De tijd, dat de Israëlieten in Egypte gewoond hadden, was 430 jaar
1985-05-31
Deze woorden lezen we in Ex. 12 : 40. Het volgende vers luidt: "En na 430 jaar, juist opde dag af, gingen al de legerscharen des Heren uit het land Egypte".- Jaargang 29
- nummer 22
Hebben de Israëlieten werkelijk een zo lange periode in dat land vertoefd? Indien we de toelichting DP deze verzen in de diverse verklaringen (o.a. K.V. "Exodus" uitg. 1951 en 1964) lezen, zouden we de vraag - hoewel met enig voorbehoud - vooralsnog bevestigend moeten beantwoorden.
Met enig voorbehoud
Met enig voorbehoud, want er was een moeilijkheid waarvoor nog geen goede verklaring was gevonden. Immers Paulus schreef, in Gal. 3 : 16-17: "Nu werden aan Abraham de beloften gedaan... ; de wet die 430 jaar later is gekomen... " Voor Paulus lag het beginpunt van de periode van 430 jaar bij het moment, dat de Here Abrahamop 75-jarige leeftijd riep (Gen. 12 : 1-4), en het eindpunt bij de wetgeving. We hebben derhalve 2 schriftgegevens die niet met elkaar overeenstemmen. Blijkbaar omdat Paulus teruggreep op een oudere tekst dan voor onze huidige vertaling is Gebruikt. Er waren echter belangrijke redenen om het getal 430 in Ex. 12 : 40 en 41 voor het enig mogelijke te houden. Ds M. R. van den Berg sluit zich hierbij aan. In zijn boek ,;De Regisseur, de spelers en het grote spel" schrijft hij op blz. 19: '"Tussen het moment waarop God die belofte aan Abraham gaf en het moment waarop die belofte vervuld werd, lag een periode van ruim 600 jaar (nl. een deel van Abrahams leven, het leven van Izaäk, het leven van Jakob, een periode waarin Israël in Egypte niet verdrukt werd, 400 jaar verdrukking en 40 jaar in de woestijn). Ruim 600 Jaar: dat is geen kleinigheid. In het begin hebben we bij de vraagstelling al laten blijken, dat we geen vrede hebben met een bevestigend antwoord ..
We moeten de Bijbel geschikt lezen. Maar is dat altijd mogelijk?
Kunnen we bij de Bijbelstudie steeds ervan uitgaan, dat we de juiste vertaling voor ons hebben?
Indien niet, dan komen we - met de beste wil om de Bijbel geschikt te lezen - niet verder en blijft de oplossing van een vraagstuk door Schrift met Schrift te vergelijken meestal onbereikbaar.
Zoals we zagen bij het lezen van Ex. 12: 40 en 41 en daarnaast Gal. 3: 16 en 17.
Vertalingen
Dr H. W. van Gispen schreef in de K.V. bij de eerstgenoemde verzen het volgende: "De vertaling der zeventig leest: ‘in Egypteland en in het land Kanaän 430 jaar'. Ook de Samaritaanse codex van de Pentateuch leest, evenals sommige handschriften van LXX: 'en de tijden van het wonen der Israëlieten en van hun vaderen', terwijl de Sam. codex achter 'Egypte' in vers 40 ook 'in Kanaän' heeft. Zowel LXX als Sam. Pent. laten dus de 430 jaar slaan op het verblijf in Kanaän van Abraham af en in Egypte. Vergelijking met Gen. 12: 4, 21: 5, 25: 26; 47 : 9 leert, dat men dan voor het verblijf der patriarchen in Kanaän 215 jaar en voor dat van de Israëlieten in Egypte 215 jaar krijgt. Dit is voor het verblijf in Egypte, ook blijkens het in vers 37 opgegeven getal, veel te weinig.
Gen. 15 : 13 spreekt van 400 jaar in Egypte. Zo ook Hand. 7 : 6. Paulus schijnt in Gal. 3 : 17 de berekening van Sam. Pent. en LXX te volgen, evenals Iosephus en vele oude Joodse en Christelijke uitleggers, o.a. Eusebius, Augustinus, Calvijn". Jammer dat dr Van Gispen het voorbeeld van Paulus niet heeft gevolgd. Wie kon het nu beter weten dan Paulus, opgeleid aan de voeten van Gamaliël, de vermaarde schriftgeleerde? Maar we kunnen wel begrijpen, dat vers 37 een onoverkomelijke hindernis was. We lezen daar: "De Israëlieten dan trokken van Ramses naar Sukkoth, ten getale van ongeveer ze honderdduizend te voet, alleen de mannen, zonder de kinderen". Het was immers onmogelijk, dat Jakob en zijn 70 zielen in 215 jaar waren uitgegroeid tot een volk dat zo'n legermacht op de been kon brengen.
'Duizend'
We moeten hierbij in rekening brengen, dat de K.V. "Exodus" 2e herziene druk in 1951 werd uitgegeven. In datzelfde jaar vond Prof. B. Holwerda de oplossing voor het Hebreeuwse woord 'duizend' nl. familiegroep, clan en - in militair verbandvendel. Er is in vers 3.1 aldus sprake van 600 vendels en in totaal van 6 à 7000 mannen. Een aantal dat na een verblijf van 215 jaar in Egypte verklaarbaar is. "Cijfers zijn niet als zodanig van belang,. maar wel is het nuttig om precies inzicht te hebben in de verhoudingen om de Bijbel te begrijpen". (Prof. Holwerda in een lezing op 13-10-'51 te Rotterdam-C. gehouden).
Wanneer we nu gebruik maken van Paulus' kennis van de oude boekrollen en hetgeen Prof. Holwerda als oplossing voor het getal 'duizend' heeft aangegeven, dan komen we al dichter bij de mogelijkheid Ex. 12: 37, 40 en 41 in samenhang met Gal. 3 : 16 en 17 geschikt te lezen.
Vers 37
"Daarna trokken de Israëlieten op van Ramses naar Sukkoth, ongeveer 600 vendels, ongerekend de kinderen".
Vers 40 en 41
"De tijd, dat de Israëlieten in Egypte en Kanaän gewoond hadden was 430 jaar. En na 430 jaar, juist op de dag af, gingen al de legerscharen des Heren uit het land Egypte".
Uit Paulus' woorden mogen we vernemen wanneer de periode van 430 jaar precies is ingegaan.
Het is dan duidelijk 'dat de patriarchen 215 jaar 'in Kanaän hebben gewoond. Immers in Gen. 12:4 lazen we dat Abraham 75 jaar oud was toen de Here hem riep.
En verder:
Gen. 21 : 5 - Abraham was 100 jaar toen Isaäk werd geboren: 100 - 75 = 25 jaar
Gen. 25 : 26 - Isaäk was 60 jaar toen Esau en Jakob werden Geboren = 60 jaar
Gen. 47 : 9 - Jakob was 130 jaar toen hij voor Farao stond = 130 jaar
Totaal = 215 jaar
Voor het verblijf van Israël in Egypte rest dan een gelijk aantal jaren.