De Geest schrijft wegen in de tijd
1985-06-14
Dr J. P. Versteeg (e.a.) De Geest schrijft wegen in de tijd.- Jaargang 29
- nummer 24
Uitg. Kok, Kampen. 1984.
f 27,-, 196 blz.
Er was bij mij enige aarzeling of ik mij aan een bespreking van dit boek in Opbouw wel zou wagen. In Chr. Geref. kring krijgt dit boek nogal wat tegenspraak. In deze kerken zijn momenteel vrij ernstige tegenstellingen. Graag wil Ijk elke schijn vermijden dat ik me daarmee zou willen bemoeien of de tegenstellingen zou willen aanscherpen. De meeste schrijvers in dit boek hebben een jaar geleden zich laten horen bij een actie tegen het plaatsen van kruisraketten, terwijl een van de schrijvers, drs Joh. Kruis, onlangs uit zijn ambt is ontzet. In deze situatie is het gevaar van vooringenomenheid groot. Bij deze bespreking zal ik me daarom wat terughoudend opstellen. Dit is voor mij des te gemakkelijker, omdat ik geen theoloog van professie ben.
Het ook is ontstaan in de kring van de “Studie en bezinningsgroep van christelijke gereformeerde predikanten en theologen."
Er hebben aan meegewerkt J. P. Versteeg, .Pinkstergemeen nieuwe wijze van samenleven", Joh. Kruis, "Samenleving in Israël", W. Steenbergen, "tSamen-leven onder de genade", J. A. Compagner "Evangel[e en samenleving", G. C. den Hertog, "De erfenis aanvaarden", D. J. K. G. Ruiter en J. Zuur, "De vierende gemeente", J. Vogel, "De gemeente als leergemeenschap", H. v. Mullingen, "De positie van de vrouw in de kerk"; T. Harder, "De Geest van 'Oud en jong", C. D. Affourit, "Zendingswerk in Zuid-Afrika"; J. M. Aarnoudse en K.T. de Jonge, .Diaconaat wereldwijd", W. C. Moerdijk, "Werkloosheid' als probleem en. uitdaging voor de kerk", G.L. Bom, "Massavernietigingswapens en het belijden van de kerk", Het boek is het resultaat van het gezamenlijk bezig zijn met vragen, die betrekking hebben op kerk en samenleving.
Deze studiegroep wil tezamen in alle openheid spreken over de vragen, die vanuit theologie, kerk en samenleving op ons afkomen.
Het "Woord vooraf" vermeldt dan ook, dat iedere christelijke gereformeerde predikant of theoloog (is een predikant geen theoloog?) in de groep welkom is, Daar is, zo lezen we, nog al eens de neiging zich te distantiëren van de vragen waarvoor de samenleving ons stelt. Vroeger gegeven antwoorden worden voldoende geacht of dreigen tot onaantastbare onveranderlijke waarheden verheven te worden.
Daarom meent men dat het ingaan op vragen van vandaag niet nodig is, Deze wijze van theologisch bezig zijn acht men weinig vruchtbaar. Ik kan daar inkomen. In de Ned. Geref. kerken kan men soortgelijke situaties aantreffen. Wel rijst bij mij de vraag, of men zich voldoende realiseert, dat niet elke vraag, die oprijst door de kerk of door theelogen beantwoord moet worden. Bij problemen als werkloosheid en massavernietigingswapens moet men bedenken, dat hier andere disciplines bij ingeschakeld moeten worden.
De schrijvers zeggen geïnspireerd te zijn door een referaat, dat de in 1976 overleden predikant ds. P. op den Velde op een ouderlingenconferentie 1971 hield onder de titel "Samenleven in de kerk". Het eerste hoofdstuk van dit boek bevat dan ook het referaat van ds Op den Velde. Hier moet wel een vraag bij geplaatst worden. Men wil, zo schrijft men, ds Op den Velde niet annexeren. Hij is op een geheel eigen wijze bezig geweest. Wel heeft hij geïnspireerd en op een bepaald spoor gezet. Maar dit boek geeft toch wel de indruk, dat men ds Op den Velde annexeert.
Elk hoofdstuk heeft een citaat uit dit referaat als motto.
Loopt men zo ook niet het gevaar dit referaat te canoniseren en van wijlen ds Op den Velde een soort kerkvader te maken? Overigens het betreffende rek raat is erg interessant. Het is goed, dat het door deze publicatie aan de vergetelheid ontrukt werd. Het kan ons ook vandaag nog veel leren. Er wordt o.m. op gewezen, dat de Heilige Geest een geheel nieuwe wijze van samenleven tot stand brengt. De nieuwtestamentische kerk in Hand. 2 heeft een eigen samenlevingsstructuur.
De wereldlijke verhoudingen zijn volkomen doorbroken. In deze gemeente zijn ook slaven, vrouwen en jongeren in tel. De vraag wordt gesteld hoe het samenleven in de gemeente op en vlak na de Pinksterdag functioneerde en hoe het nu functioneert. Hoe komen we iets dichter bij de ons in Hand. 2 voorgestelde volkomenheid? Laat ons vurig bidden, dat we als kerk niet achter de ontwikkelingen aanlopen, maar voorop mogen gaan om in 'leer en leven een weg te wijzen, de weg naar de toekomst van onze Here Jezus, die nieuwe hemelen en een nieuwe aarde zal scheppen.
Dit referaat is voor het hele boek in zekere zin richtinggevend. Zo geeft dr Versteeg in zijn artikel een nadere uitwerking van bepaalde lijnen in het referaat. Versteeg wijst hierbij o.m. op de relatie tussen het Pinksterfeest en het Sinaï-gebeuren, Bij de uitstorting van de Geest werd dan ook herinnerd aan het Sinaï-gebeuren. Bij de Sinaï maakte God Israël tot zijn volk. Zo formeerde Hij op Pinksterdag in de gemeente zijn volk van de nieuwe bedeling. Maar er was ook verschil.
Bij Gods komen op de Sinaï was God er, maar er bleef afstand tussen hem en zijn volk. Bij de uitstorting van '<ie Geest. viel die afstand weg. Die Geest verbond wel aan anderen, maar perste niet in het harnas van anderen.
De Geest kwam in het teken van tongen als van vuur op het hoofd van .ieder der discipelen.
Jongeren, slaven, vrouwen gingen volop meetellen. De een treedt niet meer op namens de ander. Ze staan naast elkaar. Hand. 2 zegt ons, dat er in de gemeente voor ieder plaats moet zijn naast de ander. In de wereld gaat het anders toe. Daar gaat de enkeling die na 'veel strijd zijn rechten krijgt, die rechten verdedigen tegenover anderen. Versteeg wijs daarbij ook op de gevaren van het kapitalistisch systeem en van het nationaalsocialistisch en communistisch systeem. De gemeente echter, zo stelt Versteeg, kent het geheim van de verbinding van de lijnen van de enkeling en van de gemeenschap.
Het artikel van Versteeg is, hoewel een van de kortste, toch een van de meest interessante artikelen.
Steenbergen trekt in zijn artikel ook duidelijk de lijnen door, die het referaat aangeeft.
Op blz. 49 schrijft hij, dat de genade nieuwe structuren van samenleven binnen de gemeente schept. Binnen de gemeente ontmoeten de mensen elkaar weer in gelijkwaardigheid en zo ook leven ze samen in de dienst van God.
Wanneer men zo binnen de gemeente geleerd heeft op een nieuwe manier met elkaar om te gaan, hoe zou men dan de verhoudingen in de samenleving op de oude manier kunnen voortzetten, zo luidt zijn vraag. Nu komen we in verschillende artikelen het woord structuur en structuurvernieuwing tegen. Het komt mij voor dat de betekenis hiervan niet duidelijk genoeg uit de verf komt. Het is waar, dat in de gemeente van Hand. 2 ook slaven, vrouwen en jongeren weer in tel zijn, maar dat was in het begin toch ook zo? De scheppingsorde wordt op de Pinksterdag toch niet doorbroken? Terecht wijst Steenbergen er zelf op, in verband met de nieuwe verhouding tussen man en vrouw dat er geen doorbreking is van de scheppingsorde, Wanneer de vrouw in Genesis de hulp van de man genoemd wordt, betekent dat niet een ondergeschikte positie van de vrouw. Wat is die structuurvernieuwing dan wel?
Uiteraard valt niet over alle artikelen even lovend te schrijven.
Zo vind ik het artikel van Compagner, die over de visie van Luther schrijft, niet erg duidelijk.
Een bezwaar is ook, dat hij evangelie en kerk nog al eens door elkaar gebruikt. Wanneer hij wijst op de tendens in Luthers theologie tot verburgerlijking, concludeert hij zonder bewijs, dat het gereformeerd protestantisme eenzelfde ontwikkeling kent. Het komt mij voor, dat hij onvoldoende onderscheid maakt tussen Luther en Calvijn.
Kruis schrijft over Gods nabijheid De Here is een God die nabij is. Hij trekt m.i. wel wat veel conclusies hieruit voor sociale rechtvaardigheid, rassenpolitiek en dergelijke. Bovendien betekent de nabijheid van God nog wel wat meer. Zie Ps. 34: 19: De Here is nabij de gebrokenen van hart.
Het is uiteraard niet mogelijk in een boekbespreking 'Op alle artikelen in te gaan. Nog een drietal wil ik even noemen.
Het artikel van v. Mullingen heeft mij erg geboeid., Op duidelijke wijze geeft hij een exegese van tal van teksten, die van belang zijn om de positie van de vrouw in de kerk te bepalen.
Zijn betoog was voor mij zeer overtuigend. Maar ik weet niet of mijn objectiviteit groot genoeg is. Van kindsbeen af is mij o.m. door mijn vader bijgebracht, dat de achteruit stelling van de vrouw in de kerk niet naar de Schrift was, omdat in Christus geen sprake is van mannelijk en vrouwelijk.
Wanneer je in eigen opvatting bevestigd wordt, ben je snel geneigd om te prijzen.
Daarentegen sta ik nog al kritisch tegenover de artikelen van Moerdijk en Bom. De eerste trekt conclusies, die niet juist zijn. Zo maakt hij een tegenstelling in de politiek om voor alles de economie te herstellen in werkgelegenheidspolitiek.
Alsof' herstel van de economie niet een eerste voorwaarde is om de werkgelegenheid te herstellen. Het artikel van Born over massavernietigingswapens is voorzichtiger, maar hij komt toch eigenlijk niet uit het probleem .
Conclusie: hoewel op verschillende artikelen kritiek is uit te brengen is dit boek alleszins het lezen en overwegen waard. Het laatste woord zal er nog wel niet over gezegd en geschreven zijn. Mijn advies is daarom: koop en lees het boek Maar wel kritisch. Dat moet u trouwens met elk boek doen.