Afscheid van een examenklas
1985-05-24
Allereerst wens ik jullie van harte succes bij het examen. Ik hoop dat niemand zich tevreden zal moeten stellen met de schrale troost die Tollens bood in verband met de overwintering op Nova Zembla: Men rekent de uitslag niet, maar telt het doel alleen!- Jaargang 29
- nummer 21
In de loop van de tijd zijn jullie er wel wat aan gewend dat de lessen Nederlands af en toe een beetje springerig verlopen. In het algemeen 'hebben jullie dat heel welwillend geaccepteerd en jullie hebben mij ook wel eens weer geholpen op het goede spoor te komen als ik vroeg: "Waar hadden we het eigenlijk over?"· Didactisch was dat misschien niet altijd de beste methode maar de uitkomst ervan was meer dan eens verrassend, zowel voor jullie als voor mij. En verveling is de ergste bedreiging op school! Ik wil dan ook dit afscheid enigszins in die trant laten verlopen. Vertier zijn jullie ermee vertrouwd geraakt dat er allerlei citaten en gedichten over je worden uitgestrooid; het zou jammer zijn met die traditie te breken.
Daarom leg ik je eerst een gedicht voor van C. J. Kelk zodat je even bepaald wordt bij de betrekkelijkheid van veel zaken, zélfs van zaken als een carrière op school of in de maatschappij:
Het rechte rugje
Het rechte rugje van zijn kinderjaren
raakt menigeen zijn leven niet meer kwijt.
't Weerbarstig kuifje slecht gekleurde haren
is nauwelijks vatbaar voor de tand des tijds.
Het schoolse schrift, de welverzorgde handen
beklijven en met rekenen blijft het gaan ...
O, konden wij eens ruilen met elkander
en zorgeloos in eens anders schoenen staan.
Ik zou zo graag dan Casanova wezen
of Don Quichotte of De Dikke Man
of iemand die een afschuw heeft van lezen,
maar daarentegen goed chaufferen kan.
Verrassend was het voor sommigen ook dat de leraar Nederlands een stuk Engels op hun tafel deponeerde: een afscheidstoespraak uit Hamlet. Dat ik ook nog de moed opbracht dat vóór te lezen, was meer een bron van vermaak dan tot lering, ik weet het. Maar ik herinner nog eens aan dat éne zinnetje:
The friends thou hast, and their adeption tried,
Grapple them to thy soul with hoopsof steel!
(De vrienden die je hebt en die bewezen hebben dat ze je toegewijd zijn klem die aan je ziel met banden van staal.) Echte vriendschap is iets om héél zuinig op te zijn. Via die vrienden kom ik bij het volgende gedicht van Simon Vestdijk: het past bij een gelegenheid als deze:
De oudste vrienden
Als jaren komen, kan het uur bedanken.
Op school gelden slechts uren: vriendschap, twist,
En de verveling die ons vergewist
Dat wij saamhorig zijn als de schoolbanken.
Dan komen jaren; ook al vielen Franken
En Slag bij Nieuwpoort in de boekenkist
Maar als men eens in 't jaar de brieven mist,
Die niet meer komen, dan gaat 't jaar bedanken.
En dan geldt weer de oudste muntstandaard:
Minuten, zoet herleefd, nooit opgespaard,
Of die verstrooid tussen de scherven liggen:
Een pot lijmt men wel saam, geld is te sparen,
Maar uit minuten kunnen stenen biggen
Geen uren zaamlen, of uit uren jaren.
Toch is het bovenstaande allemaal nog wat te afstandelijk. Ik wil eigenlijk ook een beetje persoonlijker worden en daarom beken ik dat" ik me aardig goed kan vinden in wat Ida M. Gerhardt eens heeft geschreven:
Karakter
Wanneer ik eenmaal mijn pensioen zal halen
en 't stadje laten waar ik leraar was,
dan zal, als ze mijn gage uitbetalen,
mijn hart zijn overstempeld als een pas.
Het kleinste kind zette er initialen,
Zijn onuitwisbaar merk iedere klas;
soms tekens die geen stervling zal vertalen.
"Karakter", kinderen, betekent: kras.
Het zij zo – Maar ik raak in alle staten,
als pedagogen zo hartroerend praten
van wat één leraar aan de kinderen geeft.
Zo God het wil, zet hij in alle klassen
zijn stempel- mooi of lelijk - in de passen
Maar het is hij die duizend stempels heeft.
Ik ben dankbaar voor het feit dat we deze cursus weer samen ons werk hebben kunnen doen. Van mijn stempel in jullie passen heb ik niet zo'n hoge dunk. Toch heb ik op mijn manier wel geprobeerd jullie iets mee te geven, zoals ik ook van jullie wel het een en ander gekregen heb dat de moeite waard was. Verscheidene keren hebben wij met de bijbel op tafel eerlijk en open:met elkaar mogen praten. Misschien waren dát wel de momenten waarop wij elkaar het best een beetje leerden kennen. Niet iedereen deed daarbij zijn mond open, sommigen van jullie hadden nog wel eens moeite met de dingen die wij bespraken. Maar ik hoop dat ju[He allemaal nog eens tot die belijdenis zullen komen waarover we de laatste keer spraken: CHRISTUS IS HEER! Ik hoop dat jullie dáármee het leven door zullen gaan. Dat zal dan ook iets van je vragen. Je zult ervoor moeten stáán. Maar het zal je de kracht geven die je nodig hebt, ook voor het allerláátste examen! Zie hier mijn afscheid van jullie als klas. God zegene jullie allemaal. En tenslotte, ik kán het niet laten nog eens Hadewijch te citeren: VAERT WEL ENDE LEVET SCONE!