Christelijke levenswandel

1985-05-24
  • Jaargang 29
  • nummer 21
De goede oude tijd
Bent U ook van mening, dat we in een slechte verdorven tijd leven? Was het vroeger, toen WIJ jong waren, niet veel beter? Sla de krant maar eens op. Gewelddaden, moorden, verkrachtingen verruwing van zeden. Alles mag tegenwoordig. En dan die jeugd. Dat is helemaal erg. Drank, drugs, discotheek, vrije liefde enz.

Zo kunnen de ouderen de hele avond onder elkaar zitten Magen met het gevoel, dat zij eigenlijk veel te goed zijn voor deze tijd. Misschien hebben ze nog wel de gedachte dat ze een christe1ijk gesprek voeren ook. Nu is het vergelijken van het heden met het verleden een moeilijke zaak.
Was het vroeger wel zoveel beter? De jeugd was vroeger lang niet zo slecht, zo wordt wel beweerd.
Alleen maar, dat heeft men de eeuwen door gezegd.
Toen ik jong was, zei men ook, dat de jeugd vroeger beter was. En mijn vader heeft hetzelfde gehoord. En ga zo maar door. 20 lang de mensheid bestaat, praat men al over die goede oude tijd. We lezen er al van in de Bijbel. In Prediker 7 staat te lezen "Zeg niet: hoe komt het, dat de vroegere tijden beter waren dan deze. Want niet uit wijsheid zoudt gij aldus vragen."
De Bijbel geeft zelf bepaald niet de voorstelling, dat het vroeger beter was. Geregeld lezen we, dat de kinderen wandelden in de zonden van de vaderen. Maar daar is in onze tijd toch veer zedelijk verval? Dat valt niet te ontkennen. Het is echter' een vergissing te menen, dat dit iets specifieks van deze tijd is. Dat zedelijk verval openbaart zich de ene tijd anders dan de andere tijd. Zo gebeurt het nu veel openlijker dan aan het begin van deze eeuw. Door de moderne communicatiemiddelen weten we nu ook veel beter wat er allemaal gebeurt. Wel is onze "christelijke wereld" thans veel kleiner dan vroeger. Daar staat tegenover, dat een christelijke levenswandel nu veel minder vanzelfsprekend is geworden en daardoor moet er meer bewust gekozen worden.
Vergelijking met vroeger, waarbij het heden er slecht afkomt heeft dan ook weinig nut.

