De volkerenwereld (1)

1983-07-01
  • Jaargang 27
  • nummer 26
De wereld is klein geworden, zeggen wij vandaag. Dat beseffen wij juist ook in de zomermaanden. De een reist naar Spanje, de tweede brengt zijn vakantie door in Canada, en de derde bezoekt zijn kinderen op Curaçao.
Niet alleen het reizen is vereenvoudigd, ook de communicatie-middelen zijn door de moderne techniek zo verfijnd, dat wij op dezelfde dag nog weten wat er aan de andere kant van de wereld gebeurt. Wij komen via de televisie in aanraking' met Afghanistan, en Ierland en Nicaraçua, soms alle drie tegelijk in een en dezelfde nieuwsuitzending.

Dit brengt ons meer dan vorige generaties in aanraking met de volkeren-wereld. Al luisterend, reizend, lezend en kijkend vragen wij ons af: wat mogen wij nu als christenen verwachten van die volkerenwereld? Is er een geheim plan achter -de geschiedenis van de volkeren? Welk licht valt er vanuit de Schrift nu op de veelvoud van de volkeren in deze wereld en hun geschiedenis?
Met deze vragen wil ik mij in deze artikelen in Opbouw bezig houden.

Eenzijdigheid.
De bewegingen en groeperingen die zich niet deze vragen bezig houden zijn onder ons meestal verdacht, Ik denk nu aan het chiliasme (dat is, de stroming in de christenheid, die gelooft in een duizendjarig rijk in de eindtijd), aan de Brits-Israël beweging of de Bond Nederland-Israël, de Maranathabeweging enz.
Het grote bezwaar dat in onze kringen leeft tegen dit soort bewegingen is de eenzijdigheid en de overschatting van de betekenis van de bijbelse teer over Israël en de -volkeren. Eenzijdig; omdat de bijbel veel méér bevat dan een totaalvisie op de geschiedenis, de Schrift wijst ons allereerst de weg tot redding en geeft ons de zelfopenbaring van God. Wie eenzijdig maar steeds' alleen bezig is met teksten over Israël en de volkeren krijgt iets sektarisch, Hij snijdt (sekte komt van seco – ik snijd) één onderdeel uit de bijbelse leer en graat daarmede dwepen als bet ene en allesbeslissende.
Zo wordt gemakkelijk één deel van de leer van de Schrift overschat ten opzichte van de brede evangelieverkondiging die Christus als inhoud heeft en in de Heidelb. Catechismus breed wordt ontvouwd.

Horizonsversmalling
Als ik mij toch met deze vragen over Israël en de volkerenwereld wil bezighouden doe ik dat niet omdat ik meen dat bier nu alles om draait, Ik deel die bovengenoemde bezwaren. Ik preek er zelf ook maar zelden over. Bovendien heb ik op dit gebied heel veel vragen en schrijf ik deze artikelen niet om een onschokbare zekerheid over te dragen maar om aan het denken te zetten en hopelijk door gesprekkien hierover ook zelf aan het denken gezet te worden. Waarom?
Ik zei al: omdat bet 'openbreken' van onze wereld deze vragen oproept (zie inleiding) maar in de tweede plaats ook omdar zich bet merkwaardige verschijnsel voordoet dat terwijl de ruimtelijke horizont zich verruimt, de geestelijke zich versmalt.
In onze tijd lijden wij aan bijziendheid en versmalling 'van onze geestelijke horizon. De wereld en haar geschiedenis is voor ons net als het universum te groot en complexe geworden om daar nog weg in te weten. Zo ,trek!k:en Wij ons terug op ons kleine eilandje van dagelijks nieuws zonder mogelijkheid dat te duiden, zonder nog te geloven in een plan, zonder enig besef van de grote lijnen van Gods heilshandelen, dat heus niet in de tijd van het Nieuwe Testament is opgehouden.

