Wij weten beter

1985-06-07
  • Jaargang 29
  • nummer 23
De lofzang is een wezenlijk onderdeel van de eredienst. De bijbel bevat een dik boek met lofliederen: het psalmboek. Daarin vind je reacties, antwoorden op Gods Woord. De psalmenbundels eindigen met pure lofzegging; de psalmen 145-150 geven louter lofprijzing door. Zou je vanuit Psalm 150 kunnen zeggen: we hebben alle instrumenten nodig om de lofzang op passende wijze te kunnen uitjubelen. vanuit Psalm 148 zou je kunnen afleiden: de gehele schepping is nodig om de eer van de HEERE God op gepaste wijze te verhogen.

In Psalm 148 staan als het ware twee koren, één in de hemel (vs. 1-6) en één op aarde (vs 7-14) de lof van de HEERE te bezingen. Hemel en aarde prijzen de HEERE, zo luisterrijk is Gods Naam in de gehele schepping. De twee delen van de psalm zijn op dezelfde manier opgebouwd.
Eerst somt de dichter op wat er in de hemel/op de aarde is...en dan zegt hij: dat ze de Naam van de HBERE loven (vs 5/13). Alle dingen zijn er tot eer van God. Ga zo eens naar de Keukenhof of naar de dierentuin! Toch...toch is de natuur niet zomaar een spiegel van Gods heerlijkheid. De verwoestingen die stormwinden aanrichten tonen wel Gods majesteit, maar laten toch niet Zijn diepste bedoelingen zien.
Het is daarom goed om op een verschil tussen 'het eerste en tweede deel van de psalm te letten.
Het eerste gedeelte sluit in vs 6 af met: "Hij stelde hun een inzetting, die geen hunner overtreedt"

Omdat de twee delen van de psalm parallel zijn opgebouwd, zou je in dit opzicht ook een uitspraak verwachten in het tweede gedeelte. In dat laatste gedeelte speelt de mens een voorname rol - en van die mens kan helaas niet gezegd worden dat hij de inzetting van de HEERE niet overtreedt. Het gelijk oplopen van de twee psalmdelen zou er dus toe moeten leiden dat er in het. tweede gedeelte een teleurstelling over de mens, en daarmee over de aarde, doorklinkt. Maar: opvallend over de val en ongehoorzaamheid van de mens wordt gezwegen, Doet de psalm dan wel recht aan de werkelijkheid? Maakt de dichter het dan niet mooier dan het in feite is? We bedenken dat deze psalm een loflied voor de HEBRE God is, en in deze jubelende lofpsalm past de ongehoorzaamheid van de mens niet - dat zou een wanklank zijn.
Nauwkeurig lezen van de psalm helpt ons op weg naar het antwoord op deze merkwaardigheid.
We lezen in vs 14 dat de HEERE voor Zijn vd~k een hoorn heeft verhoogd. 'De hoorn als symbool voor kracht - de HEERE God heeft Zijn sterkte aangewend voor Zijn volk. De psalm spreekt niet over de zonde, wél over de overwinning van de zonde. En van dááruit lezen we opnieuw die verzen over de mensen. De koningen, de vorsten, de richters, rechters van deze aarde. Figuren waarin de zonde zich bij herhaling sterk en groot gemaakt heeft.

De koningen, die onderdrukten; de vorsten, die eigen eer zochten; de rechters die het recht krom bogen. De jongens en meisjes- het verschil in geslacht is maar al te dikwijls aanleiding geweest voor heerszucht en discriminatie.
De ouden en de jongen - een onderscheid dat vaak, te vaak tot scheiding, een diepe kloof tussen de generaties voerde. In deze verzen 11 en 12 wordt ons de macht van de zonde getoond, de zonde zoals die verwoestend werkte in allerlei verhoudingen en op allerlei terreinen... Nee, die vernietigende macht zien we hier niet!! Maar juist dat op al deze terreinen, in al deze verhoudingen, daar is de vrede, de sialoom doorgebroken!
In het politieke leven, in het maatschappelijk samenleven, in huwelijk en gezin is het nieuwe leven zichtbaar geworden! Daar waar zonde en dood heersten, daar is het leven tevoorschijn geroepen, daar wordt de majesteit van de HEERE Gold bezongen.
Niet alleen in de politiek en maatschappij, 'ook in de natuur, in het milieu.
Ons worden in de psalm geen verwoestende krachten van de storm voorgehouden, we krijgen geen plaatje van enorme milieuverontreinigingen, in de lofpsalm geen zonde en vernieling, maar overwinning en heerlijke majesteit.
Dat betekent dat de psalm vooruitgrijpt. De dingen niet ziet zoals ze voor ogen zijn, maar ze ziet vanuit het einde, vanuit de heerlijke vervulling van Gods Koningschap over alles. Dàt is dan ook een functie van de lofzang, ook in onze eredienst: dat is het typerende van een gelovige: dat hij kan zingen vol vreugde... want hij weet méér dan hij ziet; hij is er vast van overtuigd dat de nieuwe wereld komt, de wereld waar- recht en gerechtigheid woont, waar de woestijn zal Moeien als een roos. Hoe weet hij dat zo zeker?
Omdat de HEERE voor Zijn volk een hoorn heeft verhoogd. Een hoorn - in de bijbel (Ps. 89 vs 28, Ps. 132 vs 17) slaat dat op de messiaanse koning. Zo spreekt ook Zacharias over de heraut van de Messias (Luk. 2 vs 69). Met de Messias, Jezus Christus, de Zoon van David, is er een totale omwenteling gekomen: voortaan heeft - door Zijn lijden en sterven - niet meer de zonde en de dood het voor 't zeggen, maar is het onvergankelijk leven tevoorschijn gekomen. Sinds Jezus Christus weten we het zeker: alles wordt nieuw. De hemel en de aarde. De HEERE heeft voor Zijn volk een hoorn verhoogd. Hij heeft Zijn gunstgenoten een lofzang in de mond gelegd. Wij kunnen leven - wij kunnen loven.
Wij leven om te loven!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief