Gezonden om Licht te brengen (2)
1985-06-14
In het eerste artikel in deze serie van twee heb ik kort aangegeven hoe de Natalse zending in onzé kerken van de grond gekomen is) en welke beleidsbeslissingen er in het verleden genomen zijn die thans nog de koers van onze zending bepalen.- Jaargang 29
- nummer 24
Dit maal zal het gaan over een paar problemen waar wij in ons werk mee te maken hebben. Uiteraard gaat het niet om een uitputtende behandeling maar om een korte aanduiding vanwat er aan de hand is en in welke richting oplossingen gezocht zouden kunnen worden.
De Oecumene
Er is binnen de Natalse zending een uitvoerige discussie gevoerd over de vraag bij welk kerkverband de jonge kerken zich zouden hebben te voegen, of wel dat ze een eigen verband zouden aangaan dat b.v. in correspondentie zou moeten staan met de kerken in Nederland. In de jaren '50 en '60 was die discussie nodig, gezien de kerkelijke situatie in de Vrijg. Geref. Kerken. Er werd in de Natalse zending immers samengewerkt met die Geref. Kerk in S.A., die GKiSA, die correspondentie onderhield met de syn. Geref. Kerken in Nederland.
Nu had de kerk van Kampen de vrijheid gekregen om die vraag zelf te beslissen, dus ze was niet verplicht de ontstane kerken in te brengen in het reeds bestaande zwarte verband van die GKSA.
Een paar jaar later ontving de kerk van Haarlem deze vrijheid niet meer, geschrokken als die GKSA blijkbaar was van het heersende vrijgemaakte kerkelijke denken.
Toch moet er een vraag gesteld worden: zou het eligenlij1k niet vanzelfsprekend moeten zijn geweest dat de nieuwe kerken zich zouden aansluiten bij een bestaand kerkverband. waar dat zo heet goed mogelijk was? In die jaren was dat geen punt van overweging, kon het ook niet zijn in het in die jaren toenemende kerkisme.
Toch moet dat ons een vraag zijn of het wel verantwoord is kerkelijke verdeeldheid in Nederland over te brengen naar een heel ander land, volk, cultuur.
De westerse zending heeft de kerkelijke verdeeldheid wereldwijd geëxporteerd.
Het zou onverantwoord zijn geweest als de Natalse zending weer een nieuw kerkverbandje aan de reeds lange lijst had toegevoegd. Laten we toch vooral niet vergeten dat de verbijsterende gescheidenheid en verdeeldheid een bron van grote verwarring is op het zendingsveld, waar ook ter wereld. Deze verdeeldheid is een vrucht van de westerse kerkgeschiedenis, een erfenis van westerse kerken waar men elders lang niet altijd mee uit de voeten kan.
Al die scheuren en breuken zijn ontstaan in de kring van de westerse cultuur.
Ik kan me bijvoorbeeld de christologische strijd in de eerste eeuwen niet voorstellen binnen Afrikaanse context; daarvoor moesten we in het 'door de Griekse cultuur beïnvloedde Europa zijn. Ik beweer niet, en dat maar met enige nadruk, dat alle scheuringen en breuken er zonder goede reden gekomen zijn; denk alleen al aan de Reformatie. Maar heel wat onheilige verdeeldheid als tussen buiten- en binnenverband behoort niet overgebracht te worden naar heel andere culturen en volkeren.
Vandaar dat we er dus blij mee kunnen zijn dat we in ons zendingswerk hebben kunnen aansluiten bij die GroSA, en dat de goede verhoudingen over de jaren heen uiteindelijk hebben geresulteerd in een officiële correspondentie.
De Politiek
We kunnen de politiek er niet helemaal buiten laten, wanneer we over zending in Zuid-Afrika schrijven. Natuurlijk komen hier niet de persoonlijke overtuigingen van individuele zendingswerkers aan de orde. De vraag is: hoe stelt de zending zich op in dit politiek controversiële land? Heeft onze zending bijvoorbeeld een taak naar de overheid toe met betrekking tot de politieke ·en maatschappelijke structuren in dit land? Ik denk wel dat de kerk een taak heeft in onrechtvaardige samenlevingen en dat ze daaraan gestalte moet geven op kerkelijke wijze, d.i. door middel van de prediking van het Woord. Maar als gast in dit land kan onze zending in dit opzicht geen taak hebben of een tol spelen. Hier hebben de kerken in Zuid-Afrika zelf een taak, een profetische roeping. Zij zelf moeten bepalen hoe en in welke mate ze daaraan moeten beantwoorden, En het doet me goed te kunnen schrijven dat die GKSA op haar laatst gehouden synodevergadering haar roeping ook terdege heeft willen zien en daaraan uiting heeft gegeven in zeer duidelijke besluiten ten aanzien van de Zuid-Afrikaanse problematiek. Maar een buitenlandse' zending heeft zich bij haar leest te houden: de prediking van het evangelie. Uiteraard zit daar wel wat aan vast, b.v. het leren onderhouden van al Jezus' geboden naar Metth. 28. De zending zal dan die geboden die gaan over recht en gerechtigheid in de volkerenverhoudingen niet voorbij kunnen gaan in de opleiding van predikanten of elders. Maar zelf tot actie overgaan om die geboden ook daadwerkelijk doorgezet te krijgen in de concrete context van Zuid-Afrika behoort niet tot haar opdracht. Al kan het natuurlijk best gebeuren dat in een concrete situatie van onrecht waarbij de zending betrokken is, zij zal moeten spreken omdat anders het gebod dat ze predikt gecompromitteerd wordt.
De Cultuur
Allemaal weten we hoe moeilijk het is het evangelie door te geven over taal- en cultuurbarrières heen. En al doen' we nog zo ons best om de Zulu een Zulu te worden, we blijven blanken _uit Nederland. We blijven Wie we zijn, ook al zouden we net zo leven als de Zulu dat doen. En het is maar beter ons daarvan bewust te zijn. Het bepaalt ons er bij dat het de zwarte mensen zelf zijn die het meest geschikt zijn om het evangelie onder hun eigen volk door te geven. Met zendelingen blijft het toch maar behelpen. En dat is altijd zo geweest: de uitbreiding van het evangelie onder de volken is er gekomen door de inzet van "inheemse" helpers, evangelisten en predikanten en nog zovele anderen, van hoeveel betekenis de westerse zendelingen ook geweest mogen zijn.
Zo stuit het op niet geringe moeilijkheden wanneer we proberen het evangelie door te geven in die zo heel andere leef- en denkwereld van de Zulu.
Wat te doen als er in de taal woorden ontbreken om het evangelie in te verwoorden? Of hoe de bijbelse idee van geschiedenis over te brengen in een cultuur waar men een heel andere tijdsconceptie heeft? De Zulu leeft met het gezicht naar het verleden waar de voorouders zijn terwijl de Bijbel ons oproept te leven met het gezicht naar de toekomst van waaruit Jezus Christus eens te·voorschijn zal komen. In het Zulu als in de meeste Afrikatalen is de toekomstige tijd in de grammaticale structuur bepaald onderontwikkeld zeker als men die vergelijkt met de zeer uitvoerige verleden tijd vormen. Maar er is nog een heel andere kant aan deze zaak.
Wij zeggen: we geven het evangelie door. Maar wat geven we door? Geven we door wat daar werkelijk staat en bedoeld wordt in de Bijbel of toch dat wat wij met onze westerse oren hebben opgevangen en verwerkt? Er zijn nogal wat westerse gebruiken als gebod van God opgelegd in de landen van Azië en Afrika. Er zijn ook kerkelijke vormen overgeplant die in de westerse context wel verantwoord en verdedigbaar zijn maar waarvan het nog maar de vraag is of dat ook zo is in Afrika of Azië. We kunnen dan denken aan liturgische vormen; psalmen zingen op Geneefse wijzen is in onze kerken in Natai gewoon lelijk, niet om aan te horen, en hoeft ook gelukkig niet. Maar er kan ook gedacht worden 'aan kerkelijke structuren. Of die nu gegoten zijn in de oude D.K.O. of in de nieuwe A.K.S. (Akkoord Kerkelijk Samenleven) of wellicht in nog een ander jasje, afgevraagd moet natuurlijk wel worden wat we nu aan het doen zijn: gaat het om een Goddelijk gebold of toch om menselijke vormgeving verantwoord in een -bepaalde cultuur maar niet algemeen geldend en voor alle eeuwigheid bestemd?
Zo zou men kritisch kunnen vragen of het zware accent op de lokale kerk als bij ons in Nederland gebeurt. nu als Goddelijk gebod, als deel van de openbaring, moet worden doorgegeven hier in Natal, of dat dat toch gezien moet worden als menselijke, dus geen absolute, vormgeving van hoe wij menen in onze situatie Gods Woord te verstaan op dit punt?
Vragen zijn er genoeg, antwoorden lang niet altijd. Boeiend is het wel om in de praktijk van het zendingswerk met deze vragen bezig te zijn en te zoeken samen met de zwarte medewerkers naar antwoorden die het uithouden bij het licht van Gods Woord.
Tenslotte
Kent zendingswerk zo haar problemen. Zelf is zij niet tot probleem geworden.
De opdracht -blijft recht overeind staan omdat ze gegeven werd door een barmhartig en genadig God die niet wil dat iemand verloren gaat. Een kerk die zich richt op deze opdracht heeft Toekomst.