Verkoren - verloren
1985-06-14
"Velen zijn geroepen) weinigen uitverkoren", Dit woord heeft bij velen de angstige gedachte gewekt) dat een toegewijd leven overeenkomstig Gods geboden toch in het niet valt wanneer blijkt dat je niet uitverkoren bent; en of je dat bent, dat blijkt pas achteraf. Het is echter de vraag of dit tekstgedeelte wel bedoelt rechtstreeks iets te zeggen over de uitverkiezing.- Jaargang 29
- nummer 24
Het aangehaalde tekstwoord staat als een samenvatting achter een gelijkenis die we - enigszins anders - ook bij de evangelist Lukas aantreffen (in hoofdstuk 14vs 15-24). Beide verhalen gaan terug op zaken die in het Oude Testament reeds een belangrijke rol spelen. In Zijn onderwijs knoopt de Here Jezus aan bij het O.T., ja Hij laat telkens uitkomen welke Hagen in de Schriften (d.i. het O.T.) aan de orde zijn.
De verontschuldigingen die Lukas vermeldt, komen sterk overeen met de situaties waarin vrijstelling van dienstplicht wordt verleend - zoals' dat staat in Deut. 20. In dat hoofdstuk van Deut. wordt door de HEERE duidelijk gemaakt dat in oorlogstijd zuinig met levens moet worden omgesprongen. De oorlog is iets vreselijks, maar soms onvermijdelijk, vanwege het verzet en de opstand van de mensen tegen God en het volk van God. Zuinig met mensenlevens ... daarom vrijstellingen die militair gezien misschien hoogst merkwaardig zijn; maar de HEERE zegt; Ik wil niet dat mensen die net aan iets nieuws begonnen zijn, dat die sneuvelen in de strijd; dan zou immers een ander genieten van het nieuwe huis, de pasgekochte akker of de verworven vrouw. In het O.T. wordt dat juist beschouwd als vloek: dat een ander geniet van datgene dat eigenlijk voor jou bestemd was (Vgl. Jes. 65 vs 21v.; Zef. 1 vs 13; Deut. 28 \"S 30; zie voor het omgekeerde, de zegen: Deut. 6 vs tov.; Jozua 24 vs 13). Is er nu een duidelijk verband tussen de maaltijd van de gelijkenissen en de oorlogswetten?
In de taal van het O.T., het Hebreeuws, is er een opvallende gelijkenis bij het werkwoord 'ten oorlog uitgaan en een maaltijd aanrichten. Zakelijk gezien is er ook een verband: degenen die de oorlog gewonnen hebben vieren de overwinning aan de maaltijd.
Door de gelijkenissen wil de Here Jezus duidelijk maken wie er aan de maaltijd mogen aanzitten. Dat zijn natuurlijk. alleen degenen die hebben meegestreden.
Bij een aanvalsoorlog zijn el' duidelijke vrijstellingen; bij een verdedigingsoorlog moet iedereen meedoen; wel worden bepaalde mensen vrijgesteld van dienst aan het front; zij moeten in de achterhoede, bij de voedselvoorziening en administratie e.d. dienst doen. Dat geldt degenen die net aan iets nieuws begonnen zijn, en ook de lammen en de blinden worden daar tewerk gesteld.
Bij de verdedigingsoorlog mag niemand ontbreken. Wie niet op het appèl verschijnt wordt beschouwd als deserteur; die heeft blijkbaar de kant van de vijand gekozen. Daarom staat daar de doodstraf op.
Een voorbeeld staat in Zefanja 1: op de Dag van de HEERE richt de HBERE een feestmaaltijd aan voor degenen die aan Zijn kant hebben gestreden, Aan die maaltijd vindt een soort inspectie plaats: deserteurs mogen niet aanzitten, evenmin verraders. De HEERE doet bezoeking en laat niet ongestraft.
Dat blijkt ook in de gelijkenis: de mensen die niet komen opdagen (de deserteurs) worden afgestraft. De man zonder bruiloftskleed komt ook al in Zefanja voor: YS 8 zij die uitheemse kleding dragen, d.w.z. kleding die past bij de Baälsdienst. Het zijn mensen die èn de HEERE èn de afgoden willen dienen; de HEERE èn Zijn tegenstanders.
Zulke verraders moeten worden gestraft. De gelijkenis inclusief het slotvers wijzen op geen enkele wijze naar een soort noodlet (je, moet maar afwachten of je verkoren bent); integendeel: het Koninkrijk van Gold betekent een strijd waar iedereen aan mee moet doen; zeker, er wordt gerekend met persoonlijke omstandigheden: niet iedereen behoeft in de voorste linies te staan; maar deserteurs worden gedood, uitgesloten van de maaltijd. Verraders, degenen die van twee of meer walletjes eten, worden ontmaskerd.
We worden àllemaal opgeroepen voor dienst; deelnemen aan de strijd die al gewonnen is. Zo vieren we ook het avondmaal: als voorproef van de maaltijd van het bruiloftsfeest van het Lam; we vieren nu al de overwinning die zeker is: Dit tekstgedeelte roept ons op om onze verkiezing vast te maken. Verkiezen zonder werken wordt verliezen.