Een kloosterdag met zeven kerkdiensten
2008-05-09
Het is middernacht, iets na 4 uur.- Jaargang 52
- nummer 10
Vaag dringt het geluid van een bel tot mij door. Het duurt even voordat ik besef dat ik in een Trappistenklooster vertoef. Die bel nodigt mij uit om de Nachtwake van 4:30 bij te wonen: drie kwartier psalmen zingen, bidden, Bijbellezen en stilte. Wat bezield een mens toch om in het holst van de nacht daar vrijwillig aan deel te nemen? Dit tweede kloosterartikel geeft een impressie van een dag kloosterleven.
Terwijl veel landgenoten zich nog eens lekker omdraaien in hun bed, loop ik door de schaars verlichte kloostergangen naar de abdijkerk. Als ik bedenk hoeveel kloosterlingen mij hierin zijn voorgegaan vind ik mijzelf toch niet zo heel vreemd meer. En ging Christus zelf ook niet vaak 's nachts bidden? Eigenlijk bevind ik mij in goed gezelschap! En dat wordt bevestigd als de voorzanger zingend begint met: 'Heer, open mijn lippen en mijn mond verkondigt U lof'. Het is de eerste les voor deze nieuwe dag: God heeft het initiatief, Hij ontsluit en nodigt uit. De woorden zijn er al, ik hoef er slechts stem aan te geven.
Niet meer, maar ook niet minder.
Het is nog steeds donker als ik om 5:20 weer door de donkere kloostergangen naar mijn cel loop. De ingetogen melodieën van de liederen klinken nog lang na in mijn hoofd. Als ik om 6:45 weer wakker wordt van het klokgelui hoor ik daarin de eenvoudige psalmmelodieën terug. Een kwartier later is de Lauden in de kerk begonnen en zingen we weer psalmen.
Nog vijf keer bezoek ik die dag de abdijkerk. De monniken leven zo vanuit Psalm 119:164: 'zeven maal daags loof ik U'.
Intensief leven
Met zeven gebedstijden is de dagorde van de trappisten behoorlijk gevuld.
Wie als bezoeker alle getijden wil bijwonen, merkt aanvankelijk maar weinig van de rust en stilte in de abdij.
Want voordurend vraag je jezelf af wanneer de volgende gebedsdienst begint. Het lijkt wel alsof je eerst amper tijd hebt voor jezelf, alsof je tijd tekort komt. En van ontspanning komt meestal ook niet zoveel terecht omdat het leefpatroon in een klooster zo anders is dan je gewend bent. En die aanpassing kan ook vermoeiend zijn, zeker als de dag al om 4:30 begint met de Nachtwake.
Het is de kunst om je te voegen naar het ritme van de getijden en de stille perioden daartussen. Maar als je eenmaal in die cadans meeleeft, lijkt het alsof de klok geen tijd meer neemt maar geeft. De tijd verloopt trager en je leeft intensiever. De dagen duren langer en je kunt meer tijd besteden aan studie of werkzaamheden zoals het maken van preken. Als welkome afwisseling van die bezigheden zijn er overdag drie korte Metten: de Terts, Sext en Noon, die net als de joodse tijdindeling drie, zes en negen uur na de ochtend (06:00 uur) plaatsvinden.
Ze bieden je een kwartier de tijd om de afzondering te doorbreken en gezamenlijk met de monniken te zingen en te bidden. Zo krijgt het 'ora et labora' (bid en werk) heel concreet en praktisch gestalte. De wisseling van beide doet denken aan die twee andere getijden: eb en vloed. Het klooster is voor mij als de kustlijn, het strand dat steeds blijft boeien, onder welke omstandigheden ook.
Accentverschillen
De bewoners van de kusten en kloosters weten dat geen getijde hetzelfde is. Elke getijde heeft zijn eigen karakter.
In de Nachtwake staat het lijden en de vergankelijkheid centraal. In de Lauden klinkt de lofzang op de prille dag door. De drie korte Metten overdag staan in het teken van de onderwijzing.
En tegen de avond biedt de Vesperdienst ruimte om de vruchten van 'ora et labora' op die dag te overdenken.
De Completen vormt de dagsluiting waarbij we onze zonden belijden en gezegend de nacht kunnen ingaan. De getijden weerspiegelen ook het leven in een notendop, van groei, bloei en verval. De psalmen die we zingen passen bij het karakter van elk getijde. De melodieën klinken in onze protestantse oren nogal eentonig, maar daardoor ligt het accent wel op de woorden; het zijn immers gebeden. Ze zijn zodanig verdeeld over de zeven getijden, dat in twee weken alle 150 aan bod komen. Voor menig protestant is dat een hele verrassing - evenals het ontbreken van een preek door de week: die is er alleen in de hoogmis op zondag.
Want anders leren we nauwelijks zelf te mediteren over de bijbelteksten.
Eucharistie
Elke dag vindt er in de ochtend een eucharistieviering plaats, want wie kan er nu een dag zonder het genadebrood van Christus' lichaam leven?
Vriendelijk word ik uitgenodigd om in de kring van monniken en gasten te gaan staan. Graag geef ik daaraan gehoor: ik voel mij zeer verbonden met deze gelovigen. Maar uit respect voor hun en mijn traditie neem ik de hostie en de beker niet aan. Zelf zouden ze ook niet aan 'ons' Avondmaal deelnemen. En toch maken we deel uit van die ene geloofsgemeenschap van Christus. En die eenheid komt voor mij nog het meest tot uitdrukking als we elkaar 'de vrede van Christus' met een handdruk of omhelzing toewensen. Dit zijn echt mijn medebroeders!
Devotie
Wie in een klooster te gast is, verblijft in een andere wereld. Bijna alles ademt een sfeer van devotie en toewijding.
Dat wordt al duidelijk bij de entree van het kloosterterrein. Want wie voor het eerst door het poortgebouw naar het imposante neogotische gebouwencomplex kijkt, is meestal diep onder de indruk. Maar de uitroepen van bewondering verstommen vaak net zo snel als ze opgekomen zijn zodra men de hal is binnengekomen. Alleen het zware tikken van een statige klok is dan nog hoorbaar. In zo'n gebouw zwijg je haast 'vanzelfsprekend'. De neogotische architectuur met zijn hoge ramen en gewelven draagt daar natuurlijk ook aan bij. Maar de stilte is geen doel in zichzelf doch slechts een middel om toegewijd en ontvankelijk te kunnen leven. Die toewijding blijkt uit de aandacht waarmee de monniken hun bidden en werken doen. Ze laten zich niet zo snel afleiden maar vervullen trouw hun taken, in of buiten de kerkdiensten. En tegelijk zijn ze ontvankelijk voor allerlei signalen of het beroep dat op hun gedaan kan worden. Het is een wonderlijke paradox die zich het best laat verenigen in het woord gehoorzaamheid.
Gehoorzaamheid
Het woord gehoorzaamheid kan het beeld oproepen van slaafse navolging, waarbij de individuele ontplooiing amper een kans krijgt. Met zulke ogen kun je ook naar de dagorde in het klooster kijken. Vrijwel alles in de zeven getijden is vastgesteld. Alleen tijdens de vesperdienst is er even een moment waar de monniken de ruimte krijgen om een vrij gebed uit te spreken.
Maar voor de monniken zijn al die vastgestelde onderdelen van de dagorde juist een middel tot ontplooiing.
Ze houden daardoor juist veel tijd over voor persoonlijke bezinning.
Immers, originaliteit (met kwaliteit!) kost veel tijd. Bovendien is het maar de vraag of je de andere broeders wel echt dient met je persoonlijke voorkeuren.
Het is niet voor niets dat de monniken bij hun intrede beloven gehoorzaam zijn aan de anderen. Zo leren ze wat het is om gehoor te geven aan anderen, de traditie, de Bijbel en aan God.
Tegenover deze gehoorzaamheid staat niet spontaniteit of originaliteit, maar doofheid. En doofheid belemmert de communicatie en bevordert het isolement. Maar in de stilte in het klooster leer je weer beter te luisteren naar de stille stem van God door samen gehoor te geven aan de orde van de dag. In het volgende artikel komt de vraag aan de orde of wij als NGK ook gehoor kunnen geven aan sommige spirituele schatten, die veel protestantse gasten zo in het klooster kunnen waarderen.
Robert van Lente is lid van de NGK van Nijverdal. Hij heeft uit interesse HBO-theologie gestudeerd en drie jaar bijvakken gevolgd aan de ThUK (Oudestraat) in Kampen.