Zonder dak
In een historische studie over constructlies van de geschiedenis met name in de tijd van de Reformatie ("Het gebinte van de tijd", Kok, Kampen) heeft prof. Hartvelt een beeld geschetst van de visie van de reformatoren op de geschiedenis.
Hoe wij ook over hun visie (die nog sterk uitging van de 6000-jarige ouderoom van de aarde) mogen denken, één ding staat vast: de gehele menselijke geschiedenis was voor hen overzichtelijk, De wereld' van de volkeren had een dak en de tijd had balken. Er was niet een oeverloze ruimte en een' eindeloze tijd - neen beiden hadden structuur, aanvang en doel.
Er waren er die een theologie van de geschiedenis ontwierpen bijv. aan de hand van de Drie-eenheid: de Vader over de eerste twee eeuwen, de Zoon over de tweede twee eeuwen en de Heilige Geest . over de derde twee eeuwen en nu is het 'wachten op de grote Sabbat: het 7e duizendjarige tijdperk.
Deze ontwerpen werden gedragen door de profetieën van Daniël en Openbaring.
Wat gebeurde echter in de eeuwen van de Verlichting die op de Reformatie volgden: "Het dak raakte van de geschiedenis af; wat overbleef was een tamelijk onbewoonbaar huis in een grimmige omgeving; .dat laatste was de geschiedenis overigens' altijd wel geweest.
Men had echter altijd wel een horizon gezien, Voortaan werd men vanuit de dreigende horizon opgejaagd." blz. 84.
Het boekje van Hartvelt eindigt met een conclusie: het oriënteringsprincipe van Melanoheon c.s. heeft zijn tijd gehad. Wat is er voor in de plaats gekomen? Dat is ons verhaal, liegt Hartvelt. "Ongetwijfeld moet voor het besef van velen met het verdwijnen van dit oriënteringsprincipe (nl. van Melanehton's zeven keer duizend jaar, W.G.R.) het dak van de geschiedenis zijn weggenomen, zo, dat het koud werd in de tijd." blz. 90.
Dat dak waarover Hartvelt spreekt is het dak van de profetie. Het is het ontbreken van een oriënteringsprincipe als het gaat over de geschiedenis van Israël en de volkeren. Maar vooral: hij heeft gelijk: het is koud geworden' in de geschiedenis van de volkeren in de twintigste eeuw.

Het Tegoed van het O.T.
De tweede persoon die ik graag citeer voordat ik tot de zaak zelf overga is prof. K. H. Miskorte.
Zijn visie op de Schrift is kort samen te vatten met een woord van B. Wentsel (dogmauek dl. 2, 150): Het N.T. heeft ten opzichte van het O.T. een meerwaarde. Ook: het O.T. heeft ten opzichte van het N.T. een Tegoed. Over dit tegoed heeft prof. Miskotte geschreven in "Als de goden zwijgen", Hij spreekt over de openbaring van het heil ,in het N.T. in zijn diepte, terwijl het O.T. duidelijker spreekt over de breedte, vgl. "De dieptedimensie" die het N.T. aanwijst: "alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen en alle dingen hebben hun bestaan in Hem (Col. 1 : 17) .. , worde verkondigd .en betuigd aan de breedte der geschapenheid, zoals het O.T: die toont." (159) of “De afsluiting van het O.T. in het N.T. geeft ruimte voor zijn ontsluiting" (158). "Men hoort vaak zeggen: in het N.T.-komt de persoonlijke Godsverhouding pas tot haar recht, het volk treedt op de achtergrond..
voor zover dit juist is (het is nl. lang niet helemaal juist) moeten we zeggen: goed, 'en na de persoonlijkheid, men we, dank zij de Thora weer het volk! En zo is het met de persoonlijke schuld; persoonlijke roeping, persoonlijke ervaring.
Het nieuwe behoeft na de concentratie opnieuw de expansie, het wil in een wijder verband ingaan; de Geest keert tot de aarde weer, en de geest die de hemelse dingen vond, zoekt een doeleind op aarde; de weg daartoe wordt door de Thora gewezen: over de vragen van de cultus en cultuur, van volk en staat, over de natuur die ons tot de lof Gods aanspoort, en over het lot dat ons in één benauwenis brengt met alle vlees, over eros en over de oorlog, over de ordening van het sociale leven en over de rechtspleging kan geen christenmens tot wijsheid komen zonder de raadslag van de Thora. Het moet weliswaar alles onder het Kruis doorgaan, maar het lijden van Vorst-Messias heft het Woord-in-de-woorden niet op, het doet de Thora niet te niet, ook in dit opzicht dat wij de eeuwen door hebben te leren van de Thora hoe wij als volk en enkeling op de eerst gevloekte, nu gezegende aarde zullen verkeren." (185).

De volkeren-psalmen
Deze woorden van Miskotte geven op bijzondere wijze aan hoe zich het N.T. en het O.T. tot elkaar verhouden als heil in de diepte t.o. heil in de breedte, als afsluiting ter ontsluiting,als concentratie die voorafgaat aan de expansie, Moeilijke woorden wellicht voor sommigen van 'u, maar wel bijzonder fundamenteel voor het inzicht dat er een tegoed is van het O.T. in baar-profetieën over het Volk en de volkeren dat zich als een dak uitstrekt over de geschiedenis.
Ik denk hierbij aan het direkte begin van Genesis: de volkerenlijsten, en hoe de grote belofte aan Abraham in Genesis 12 : 1 e.v. juist op die volkerenwereld gericht is: in u zullen alle volkeren gezegend worden, In het O.T. wordt heel vaak over de' volkeren gesproken' als het uiteindelijke heilsdcel van God. Israël, zijn knecht, is slechts .een middel tot een doel. Het gaat er om dat door dit volk alle volkeren zullen worden gered, en gezegend. Wie denkt hier niet aan de psalmen:

De volken zuilen u belijden,
o God, u loven al te mam.
Volken zult Gij rechten,
hun geding beslechten,
in gerechtigheid,
volken op deez'aarde,
die uw arm vergaarde, die Gij veilig leidt.
(Ps, 67: 2)

Ook zelfs het land der duisternis
zal weten wat uw luister is.
Egypte zal u eren.
Het morgenland strekt als een bruid
de handen haastig naar u uit .
ook daar zult Gij regeren.
De wereld brengt u huldeblijk
want heel de wereld is uw Rijk,
Jeruzalem het midden
koningen 'overal vandaan
romen met schatting voor u staan,
elk land zal tot u bidden,

(Ps. 68: 11)
Dit zal gedenken wie zich noch
verweert,
tot alle natie zich tot Hem bekeert,
en voor de Koning die het al
regeert
zich neer zal buigen.
De verste einden zullen het
getuigen
dat Hem de heerlijkheid, dat Hem
de kracht is,
het Koninkrijk .. (Ps. 22 : 11)

Het is geen moeite om bij deze enkele voorbeelden nog vele andere plaatsen uit berijmde en onberijmde psalmen te kiezen, die zo spreken over het heil voor de volkeren-wereld.
Het ligt ook geheel in de lijn van de profeten. Dit profeteren zij: "en het zal geschieden in het laatste der dagen: dan zal de berg van het huis des Heren vaststaan als de hoogste der bergen, en alle volkeren zullen derwaarts heen stromen en vele natiën zuilen optrekken en zeggen: Komt laten wij opgaan naar de berg des Heren en naar het buis van de God Jacobs, opdat Hij -ons lere aangaande zijn wegen en opdat wij zijn paden bewandelen" etc. Jes. 2 : 1-6, vgl. 25 : 6, 7 "Op deze berg zal de Here de sluier vernietigen, die alle natiën omsluiert en de bedekking waarmede alle volken bedekt zijn." Vgl. Jes. 42: 1, 56: 7, 61: 11.

Voorsmaak of totale vervulling?
Psalmen en profetieën als hierboven beschreven zing ik en lees ik niet als vervuld, maar als een nog uitstaand tegoed. Soms wordt een enkele van deze beloften geciteerd in het N.T., als de vervulling ervan gaat oplichten in de heidenzending (Hand. 13 : 47 en 15: 17) maar het is nog niet de volle vervulling van deze profetieën die wij bier vernemen. Het blijft bij een oplichten. Op precies dezelfde wijze als wanneer ik op een bijeenkomst van christenen uit vele rassen en volkeren aanwezig mag zijn. Dat is een bijzondere ervaring om zo samen de lof van God te mogen zingen en een citaat van Jes. 2: 1-6 ZIOU hier best op zijn plaats zijn. Moor ik verwacht meer.
Het geeft mij alleen nog maar een voorsmaak. Zo is het mogelijk om .heel de geschiedenis van de kerk van twintig eeuwen nu eens een keer niet te zien in het licht van vervulde beloften, maar als alleen nog maar een voorproefje van het grote dat nog uitstaat. Is dat Oliet ook N.T.-isch, de gemeente te zien als eersteling? (2 Thess. 2 : 13, Jac. 1 : 18). Het maakt in ieder geval wel bescheiden.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief