Inbedding en diagnostiek
2008-05-09
In toenemende mate komen we in onze samenleving in aanraking met de wereld van het occulte. Het geestelijk vacuüm dat ontstaat door de teruggang van het christendom wordt gevuld door alternatieve geestelijke stromingen die niet zelden een occulte achtergrond hebben. Op school komen onze kinderen er via andere leerlingen mee in aanraking.- Jaargang 52
- nummer 10
Op televisie is het aan de orde van de dag. Gemeenteleden gaan naïef op zoek naar herstel bij genezers met een bedenkelijke achtergrond, zonder te beseffen uit welke bron deze genezers putten.
Alle reden om alert te zijn op signalen die duiden op occulte invloeden en te werken aan bewustwording. En verder om er voor te zorgen dat we binnen de eigen gemeente in staat zijn hierop te reageren, zodat we mensen niet hoeven door te sturen naar andere gemeenten of instellingen.
In het vorige nummer van Opbouw gaf ik een typering van wat bevrijdingspastoraat inhoudt. Ik benoemde daarin het belang van een goede inbedding in de overige pastorale zorg en het belang van een goede diagnostiek. In dit artikel een nadere uitwerking van deze twee thema's.
Vier benaderingen
De inbedding van het bevrijdingspastoraat in een breder pastoraal kader is nodig om gevaren van eenzijdigheid te vermijden. Voor een inzicht in dit bredere kader heb ik tijdens de colleges aan de studenten van de NGP een korte schets gegeven van stromingen in het pastoraat.
Een eerste stroming concentreert zich op de genezing van beschadigde emoties. Deze benadering put uit de inzichten die ontwikkeld zijn in de psychoanalyse, die tot de jaren '60 de dominante psychologische stroming vormde. Kenmerkend zijn de aandacht voor emotionele verwondingen van de persoon die ontstaan zijn door onheil van buitenaf of in de kinderjaren.
Een volgende stroming werkt aan de zondige denk- en gedragspatronen van de persoon. De beste remedie ertegen is vernieuwing van het denken en de ontwikkeling van nieuwe, goede gedragspatronen. Deze stroming put uit de behavioristische benadering die in de jaren '60 dominant was.
Een derde stroming richt de aandacht op liefdevolle acceptatie en bevestiging.
Gevoelens van afwijzing en minderwaardigheid worden tegemoet getreden met warmte en bemoediging.
Deze stroming put uit de humanistische psychologie die met haar non-directieve counseling in de jaren '60 en '70 veel aandacht kreeg.
Een vierde en laatste stroming richt zich op demonische invloeden. Dit is de stroming die we nu kennen onder de naam bevrijdingspastoraat. Daarbij gaat het om het (in de naam van Jezus Christus) verbreken van kwade bindingen, die voortkomen uit opgelopen trauma's, zondig leven en/of demonische invloed. Deze stroming vindt een wereldse tegenhanger in de transpersonele psychologie, die met de aandacht voor mystiek en magie sinds de jaren '90 in tel is.
Aanvullend
Deze vier stromingen zou je heel kort (te kort) naar hun eigen aard kunnen typeren met de Bijbelse begrippen: 'vergeving en genezing', 'gehoorzaamheid', 'liefde' en 'bevrijding'. Begrippen die elkaar aanvullen.
Naar mijn mening zal evenwichtig Bijbels pastoraat zich dan ook afspelen in een kader waarin alle vier dimensies nadrukkelijk aan bod kunnen komen. Ze hebben elkaar nodig.
Het voorkomt ook dat er over en weer een te grote eenzijdigheid ontstaat.
In het vorige artikel heb ik reeds uiteengezet dat mensen ook via de eerste drie benaderingen van kwade bindingen kunnen worden bevrijd. Benadering vier is altijd nodig bij kwade bindingen als gevolg van contact met de wereld van het occulte.
Onderlinge samenhangen
In mijn kennismaking met het bevrijdingspastoraat is mij opgevallen dat daar ook elementen van de andere stromingen in mee komen. Een korte schets van het gevolgde proces maakt dat duidelijk. In de voorbereidingsgesprekken op het gebed om bevrijding wordt de hulpvrager uitgenodigd zijn hele leven onder ogen te zien: lichamelijk, psychisch en geestelijk. Hij brengt de plekken van schuld en pijn in Gods licht. Hier liggen verbanden met benadering één. Dit is een confronterend proces, dat alleen kan slagen op het moment dat de hulpvrager daar zelf bewust verantwoordelijkheid voor neemt. De Afrikaanse asielzoeker die ik in het vorige artikel beschreef zei terugblikkend: 'de belijdenissen van schuld waren het allerbelangrijkste in het traject'.
Gedurende dit proces is een sfeer van bevestiging en vertrouwen nodig om veiligheid te creëren die nodig is om de moeiten onder ogen te zien. Dit vindt aansluiting bij benadering drie.
Na het bevrijdingsgebed wordt de persoon gewezen op zijn verantwoordelijkheid om vrij te blijven van de oude stemmen en daadwerkelijk op de nieuw ontdekte weg voort te gaan. Hier liggen verbindingen met benadering twee.
Eigen verantwoordelijkheid zoek?
Er zijn critici die naar voren brengen dat het leggen van een verband tussen psychische problemen en kwade bindingen tot gevolg heeft dat de persoon zijn eigen verantwoordelijkheid niet meer neemt. De oorzaak van de problemen ligt immers buiten hemzelf in kwade machten, die zijn leven beïnvloeden. De betrokkene zou dan menen dat de pastor er dan maar voor moet zorgen dat deze kwade macht wordt verdreven.
Bovenstaande schets maakt duidelijk dat deze kritiek voorbij gaat aan wezenlijke onderdelen van het proces van bevrijdingspastoraat, waarbij de eigen verantwoordelijkheid niet wordt uitgeschakeld.
Ongezonde afhankelijkheid?
Een andere angst die bij critici leeft is dat bevrijdingspastoraat oneigenlijke afhankelijkheid van de pastor in de hand werkt. De pastor is bij deze vorm van pastoraat immers de bemiddelaar van het heil in Jezus naam.
Mijn eigen idee is dat het ongetwijfeld wel eens zal voorkomen dat er mensen zijn die te veel leunen op de pastor die met hen bidt om bevrijding, maar ik zie niet in dat dit gevaar opeens groter zou zijn dan bij andere vormen van pastoraat. Daarin is ook sprake van afhankelijkheid van een pastor, waarbij de betrokkene de pastor ervaart als bemiddelaar van heil (bijvoorbeeld in gebedsmomenten).
Het lijkt mij geen steekhoudende reden om daarom maar van bevrijdingspastoraat af te zien.
Meersporenbeleid
Christen-psychiaters en christen-psychotherapeuten waarschuwen tegen een te argeloze toepassing van bevrijdingspastoraat in de pastorale praktijk.
Daarin hebben ze een punt.
Talloze gevaren liggen op de loer: het aanpraten van demonenwanen terwijl er geen demonen zijn of de persoon onbedoeld stimuleren zijn eigen problemen buiten zichzelf te projecteren op boze machten (gevaar bij borderliners) zijn slechts twee voorbeelden van ontsporing. Het is daarom van belang dat een pastor enig inzicht heeft in de psychologie en de psychopathologie.
Therapeutische knowhow is van belang, niet om daarmee de rol van de psychiater of de psychotherapeut over te nemen, maar om te zorgen dat er geen brokken worden gemaakt. Op basis van deze kennis zal de pastor indien nodig doorverwijzen naar een therapeut. Tegelijk is inzicht in de wereld van het demonische noodzakelijk. In gesprekken zal duidelijk moeten worden of de betrokkene zich met de wereld van het occulte heeft ingelaten. De gave van het onderscheiden van geesten speelt hier een belangrijke rol. Contact met de wereld van het occulte kan leiden tot verschillende gradaties in kwade bindingen.
Per persoon en per situatie kan dit verschillen.
Samenwerking gevraagd
Er zijn voorbeelden bekend waar met psychiatrische patiënten om bevrijding is gebeden. Zij werden verlost van occulte bindingen, terwijl het psychiatrisch ziektebeeld als zodanig, bleef bestaan. Een ander voorbeeld is dat van een man die bij zeven psychiaters was geweest. Helaas zonder succes. Daarna voerde hij enkele gesprekken met een predikant die werden afgesloten met een bevrijdingsgebed.
Dat leidde wel tot bevrijding van zijn klachten.
