Waarover praten zij?

1985-06-07
  • Jaargang 29
  • nummer 23
Op de agenda van de Se zitting van de Landelijke Vergadering, vorige week zaterdag in Enschede, stonden, zoals voorzitter Mr. dr J. Meulink het uitdrukte in zijn openingswoord, de twee moeilijkste zaken, die deze Landelijke Vergadering te behandelen krijgt. Hij doelde daarmee op het vraagstuk van de vrouw in het ambt en de moeilijkheden in de kerk van Zwolle, waar na een scheuring nu twee zelfstandige gemeenten zijn ontstaan. Voor beide punten is de leiding van de Heilige Geest wel bijzonder nodig, aldus br Meulink, die in zijn toespraak wees op het werk van de Geest in de eerste christelijke gemeente te Jeruzalem, Deze gemeente groeide in één dag van 120 naar meel' dan 3000 Ieden "(Hand. 2 :'41).
Uit de gegevens in het nieuwe jaarboekje van de Ned. Geref. Kerken blijkt van een dergelijke groei niets, integendeel er valt zelfs een (lichte) daling te constateren in het aantal leden. Dat bracht br Menlink tot de vraag: zijn wij wel echt gemeenten van Christus, vervuld met de Heilige Geest?

Na deze woorden van voorzitter Menlink ging de Landelijke Vergadering aan de slag. Eerst moest nog de bespreking van het rapport van de gezangencommissie worden afgerond. Op de vorige zitting was daar al een begin mee gemaakt.
De Landelijke Vergadering ('81) gaf deze gezangencommissie een omvangrijke opdracht mee. De selectie uit het Liedboek moest worden afgerond, verder moest de kommissie zich bezig houden met de "aanvullende bundel" van gezangen uit tandere bundels dan het Liedboek, waaronder ook enkele liederen uit Ned. Ger. kring, en tenslotte wachtte nog de beoordeling van "Psalter 1980", een psalmberijming uitgegeven door de "Stichting ter verkrijging van een Schriftgetrouwe psalmberijming". Uit het commissierapport blijkt dat men daaraan om verschillende redenen nog niet is toegekomen. Wel rondde de kommissie de selectie uit het Liedboek af. Van tie in totaal 491 liederen werden er 204 geschikt geacht voor gebruik in de eredienst. Met de toetsing van liederen voor de "aanvullende bundel" is de kommissie nog niet klaargekomen. Wel geeft zij in het rapport een indruk van haar werkzaamheden op dat punt. Opmerkelijk is, dat van de - onder ons - bekende ,,29 Gezangen" slechts 2 definitief zijn goedgekeurd. Aan de bespreking van het werk uit "eigen kring" heeft de kommissie veel tijd gegeven, maar tot een afronding is het nog niet gekomen. De gezangencommissie heeft voor haar werk contact gezocht met de Geref. Kerken (vrijg.) en de Chr. Geref. Kerken, maar die contacten liepen op niets uit. De Landelijke Vergadering had veel waardering voor het monnikenwerk van de gezangencommissie.
De discussie ging dan ook niet zozeer om de inhoud van .het rapport, maar vooral over een nieuwe opdracht voor de commissie en de (on)mogelijkheden van de uitgave van een eigen, Ned. Ger., "aanvullende bundel". Wat dat laatste betreft werd besloten daartoe voorlopig niet over. te gaan, omdat de tijd daarvoor nog niet rijp werd geacht. De Landelijke Vergadering besloot verder de leden van de gezangencommissie onder voorzitterschap van ds M. H. T. Biewenga, opnieuw te benoemen. De definitieve selectielijst uit het Liedboek zal aan de kerken gestuurd worden, die erop kunnen reageren. Van deze reacties zal de kommissie aan de volgende Landelijke Vergadering verslag moeten doen. Verder moet de commissie een beknopte beoordeling van "Psalter '80" gereedmaken en met een rapportje komen ten aanzien van de "aanvullende bundel".

Verreweg de meeste tijd ging zitten in de kwestie van de vrouw in het ambt. Centraal daarbij stond een brief van de kerk van Amsterdam-Centrum, waarin de Landelijke Vergadering wordt gevraagd uit te spreken "dat het een zaak van christelijke vrijheid is, als een plaatselijke kerk onder biddend opzien tot de Heer een zuster tot het diakenambt roept" ..
Als argument noemt de brief dat in het algemeen de hoofdtaak van een diaken een andere is dan die van een ouderling, nl. het behartigen van de zorg voor de behoeftigen.
Het moderamen stelde voor een kommissie te benoemen, die een op de bijbel gefundeerd antwoord zou moeten geven op de vraag of Houwen in het ambt mogen .dienen. Verschillende afgevaardigden wezen er echter op, dat, zakelijk gezien, alleen het punt van de vrouw in het diakenambt aan de orde was, omdat de brief van de kerk van Amsterdam-Centrum alleen daarover een uitspraak vraagt. Daaruit zou blijken dat in de kerken nog geen behoefte bestaat aan bezinning via een Landelijke Vergadering over de ambten van ouderling en predikant, Daartegenover stelde een aantal andere afgevaardigden het onmogelijk te achten over het diaken ambt afzonderlijk te spreken, zonder daarbij de andere ambten te betrekken. Ouderling W. Kooistra maakte in een uitvoerig betoog zijn bezwaren kenbaar tegen de vrouw in welk kerkelijk ambt dan ook. Hij waarschuwde de vergadering voor wereldgelijkvormigheid. Een andere afgevaardigde, br J. F. Arends, verwees naar 1 Kor. 14. Deze Schriftplaats is toch duidelijk, we moeten Paulus niet willen corrigeren, aldus br Arends. Ds M. H. T. Biewenga pleitte ervoor de zaken helder te houden. Laten we de discussie serieus voeren en niet al te bang zijn voor meningsverschillen, zo stelde hij een andere moeilijkheid was de tijd die in het moderamenvoorstel aan de kommissie werd gegund voor haar onderzoek. Het moderamen wilde nog deze Landelijke Vergadering een besluit nemen en daarom zou de kommissie nog voor het einde van dit jaar moeten rapporteren. Dat kwam een aantal afgevaardigden toch te optimistisch voor. Een kommissie die de" hele problematiek van de vrouw in het ambt onder de loep gaat nemen, heeft daarvoor veel meer tijd nodig en zou op z'n vroegst aan de volgende Landelijke Vergadering rapport kunnen uitbrengen. Echter, de kerk van Amsterdam-Centrum wacht al een aantal jaren op een antwoord en is tot nog toe niet overgegaan' tot het benoemen van vrouwen tot diaken.
Voorzitter Mentink en met hem veel anderen, meenden dat de Landelijke Vergadering Amsterdam-Centrum niet langer dan strikt noodzakelijk moest laten wachten.
Na een lange en intensieve discussie werd op advies van ds O. Mooiweer besloten een kommissie te benoemen, die zich gaat beraden over de kwestie van de vrouw in het diakenambt. Voor het einde van dit jaar moet deze kommissie de Landelijke Vergadering van Enschede rapport uitbrengen.
De kerken wordt gevraagd geen vrouwen in het ambt te benoemen voordat de Landelijke Vergadering zich heeft uitgesproken. Ouderling M. A. van Helden wees er nog op dat deze kommissie al in januari ingesteld had moeten worden, net als de kommissie voor de zaak-Zwolle. Dan zou er van tijdnood geen sprake zijn geweest.
De nog resterende tijd besteedde de Landelijke Vergadering aan het rapport over de zaak-Zwolle. Daar zijn na lange jaren van onenigheid, sinds korte tijd twee zelfstandige gemeenten, die beide Ned. Geref. willen zijn. Op de Landelijke Vergadering heerste een gevoel van schaamte over deze trieste gebeurtenis in de Ned. Geref. Kerken.
In het betreffende rapport wordt, zonder op de feitelijke gebeurtenissen in te gaan, geconstateerd, dat de onenigheid in de kerk van Zwolle een twist tussen broeders is. Er zijn geen bijbelse argumenten te bedenken die de leden van beide gemeenten ervan zouden kunnen weerhouden elkaar te aanvaarden als broeders en zusters in de Here.
Het behoort, aldus het rapport, niet tot de taak van een Landelijke Vergadering van bovenaf in een plaatselijke broedertwist in te grijpen.
De Landelijke Vergadering had duidelijk moeite met het rapport. Ds G. van Atten merkte op na het lezen van de stukken niets wijzer geworden te zijn. De zaak 'waarom het gaat was volgens hem niet op tafel gekomen. Een aantal andere afgevaardigden was het niet eens met de commissie dat een Landelijke Vergadering in deze zaak geen uitspraak zou kunnen doen. Alleen zeggen dat men in Zwolle elkaar moet aanvaarden in Christus, daarmee is niet echt geholpen, aldus deze afgevaardigden.
Op dit punt moest de voorzitter omwille van de tijd, de vergadering schorsen. In september hoopt men de draad weer op te pakken.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief