Geen knieval voor de duivel
1985-05-31
Heksenjachten zijn de wereld nog niet uit. Dit keer zijn satanisch besmette platen het slachtoffer. Een Amerikaans onderzoek bracht aan het licht dat sommige popgroepen door middel van een vermommingtechniek teksten uit de sfeer van de duivelsverering verbergen in hun muziek. Deze teksten zijn - Jaargang 29
- nummer 22
alleen herkenbaar als je de platen achterstevoren afluistert,
maar onderbewust zouden ze toch werken en de luisteraar aanzetten tot depressie, wanhoop en (zelf )destructie.
De cassette van Stichting Moria over dit onderwerp maakt voldoende hard dat we inderdaad te doen hebben met opzettelijk occulte boodschappen. Teksten als 'I love Beelzubul' of 'He is the nasty one, Christ you are infernal. Everyone who has the mark (van het beest) on him lives' liegen er niet om. Dit gaat verder dan een onschuldige grap. De conclusie van Stichting Moria windt er geen doekjes om: weg met. die vergiftigde rommel. De meeste reacties in de pers doen niet veel meer dan deze hetze tegen de pop een beetje belachelijk maken, maar echte argumenten tegen de vermoedde kwalijke werking worden niet aangedragen. Mijn eerste reactie was liever te voorzichtig te zijn dan overgeleverd aan duistere krachten. Een gewaarschuwd mens telt voor twee. De duivel bestaat en we moeten zijn macht niet onderschatten. Toch bevredigde me dat niet. Ik ging me afvragen wat voor weg de Bijbel ons wijst ten aanzien van dit soort satanische hinderlagen. We zijn met het wetenschappelijke denken het zicht op de duivel zo zeer verloren, dat ons het bijbelse spreken over de werkwijze en de .macht van de duivel niet meer duidelijk voor ogen staat. Het bijbelse antwoord kan echter geruststellenden bevrijdend werken. Er blijkt onnodig angst gezaaid.
Maar één God
De Bijbel laat geen enkele twijfel bestaan over de begrensde reikwijdte van de macht van de Satan. Nergens wordt gezegd dat we, als we God zoeken, bang moeten zijn voor de duivel, voor afgoden of machten. De Bijbel maant niet eens tot voorzichtigheid, maar wijst de duivel zonder pardon zijn plaats. In Col. 1 : 16 lezen we dat alle dingen, die in de hemelen en op de aarde zijn, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij' machten door en tot Hem geschapen zijn. Ook de machten van de duisternis moeten voor hun Schepper buigen.
Aan de hand van 1 Cor. 8 : 4-6 kunnen we verder uitwerken wat deze ondergeschiktheid van de kwade machten voor ons betekent in de omgang met door duivelsverering besmette zaken. Deze verzen stammen uit de context van het toenma1ige meningsverschil over het eten van het vlees van afgodenoffers. De vrees bestond dat men door het eten van dit vlees meegesleurd werd in de afgodendienst. Paulus antwoordt hierop: "Wat nu het eten van offervlees betreft, wij weten, dat er geen afgod in de wereld bestaat en dat er geen God is dan Eén. Want al zijn er ook zogenaamde goden, hetzij in de hemel, hetzij op de aarde - en werkelijk zijn er goden in menigte en heren in menigte - voor ons nochtans is er maar één God, de Vader, uit wie alle dingen zijn en tot wie wij zijn, en één Here, Jezus Christus, door wie alle dingen zijn en wij door Hem".
Er zijn goden in menigte, maar er is maar één God, de Schepper. Bovendien zijn alle dingen "door Jezus Christus", wat inhoudt dat Christus de met de zondeval door het kwaad aangetaste wereld door Zijn kruisdood weer met Zich verzoend heeft (Col. 1:20). Elders staat het zo: "Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, opdat Hij de werken des duivels verbreken zou" (1 Joh. 3: 8). Ook wij zijn "door Christus", zegt het slot van de geciteerde passage, waar aan toegevoegd kan worden: "wij zijn uit God, wij hebben hen (de wereldgeesten) overwonnen, want Hij die in ons is, is meerder dan die in de wereld is" (1 Joh. 4:4).
Vrijmoedigheid
Deze verzen spreken klare taal: de duivel heeft niet zo maar macht over ons. We kunnen vrijmoedig in deze wereld rondwandelen. Dat is dan ook Paulus' conclusie: Al wat in de vleeshal te koop is, moogt gij eten, zonder navraag te doen uit gewetensbezwaar, want de aarde en haar volheid is des Heren" (1 Cor. 10:25, 26). We mogen in volle vrijheid gebruik maken en genieten' van alles wat deze schepping ons biedt, want alles is van oorsprong goede scheppingsgave van God.
Voor al het tot nu toe gezegde geldt echter één groot voorbehoud, namelijk dat we er wel op uit moeten zijn om God met heel ons hart te dienen. Daarom zegt Paulus ook met betrekking tot het offervlees: ontvlucht de afgoderij, doe niet mee met het dienen van afgoden (zie 1 Cor. 10: 14-22). M.a.w. we zijn totaal op de verkeerde weg als we het offervlees zouden eten met de intentie om die afgod te eren. Dan is het wel taboe. Maar hebben we die gezindheid niet, dan staat het ons vrij om het te. eten en hoeven we niet. bang te zijn voor de valstrikken van de duivel.
Voorop staat dat we in de omgang met de wereld om ons heen gericht zijn op God, op het goede en niet op het kwade, dat wil zeggen dat we bezig zijn onder dankzegging en ter ere Gods (1 Cor. 10:30,31). Alvorens de brug te slaan van deze bijbelpassages naar de popmuziek, wil ik nog twee teksten noemen, die de reeds geciteerde verzen aanvullen en bevestigen. Als eerste: "Onderwerpt u dus aan God, maar biedt weerstand aan de duivel en hij zal u vlieden" (Jac. 4:7). Ten tweede Lucas 10: 19: "Zie, Ik heb u macht gegeven om op slangen en schorpioenen te treden en tegen de gehele legermacht van de vijand, en niets zal u enig kwaad doen".
Een karikatuurduivel
Ten aanzien van de omkeertechniek in de popmuziek mogen we de bijbelse lijn doortrekken en concluderen dat een christen niets van een dergelijke aanval in de rug hoeft te vrezen. Onzekerheid omtrent de mogelijke werking van dit omkeerprocedé komt voort uit een karikatuurbeeld van de duivel, waarbij enerzijds zijn macht wordt overschat, maar anderzijds de subtiliteit van zijn werkwijze wordt onderschat.
Tegen een overschatting kunnen we op bijbelse gronden inbrengen dat de duivel het in deze wereld niet voor het zeggen heeft. Bovendien kan hij de mens door onderhuidse beïnvloeding niet zo maar als een marionet naar zijn pijpen laten dansen.
Evenals God kan ook Satan niet heen om de vrijheid van de mens, wat wil zeggen dat de mens zelf keuzes maakt en dus bewust kan kiezen tegen de duivelen zijn invloedssfeer.
We onderschatten anderzijds zijn werk als we menen dat we met het vingertje kunnen wijzen naar de popmuziek als specifiek werkterrein van de duivel. Alsof je hem buiten de deur zou kunnen houden door je popplaten te vernietigen.
We moeten veel meer beducht zijn voor zijn alledaagse, subtiele en geniepige intriges, die verderf zaaien op alle terreinen van het leven, net zo goed in de klassieke muziek als in de popmuziek, ja zelfs in lofprijzingmuziek. Net zo goed in een romantisch Iiefdesliedje, dat liegt tegen de. waarheid door een zoetige vertekening van de liefde, als in de heavy metal met zijn' uitgesproken duivels teksten. Overal waar de waarheid en Gods wil met de mens geweld worden aangedaan, heeft de duivel zijn werk gedaan. en ligt hij op de loer met zijn verzoekingen.
Overal en altijd moeten we attent zijn op zijn invloed. Wat betreft de popmuziek. is het veel belangrijker ons te wapenen tegen openlijke leugens en verzoeningen dan bang te zijn voor een onderbewuste beïnvloeding door verborgen teksten.
Reserves inbouwen
We weten dat ook op het brede werkterrein van heel ons leven de duivel niet zal kunnen zegevieren, maar dat vraagt wel om onderkenning van zijn werk, om , strijd en veel verzoenende genade, Bij de ouderen en bij de kerk leeft vaak de angst dat hun kinderen het grote en diverse aanbod aan popmuziek niet kritisch genoeg zullen bekijken en daardoor op het verkeerde pad zullen geraken.
Het mag ouderen tot troost zijn dat jongeren zich vaak helemaal niet bewust zijn van al de kwade ideeën die achter de muziek steken, laat staan daar naar op zoek zijn. Ze vinden in popmuziek veeleer Iuistergenot, gezelligheid en ontspanning, bovenal een eigen taal, die hen samenbindt (zij het in groepen) en hun een identiteit verschaft. Ze moeten zich immers langzaam losweken van hun ouders en zijn daarom op een eigen ontdekkingsreis van de wereld en hen eigen ik. Dat is uitgelopen op een generatiekloof.
Zo'n kloof blijft alleen gehandhaafd als er geen brug wordt geslagen. Het is aan de ouders en de (jeugdleiders van de) kerk om te werken aan een overbrugging: om begrip op te bouwen voor de jongeren, kennis te nemen van hun cultuur, zich in te leven en mee te denken.
Vooral dit laatste is belangrijk. Willen we dat jongeren onderscheidingsvermogen en verantwoordelijkheidszin opbouwen, dan zullen we ze moeten begeleiden. Anders zijn ze aan de wolven overgeleverd. Het leidt tot niets om de jeugd het luisteren naar popmuziek te verbieden. Dat druist ook in tegen de vrijheid, die God voor de mens gewild heeft (zie o.a. Galaten 5 : 1). Maar jongeren moeten wel leren en er mee bezig zijn deze vrijheid op goede manier te hanteren. Als ouderen zelf eens hun oor te luister leggen in de wereld van de popmuziek, dan zullen ze ontdekken dat lang niet alle pop even slecht en verderfelijk is. Dat er zelfs positieve en opbouwende muziek onder is.
Christelijke jongeren zouden op zoek moeten zijn naar die muziek, die overeenstemt met hun christelijke levensvisie, hetzij uit het christelijke, hetzij uit het wereldlijke kamp. Dat vraagt om het inbouwen van reserves tegen onbijbels gedachtegoed en nee kunnen zeggen tegen muziek die een verkeerde invloed heeft. leder moet voor zich bepaalde muziek kunnen laten liggen, Als deze hem of haar onrustig, agressief of depressief maakt of hem tot gevangene maakt van sexuele verlangens. Anderzijds vraagt dit om speurzin naar het goede. Te denken valt aan Bob Dylan, Bruce Cockburn, T-Bone Burnett of D2 of ook aan de meer expliciet christelijke gospel-rock. Gelukkig doen steeds meer christenen van zich horen In de popcultuur. Ze geven gehoor aan hun roeping om het zout der aarde te zijn, in de wereld van de ontspannende muziek, juist daar waar de duivel reeds veel terrein voor zich gewonnen heeft.