Eén en ander maakt duidelijk dat niet bij voorbaat te voorspellen is wat het resultaat van een bevrijdingsgebed zal zijn. Ook in deze vorm van pastoraat gaat het in de eerste plaats om de relatie met God te herstellen c.q. te verdiepen. Vanuit dat vertrouwen is er een uitzien naar wat Hij zal doen. Een bevrijdingsgebed kan een goede plek vinden aan het einde van een traject van pastorale en/of therapeutische begeleiding. Ook het omgekeerde komt voor, dat een therapeutisch traject wordt gestart na een bevrijdingsgebed. Het is gewenst dat er, in geval van toepassing van bevrijdingspastoraat bij mensen met psychiatrische problemen, contact gezocht wordt met een psychiater voor consultatie en advies. Gelukkig is er in den lande in toenemende mate het besef dat deze samenwerking tussen pastoraat en therapie van belang is, bij voorkeur in de fase van de diagnose.
Bewustwording
Vaak ontstaat de aandacht voor bevrijdingspastoraat in een gemeente spontaan, buiten de kerkenraad om.
Gemeenteleden komen er elders mee in aanraking of het komt de gemeente binnen zoals in mijn eigen gemeente, via een asielzoeker die de diensten bezoekt. Ik pleit er voor om dan te komen tot een proces van bewustwording.
Een eerste stap die dan nodig is, is die van bezinning. Laten er binnen de kerkenraad ambtsdragers zijn zich verdiepen in deze thematiek. In binnen- en buitenland is over bevrijdingspastoraat geschreven en boeiend is ook de aandacht voor demonie en bevrijding in de kerkgeschiedenis. Een vervolgstap is die van onderwijs aan de gemeente in de prediking. 'Zijn wonderen van genezing en bevrijding vandaag mogelijk?' 'Wat zijn kwade bindingen?' Goed onderwijs is van groot belang om misverstanden te voorkomen. Bevrijdingspastoraat is een terrein waar mensen door vooroordelen of te snelle conclusies gemakkelijk het contact met elkaar verliezen. De gemeente kan gevraagd worden zich onder goede leiding in kringverband over dit onderwerp te buigen. Ongetwijfeld zal, ook na een periode van bezinning, niet iedereen gelijk over deze dingen denken. Dat is ook niet de doelstelling. Wel is het nodig om via helder onderwijs duidelijk te maken dat de verbondenheid in het geloof in Jezus Christus vóór alles gaat en dat over de concretisering daarvan in de praktijk ruimte is om verschillend te denken.
Pastorale teams
Juist als het gaat om de kwaliteit van de begeleiding pleit ik voor de ontwikkeling van pastorale teams binnen de gemeente. Ik realiseer me dat dit in veel Nederlands Gereformeerde Kerken geen praktijk is. Maar of het nu in het verband van de kerkenraad of van een breder opgezet team is acht ik het gewenst dat er mensen zijn die kennis van en ervaring met bevrijdingspastoraat hebben.
Ik weet dat er gemeenten buiten de Nederlands Gereformeerde kring zijn waar speciale 'bevrijdingsteams' worden opgestart. Ik ben daar geen voorstander van omdat bevrijdingspastoraat m.i. dan teveel een eigen leven gaat leiden. Ik zie het bevrijdingspastoraat liever als onderdeel van een geïntegreerde pastorale benadering.
God bevrijdt!
In het gesprek over bevrijdingspastoraat blijft het belangrijk te beseffen dat het God zelf is die ons bevrijdt.
Hij is de Bevrijder bij uitstek. Hij blijft soeverein Heer en is niet van ons afhankelijk. Het doorlopen van een traject van bevrijdingspastoraat zal dan ook van begin tot eind gedompeld zijn in het besef dat Hij centraal staat. Ik ben door de kennismaking met het bevrijdingspastoraat opnieuw onder de indruk gekomen van Gods grootheid en zijn macht om mensen te bevrijden uit kwade bindingen.
In het verder wandelen op deze weg is Gods Geest onze Gids.
Velen heeft Hij via dit pastorale proces willen bevrijden. Dat er nog velen mogen volgen.
Drs. Gijs Bronsveld is docent praktische theologie binnen de Nederlands Gereformeerde Predikantenopleiding en predikant te Doorn.