Zingen in de kerk

1985-05-31
  • Jaargang 29
  • nummer 22
Verwacht in deze "notitie" geen documentatie betreffende de aard en de oorsprong van onze kerkzang. Vorig jaar heeft H. R. S. v. d. Veen er een aantal artikelen over geschreven in "Opbouw". Dan is verder nog voor menigeen bereikbaar het boek van D. W. L. Milo, "Zangers en speellieden" en dominee heeft uiteraard het "Compéndium van achtergrondinformatie... bij het liedboek". Uit zulke boeken en geschriften heb ik begrepen, dat het onjuist is om te denken, dat onze psalmen gedicht zijn op wijsjes van ordinaire volksliedjes. Dat was wél het geval met de eerste psalmberijming in ons taalgebied, de "Souterliedekens". Psalm 150 uit dat boekje moest, ik noem maar een voorbeeld, gezongen worden op de wijs van "Die bruid en wou niet te bedde" en het laat zich vermoeden dat dit geen verheven lied was. Maar de psalmwijzen van Calvijn, zal ik maar zeggen, in het psalmboek uit Straatsburg en Genève, waren origineel. Wel met verwantschap aan het gregoriaans en andere bekende klanken, maar, zo schreef, meen ik, Milo al, de componist Louis Bourgeois had teveel formaat dan dat hij plagiaat pleegde. Al vond men dat vroeger minder' erg dan thans. (Zie Compendium, blz. 10, art. van A. G. Soeting).
Zulke dingen lezende krijg ik diep respect voor de gereformeerde kerken van Straatsburg enGenève. Wat een veranderingen met die dominee Calvijn. Om te beginnen moet je zingen en dat hoefde je in de pauselijke kerk niet. Er zullen mannen te over zijn geweest, die gewoon geen zin hadden om in de kerk te zingen. Als je dat nooit gewend bent geweest! Zouden ze toen ook al gezegd hebben: Van mij hoeft het niet? Om dan de kaken op elkaar te houden? Maar Calvijn zette door. En dan te bedenken, dat je zingen moest op totaal nieuwe en onbekende melodieën en met woorden die je nooit eerder gezongen had.
Maar het schijnt dat het lukte met die gemeenten. Wat zijn we dan later moeilijk gaan doen. Ik heb nog wel verzet meegemaakt tegen het "ritmisch" zingen en tegen de 29 gezangen. Het is al weer lang geleden. En bedenk nu eens, dat K. Schilder hoog geëerd is in ons Israël en die sprak in 1927 in een dik boek de banvloek uit over de berijming van 1773. Wie vreesde en beefde voor de Heilige Geest zou geen moment langer vrede kunnen hebben met dat staatscreatuur, dat zich vergrepen heeft aan de psalmen. Wie niet ijverde voor een nieuwe berijming miskende Gods openbaringswoord. In zulke termen schreef Schilder, maar hoe moeilijk doen sommigen afstand van die staatsberijming.
Wat kost het hier en daar een strijd of wat vereist het een voorzichtig lavéren om allerlei klippen te omzeilen. Daarom verwonder ik me zo over die kerken in Straatsburg en Genève. Daar konden ze blijkbaar met een geheel schone lei totaal nieuw beginnen, omdat ze van hun voorgangers accepteerden dat het beter kon en dus beter moest. Niet omdat een organist en een dominee hobbyisten zijn op dit gebied, maar omdat je lofzang aan God toch wel goed wezen moet.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief