op, dat hoezeer de schrijver ook een begrijpelijke stijl hanteert om zijn gedachten vorm te geven, hij toch uit een tamelijk beperkte woordenschat put ..
Daar kan natuurlijk een bepaalde opzet achter zitten, Maar het geheel heeft wel het effekt, dat de woordkeus nergens fIitsend is.
Maar dit doet niets af van de grote waardering, die wij hebben voor dit boek van -Dr Hendriks!
Van den. Berg heeft voor een keurige uitgave gezorgd. Wij kwamen geen drukfouten tegen!
Huldel Neem en lees!
O. Mooiweer, Enschede