Wetticisme
Vroeger hoorde je veel waarschuwen tegen wereldgelijkvormigheid. Daar hoor je in deze tijd niet zo veel meer over. Is dat geen achteruitgang? De Schrift waarschuwt ons toch voor wereldgelijkvormigheid. Rom. 12 : 2: "En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld...".
De moeilijkheid is, dat deze term zo vaak op een onjuiste wijze gebruikt wordt. Er wordt vaak wettisch en dus werelds mee gewerkt. Je was wereldgelijkvormig, als je bepaalde dingen deed, die in die tijd verboden waren. Wanneer je je daarvan maar onthield was je niet wereldgelijkvormig.
In de praktijk liep het vaak uit op een stuk conservatisme.
In de loop der tijden zijn er heel wat regels geweest, die je als maatstaf voor het al dan niet wereldgelijkvormig zijn gebruiken kon. Vroeger waren vooral de strenge "sabbatsgeboden" van belang. Heel veel dingen mocht je op zondag niet doen.
Zo was er in het begin van deze eeuw in Zeeland geen groter zonde dan op zondag wandelen.
Mijn vader, die in die tijd predikant in Meliskerke was, heeft 'heel wat menselijke geboden durven overtreden, maar wandelen op zondag heeft hij nooit durven doen. Niet omdat God dat verbood, maar omdat hem dat belet zou hebben zijn werk als predikant te verrichten. Wanneer je op de dag des Heren wandelde, moest je wel een onbekeerde zijn, zo zei men.
Ook het gedrag in de kerk is voorwerp van veel geboden en verboden geweest. Hoe 'lang heeft het niet geduurd, voordat de vrouwen "met een gedekten hoofd" in de kerk mochten zitten.
Dat is althans in onze kerken sterk veranderd. Niet ritmisch zingen, geen nieuwe vertaling lezen, geen nieuwe berijming gebruiken zijn ook lang toetsstenen geweest. Op dit moment is het niet zingen uit het Liedboek voor sommigen helaas ook een toetssteen.
Op het gebied van de mode heeft men het vaak gezocht in het enige jaren achterblijven bij de mode. Bij predikanten is dat nog wel eens het geval. Ik herinner me nog, dat er voor het eerst in de kerk door dames lichte kousen gedragen werden. Velen spraken toen hun afkeuring uit over die "vleeskleurige" kousen. Ook de lengte van de japon is lang een kenmerk geweest. Nu nog zijner veel christenen, die zich ergeren aIs vrouwen in plaats van een rok een broek dragen.
En dan de haarmode. Lange tijd is kort haar bij. meisjes een beletsel geweest om belijdenis te doen. Dat alles zag men als kenmerken van wereldgelijkvormigheid.
Vermoedelijk speelt hier ook een stuk heimwee mee naar de tijden van weleer, toen alles, naar men meende beter was.
In 1946 is er in Zwolle een cultureel congres van vrijgem. gereformeerden gehouden. Wanneer je nu het verslag nog eens naleest, treft het je, dat men veel sprak over dingen, die niet geoorloofd zouden zijn. Toneel, speelfilms, padvinderij, lezen van detective romans, luisteren naar de Mattheus Passion, reizen van militairen en predikanten met de trein op zondag e.d. Toch is het lijstje van verboden in de loop der jaren wel kleiner geworden. Ds Overduin vertelt in "Is geloven moeilijker dan vroeger", dat in 1950 ouderlingen, die op huisbezoek gingen, altijd nog een vrij vast lijstje hadden om kerkleden te ondervragen: dansen, toneel, bioscoop, neutraal georganiseerd, een neutrale krant. In de zwaarst gereformeerde gemeenten komen nu nog de volgende zaken op het lijstje voor: inenten, verzekeren, tv, radio, de bruid in het wit, voetballen en zelfs vrouwen met korte haren.
Bij een bezoek aan de Ver. Staten, enkele maanden geleden, viel het mij op, dat velen t.a.v. de zondag erg soepel waren. Sport beoefenen op zondag was vrij normaal. Bij velen van hen was echter het roken en het gebruiken van alcohol weer een teken van wereldgelijkvormigheid.
Het lijstje van verboden wordt echter overal kleiner. Wat moet "Ons lijstje zijn om wereldgelijkvormigheid tegen te gaan?

Het gaat om ons hart
Het bezwaar tegen al die geen verboden is, dat men vergeet wat nu eigenlijk wereldgelijkvormigheid is. De geboden, die werden opgesteld zijn vaak tijd en plaats gebonden. Vandaar dat de meeste op den duur wel weer verdwijnen. Echter wereldgelijkvormigheid is echter een geestelijk probleem.
Het opstellen van ge- en verboden en daaraan jezelf en vooral ook anderen toetsen is een populaire bezigheld. De Schrift vertelt ons er al van. Wanneer de .Farizeeërs met hun geboden bij Jezus komen, prikt hij er zo maar doorheen. Al komen ze allerlei voorschriften keurig na, hen ontbreekt de zelfovergave aan God.
Rom. 12 vertelt ons over wereldgelijkvormigheid in de volgende bewoordingen: "wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken". Populair gezegd: leef niet naar het schema, het patroon van deze wereld, maar ondergaat een gedaanteverandering door de vernieuwing van uw denken.
Het gaat hier om andere zaken dan het vasthouden aan oude gewoonten. We moeten nieuwe mensen worden, Burgers van het rijk van God hebben een eigen levensstijl.
Bij wereldgelijkvormigheid gaat het over ons hart. Nu is het waar, dat bepaalde gedragingen symptomen zijn van wereldgelijkvormigheid. Het zien van bepaalde films en het bezoeken van 'bepaalde gelegenheden 'kan teken zijn van geestelijke leegheid. Het gaat primair' over onze verhouding tot God, tot de mensen en tot onszelf. De rijke jongeling wilde wel wat doen. Dat meende hij eerlijk. Maar Jezus brengt hem tot de kern: Wie bent u?

De Bergrede
Wij willen zo graag vaste gedragsregels hebben. Dan weet je precies waar je aan toe bent, Je slaat het wetboek van God maar op en je weet nauwkeurig wat je doen moet. Erg eenvoudig. Je krijgt dan wat dr B. Goudzwaard eens het verschijnsel van "silhouetchristenen" noemde.
Een silhouet krijg je, wanneer je een stuk papier neemt en in het midden een stuk uitknipt. Het schaduwbeeld dat dan overblijft, geeft de omtrekken aan van wat uien heeft willen uitbeelden. Op die manier. zo schreef Goudzwaard, hopen veel christenen hun christen-zijn kenbaar te maken.
Ze knippen uit hun leven alles wat ze niet mogen doen. Ze bezondigen zich niet aan uitspattingen.
Ze blijven niet uit de kerk weg. Ze sturen hun kinderen niet naar de 'openbare school enz. Wat nu na al dat knipwerk overblijft, dat is, zo menen zij, een christen. Maar Jezus geeft ons juist geen in onderdelen omschreven gedragsregels. Jezus wil geen slaven, Hij wit dat wij vrije kinderen van God zullen zijn, die in vrijheid, met onze liefde tot God, als basis op eigen verantwoordelijkheid besluiten, hoe we van geval tot geval moeten handelen. God wil ons helemaal. Alles staat ter onzer beschikking. God geeft ons geen wetmatige voorschriften.
In de Bergrede laat Jezus ons door illustraties zien hoever het gebod van de liefde kan gaan.
Deze illustraties zijn geen nieuwe geboden. Hij geeft, zo schreef dr H. Ridderbos (De komst van het Koninkrijk, blz. 270), dieptedoorsne1en van de geopenbaarde wet Gods. Men heeft wel geprobeerd de Bergrede 'om te zetten in een soort wetboek van strafrecht. Daarmee wordt de ware bedoeling van de Bergrede echter miskend.
Christus geeft hier voorbeelden van wat het betekent om onder zijn heerschappij te leven.

Nieuwe mensen
Paulus beroept zich in Rom, 12 niet opeen ouderwetse en evenmin op een vooruitstrevende mentaliteit. Hij beroept zich op de barmhartigheden van God, die we hebben leren kennen in het hoogste offer op Golgotha.
Daar hebben we immers alles aan te danken. Daaruit moeten we leven en denken.
Christus moet in ons gestalte krijgen. Zijn Geest moet in ons wonen. We moeten andere mensen worden met een nieuwe mentaliteit.
Dan ontdekken we hoe egoïstisch we leven. Dan zien we, dat we er weinig van. terecht brengen. Dan huiveren we voor het zedelijk verval. Dan deinzen we niet terug voor de spot en de haat van anderen. Dan zijn we bereid om Christus' wil ons kruis op ons te nemen.
Dat is niet zo gemakkelijk. We zullen vaak struikelen, maar we staan ook weer op. We worden niet moedeloos, als we zien hoe moeilijk het gaat.
We moeten blijven vertrouwen, dat we eens Christus gelijkvormig zullen zijn. We zullen gaan lijken op onze Heiland. De Bijbel geeft ons daar een treffend voorbeeld van Johannes, de apostel des Heren, kreeg van Jezus de bijnaam “zoon des donders", omdat hij en zijn broer Jacobus vuur uit de hemel wilden doen neerdalen om onwillige Samaritanen te verteren. Deze "zoon des donders" werd later de apostel der liefde genoemd. Hij ging steeds meer op zijn Meester lijken. Je kon aan Johannes zien wie zijn Vaderen wie zijn Broeder was.
Wanneer we zo nieuwe mensen geworden zijn, krijgen we een helder inzicht en fijngevoeligheid om te onderscheiden waarop het aankomt. "Dan zult u rein en onberispelijk zijn tegen de dag van Christus."

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief