Wie is als Gij?

2008-05-09
  • Jaargang 52
  • nummer 10
Onder de wat archaïsche titel die prof. Peels zijn boekje meegaf, schuilt een actuele vraag. Met wie heb ik eigenlijk van doen als ik mijn ogen sluit, mijn handen vouw en bid?. Met wie heb ik te maken als ik voor het laatst mijn ogen sluit? Op deze vraag wordt geen gemakkelijk antwoord gegeven. Met een knipoog naar Al Gore zou je zelfs kunnen spreken van een 'Inconvenient Truth'. Ons moderne denk- en leefklimaat zoekt een 'zachte God' zonder voor ons onaangename trekjes. Niet voor niets spreekt de ondertitel over 'schaduwkanten van het oudtestamentische Godsbeeld'. Persoonlijk ben ik niet zo weg van dat woord 'Godsbeeld'; wat mij betreft had de oude ondertitel van het gelijknamige boek uit 1996 gehandhaafd kunnen blijven! Namelijk 'Schaduwzijden aan de Godsopenbaring in het Oude Testament'. Maar goed, aan welke schaduwkanten moet je denken? Wel, bijvoorbeeld aan Gods naijver (H. 3); Gods wraak (H. 5 en 6); Gods toorn (H. 7); Gods heiligheid (H. 8). Allemaal zaken die waarschijnlijk niet op een introductieavond van een Alpha-cursus zullen worden toegelicht. Het gaat in eerste instantie echt om 'onderwerpen' die niet zo gemakkelijk in het al of niet christelijke gehoor liggen, al moet ik er meteen bij zeggen dat de auteur op die schaduwkanten telkens weer verassend licht laat vallen. Hij sluit elk hoofdstuk af met een aantal gespreksvragen en een literatuuropgave. Handig is ook het beknopte tekstregister.

Geweld
Zoals al even aangestipt is dit boek een tweede herziene druk. Sinds de eerste druk is er in de wereld veel veranderd.
De laatste decennia zijn we getroffen door allerlei soorten geweld. Het religieus geweld, denk aan 9/11 en het geweldsvraagstuk in Bijbel en Koran; het natuurgeweld van 2e kerstdag 2004 waarbij een tsunami zich in verschillende richtingen over de Indische Oceaan verplaatste met duizenden doden als gevolg.
Daardoor is die oude vraag weer versterkt naar voren gekomen. Wie is die God die dit soort dingen toelaat? Is Hij wel dezelfde als de God en Vader van onze Here Jezus Christus, zoals wij Hem in het Nieuwe Testament hebben leren kennen?

Voortgang in de openbaring
In de eerste twee hoofdstukken 'De openbaring en de verborgenheid van God in het OT' geeft prof. Peels rekenschap van de wijze waarop hij naar de Bijbel luistert; hij maakt daarbij allerlei behartigenswaardige opmerkingen. Pas op voor een aangepaste canon. Probeer het totaalgeluid op te vangen. Laat de Bijbel(tekst) uitspreken!
Dit vraagt geduld en oefening.
Goedkope kritiek is wel succesvol, maar niet eerlijk. Uitgangspunt is wel dat de Bijbel Gods Woord is, maar niet in die zin, dat het Woord kant en klaar uit de hemel is komen vallen zoals bijvoorbeeld de Koran. God is met zijn spreken en handelen de geschiedenis ingegaan. Hij heeft niet alles in één keer gezegd. Er is een voortgang in de Openbaring. Een voorbeeld van een dergelijke voortgang vinden we op bladzijde 124 en 125. Gods heiligheid die met name in en rondom de tijd van de Babylonische ballingschap een steeds meer positieve klank en kleur krijgt.

Verberging
Naast openbaring is er echter ook sprake van verberging. Er is een verberging in toorn, maar er is ook een verberging zonder oorzaak waarbij de auteur naar het boek Job verwijst. Ik vraag me wel af of dat nu het thema is van dat Bijbelboek? Het blijft echter waar dat wij de HERE God mogen kennen betekent nog niet dat wij Hem altijd en overal 'doorhebben'. De eerste hoofdstukken bepalen je er sterk bij dat God de geheel andere is.
Ik las ergens de uitspraak dat over God zelfs de waarheid zeggen een gevaarlijke onderneming is. We zijn dus gewaarschuwd.

Wraak en toorn
Vervolgens bespreekt de auteur allereerst Gods naijver, wel genoemd de actieve kant van Gods heiligheid en vooral positief gericht op het herstel van het verbond. Hoofdstuk 5 en 6 zijn gewijd aan de wraak van God en de roep om die wraak. Bij wraak denken wij al gauw aan eerwraak en wraakzucht in elk geval aan iets negatiefs, getuige het Vlaamse spreekwoord: 'Wraak is honing in de mond, maar vergif in 't hart'. In de taal van de Bijbel heeft het begrip 'wraak' echter bij uitstek een positieve betekenis, in de zin van rechtshandhaving en rechtsherstel. Waar recht en gerechtigheid in gedrang komen, richt het laatste sprankje hoop zich op de wraak van God. Hoofdstuk 7 gaat over de toorn van God en die toorn is als het erop aankomt niet maar een pedagogisch verschijnsel, maar werkelijkheid.
Als God toornt is het menens.
Gelukkig is het echter, aldus de auteur, geen wezenskenmerk van God! De HERE heeft zelfs een complete verzoeningsdienst ingesteld om Zijn volk te behoeden voor de werking van Zijn toorn! De gerichtsprediking van de profeten is dan ook één grote lokroep tot omkeer, geboren uit trekkende liefde van Gods kant. Kan van Gods naijver worden gezegd dat het de actieve zijde is van Zijn heiligheid, zijn toorn is de keerzijde is van zijn liefde. 'De spits van de vlam zijner liefde' (J.H. Gunning). Aan het kruis op Golgotha blijkt tot in het uiterste wie God is: toorn en liefde zijn daar één.

Heiligheid en vergeving
Hoofdstuk 8 handelt over Gods heiligheid, wel eens het meest typerende 'begrip' genoemd van heel het oudtestamentische godsgeloof! Gods heiligheid markeert de oneindige afstand tussen God en mens. Hij is totaal anders dan al het geschapene. Een bron van schrik. Wie kan bestaan voor deze heilige God? (Ps 76: 8). Het roept het besef wakker van eigen zondigheid.
Daarom is Gods heiligheid ook vaak de oorzaak van het gericht en tegelijk is het een bron van vreugde.
Aan Gods heiligheid is te danken dat het volk Israel niet ten onder is gegaan in de ballingschap en dat er een nieuwe wereld mag worden verwacht.
Tenslotte Gods vergeving.
Daarmee is in zekere zin de cirkel van dit boek weer rond. Het begon met de vraag: Wie is als Gij? Een vraag die ontleend is aan het lied van Mozes in Exodus 15. En uit de directe context blijkt dat deze vraag voortkomt uit een diep besef van Gods toorn en van de vernietigende kracht over zijn vijanden.
Tegelijk komt diezelfde vraag ook voor in Psalm 35: 9 en 10 'maar mijn ziel juicht in de HERE, jubelt in zijn verlossing; al mijn beenderen zeggen: HERE, wie is als Gij, die de ellendige redt van wie sterker is dan hij, en de ellendige en de arme van wie hem berooft?' Daarin klinkt diezelfde vraag weer anders. Jawel, God is een God die zich verbergen kan, naijverig is, berouw heeft, zich wreekt in heilige toorn, maar Hij is nog veel meer de God die zich in grote ontferming tot de mens wendt en hem graag vergeeft.
Dat is wel kenmerkend voor Israëls God. God is liefde en die liefde leren we niet pas in het Nieuwe Testament spellen. Gods wil tot vergeven wordt al op de eerste bladzijden van het Oude Testament openbaar.
Echter, vooral op Golgotha komt ten diepste uit wie God is voor mensen als wij. Inderdaad wie is een God als Gij?

Dr. H.G.L. Peels, Wie is als Gij?
Schaduwkanten van het Oudtestamentische Godsbeeld.
Boekencentrum, Zoetermeer, 2007.
148 pag. € 12,90.

Ds. Jan Winter is predikant van de NGK in Wezep.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief