Als je het niet meer ziet
1985-06-21
Deze psalm ademt een rust uit die allerminst vanzelfsprekend is. Psalm 125 behoort bij het bundeltje van 120-134. de zgn.- Jaargang 29
- nummer 25
bedevaartsliederen die overigens letterlijk liederen van de optocht heten.
Dat merk je ook wel in Psalm 125: het is niet zomaar een psalm voor onderweg naar Jeruzalem, als het leven groeit en bloeit op weg naar een feest...nee dit bundeltje psalmen hoort thuis bij de optocht, de terugkeer uit de ballingschap. Terugkeer uit het strafkamp Babel (zie b.v. Psalm 126 vs 1: gevangenen terug naar Sion).
De mensen die Psalm 125 gezongen hebben wisten het uit eigen ervaring: van Gods oordeel dat zichtbaar geworden was in de val van Jeruzalem en de daarop volgende wegvoering in de Babylonische ballingschap. Ze hebben aan den lijve ondervonden dat waar Gods gericht losbreekt, daar valt alles in puin.
Dat was met de stad Jeruzalem en in 't bijzonder met de tempel pijnlijk duidelijk geworden.
Juist vanuit die ervaring is het begin van de psalm zo opmerkelijk: zo vast als de berg Sion...de berg wel, maar Jeruzalem en de tempel niet: de stad wankelde wel degelijk; de tempel ging aan gruzelementen. Rondom Jeruzalem zijn bergen, ter beveiliging jawel, maar de geschiedenis heeft geleerd: toch is Jeruzalem gevallen. Het begin van de psalm is pure geloofstaal. de HEERE is rondom Zijn volk van nu aan tot in eeuwigheid... dat is toch haast dwars tegen de feiten in ... Maar dat is de kèrn van geloven: zo zoor betrokken zijn op de HEERE Zelf, je helemaal aan Hem persoonlijk toevertrouwen, en je niet laten bepalen door wat voor ogen is. Je geloof niet laten vallen als' de uiterlijke tekenen van Gods. .goedheid verdwijnen. De psalm houdt ons voor: laat je niet door de werkelijkheid zoals die zich aan ons voordoet van de wijs brengen; geloof in God Zèlf, ook als alle uiterlijkheid venalt. Dat geldt in het groot: wie vandaag ziet dat de tastbaarheid van. Gods aanwezigheid uit de samenleving verdwijnt; die zal meer dan ooit zijn geloof meeten vastmaken in de HEERE Zelf. Maar het geldt ook in het kleine, in het persoonlijke vlak: wanneer je in je leven veel goede gaven van God hebt mogen opmerken, kinderen, gezondheid, voorspoed, werk, en vervolgens moet ervaren dat die herkenbare en tastbare zegen je langzaam maar zeker ontnomen wordt, dan komt het erop aan dat je je geloof steeds meer gaat richten op de HEERE God alleen. Dat is een louteringsproces dat ons moeilijk valt: maat Gods genade werkt langs die weg aan een geloof dat steeds zuiverder wordt. Opmerkelijk is in dit verband dat het oordeel (het wegvallen van Gods tastbare zegen) dus iets heel positiefs kan uitwerken. We zeggen hier met nadruk dat wat nu in een paar regeltjes geschreven is in de praktijk van het leven niet een bruistablet is dat pijn en verdriet snel doet verdwijnen.
Het onderstreept wel wat in het begin van het troostboek uit Heidelberg staat: alles dient tot mijn zaligheid, verderop nader uitgewerkt: Hij keert al het kwaad mij ten beste. Diepe woorden die meer waar dan waarschijnlijk zijn.
Woorden die ten volle bleken te gelden bij Jezus Christus. Hem is al het tastbare afgenomen;'t loopt uit op een volstrekte Godverlatenheid...en ook dàn spreekt Hij Zijn vertrouwen uit in God Zèlf; en in dat vertrouwen is Hij niet beschaamd!
Het wegvallen van tastbare vervulling van de beloften (landstad-tempel b.v.) is ontegenzeglijk Gods oordeel - maar het oordeel is niet het laatste. Het kwade dat bij dát oordeel zichtbaar wordt, de goddeloosheid die met de dag groeit, die heeft niet het laatste woord. De psalm geeft een belofte van God door: de scepter van de goddeloosheid blijft niet voor altijd op het erfdeel van de rechtvaardige rusten. De toenemende ellende zal een einde vinden door Gods ingrijpen; en dat is opdat de rechtvaardige niet ook zijn handen zal uitstrekken naar onrecht. Als je telkens weer moet ontdekken dat je fiets gestolen is, dan wordt de drempel om er zelf ook een te stelen steeds lager. De christelijke gemeente kan onder zware druk in de verleiding komen om zichzelf te gaan helpen; voor eigen rechten opkomen; trachten gerechtigheid tot stand te brengen als 't moet langs kromme wegen. De neiging om zo te reageren is krachtiger naarmate de ellende groter is - en wordt daarom met de dag sterker! De gemeente van Christus zal in plaats van er zelf voor te zorgen dat aan haar en de haren recht geschiedt moeten bidden tot de hemelse Vader om voortdurend de nood aan Hem voor te leggen. Zich sterk maken in het gebed ...zich sterk te maken: door volstrekt zwak en afhankelijk te zijn - dat is de weg die Gods kinderen gaan. In de stellige verwachting dat de HEERE goed zal doen aan de goeden door de macht van de goddelozen teniet te doen. Die belofte is er voor de oprechten van hart. Dat is uitnodigend, prikkelend gezegd, Die toezegging is er niet zomaar voor ‘de onderdrukten'. De verlossing is er alleen voor degenen die zich geheel aan de HEERE toevertrouwen. Israël is hier dan ook een geestelijke naam.
Het gebed van de gemeente lonkt onderdrukten uit om een heel bepaalde houding aan te nemen. Zo kan de gemeente ook in haar publieke gebed een wenende gemeente zijn.