Het Liedboek

1985-06-21
  • Jaargang 29
  • nummer 25
Lied 295
Als bezwaar tegen dit Lied mag de enigszins mystieke inslag worden aangevoerd, De bijbelse voorstelling van Christus als Bruidegom geldt niet voor 'de enkele gelovige, maar voor de gelovigen, de kerk in haar geheel de tekst maakt een wat verouderde indruk. De melodie is mooi en niet moeilijk voor de kerkzang, -Tekst: 1; melodie: 3.

Lied 296
Het thema van dit Lied is ontleend aan Openbaring 22, terwijl er duidelijk toespelingen zijn op de brieven aan de zeven gemeenten uit Openb. 2 en 3,al is de vermaning tot stand houden in de verdrukking nergens toegespitst". (Comp. p. 692).
De melodie is goed en algemeen bekend.
Tekst: 3; melodie: 3.

Lied 297
Ook in dit Lied wordt de inhoud bepaald door het thema 'Van de eindtijd, zoals dit in diverse psalmen en profetieën wordt getekend. “Het lied vraagt een rustig tempo, zoals men dat placht aan te houden in de tijd van ontstaan der melodie: daarmee komt men de bedoelingen van de (vermoedelijke) componist ten .aanzien van de gemeentezang het dichtst nabij". (Comp. p. 998).
Tekst: 3; melodie: 3.

Lied 298
De inhoud van dit Lied past geheel bij die van de voorgaande liederen betreffende karakterisering van de strijd en de overwinning van de eindtijd. De melodie is bekend en behoeft geen nadere toelichting.
Tekst: 3; melodie: 3.

Lied 299
Dit Lied zou kunnen worden aangeduid vals enigszins retorisch en breedsprakig, waarbij de verwerkte Schriftgedeelten echter niet een gelijkwaardige plaats hebben gekregen. "Wat de bijbelplaatsen betreft kan verwezen worden naar 1 Cor.9: 24-27, 2 Tim. 2': 5,2 Cor. 10 : 4 en vooral Er. 6: 10-17. Van de zijde van de vijand: grof geschut, anonieme wapens van veraf, brandende pijlen! Van de zijde der gelovigen 'de persoonlijke inzet".
(Comp, p. 696). De goede melodie moet niet te , snel worden gezongen, wil het lied tot zijn recht komen.
Tekst: 3; melodie: 3.

Lied 300,
"Dit Lied heb ik geschreven met het oog op de thematiek van de wederkomst", aldus de dichter. Omtrent de inhoud heeft hij een vrij uitvoerige toelichting gegeven (Comp, p. 699), waarin het gebruik van het woord bazuin in plaats van trompet aannemelijk wordt gemaakt. De eerste strofe geeft een samenvatting met de woorden "Rest er niets meer dan te zingen, Heer, dan is Uw pleit beslecht". Strofe 2: "Gods gericht is een genadig gericht".
Daarom zullen (3e' strofe) juist de doden getuigen van het ware leven. Op dat levende getuigenis zullen ook wij, die in leven blijven, opstaan ,(4e strofe) achter hen aan de Christus tegemoet, De strofen 5 en 6 richten zich tot ons “die niets vóór hebben op hen die ontslapen zijn" (1 Thess. 4 : 15): wij die leven lopen gevaar dat uur te missen doortraagheid, wanhoop, zelfoverschatting.
Daarom manen deze strofen tot de paradoxie van 2 Petr. 3: 12: haastige lankmoedigheid (gij moet op het wonder hopen) en ongeduldig geduld (zouden wij niet haastig eten).
Wat de melodie betreft: het gevaar voor “op hol slaan" is lang niet denkbeeldig (4/4-maat overgaand in 2/2-maat). "Dan komt niet alleen de tekst in het gedrang, maar verliest ook de melodie haar zeggingskracht" (Comp, p. 701).
Tekst: 3; melodie: 3.

Lied 301 t/m 310
Zie "Opbouw" 24e jaargang, nr. 12 van 21-3-'80.

Lied 311
De tekst van dit Lied is ontleend aan 'n gedicht van de 17e eeuwse "Jacobus Revius en 'de ombouw' was nodig om een stichtelijk versje tot een aanvaardbaar gemeentelied te maken. Het verhaal uit Ex. 3 is door de dichter gelezen als een gelijkenis: het brandende braambos werd voor hem tot een beeld" van de kerk. Het is jammer dat de manier waarop een en ander in het Liedboek afgedrukt staat, niet meteen suggereert hoe de 8-regeli'ge strofe eigenlijk in 2 helften uiteenvalt, die het beste in beurtzang gezongen zouden kunnen worden: de regels 3 en 4 zijn een antwoord op de vraag in 1 en 2." (Comp. p. 724).
Wat de melodie aangaat: de zangwijs is niet los te denken van de begeleiding. Instuderen gebeurt misschien het beste eerst maar zonder orgel.
Tekst: 3; melodie: 3.

Lied 312
De inhoud van dit Lied is wel goed, maar het taalgebruik maakt het niet in alle opzichten aantrekkelijk (b.v. strofe 2: "ontgloei heel de aard in broedermin!".
De melodie is goed. zingbaar, maar het tempo moet niet te snel worden gekozen.
Tekst: 2; melodie: 3.

Lied 313
We hebben bij dit Lied - merkwaardig genoeg - te doen met het werk 'Van 3 dichters, van wie de jongste meer dan 100 jaar later geboren werd. dan de beide andere. Dat het toch "een eenheid vormt is te danken aan het feit dat de drie dichters, die elkaar nooit hebben gekend, één waren' in hun visie op de opdracht der kerk ten aanzien van de volkeren. In Duitsland is het niet voor niets tot het meest geliefde zendingslied geworden".
(Comp, p. 728).

Wat de melodie aangaat, ook hier een opmerking over het tempo.
er dient voor te worden gewaakt dat de duur der noten niet willekeurig wordt verkort en het tempo mede daardoor in zijn geheel wordt opgevoerd, terwijl regel 4 en 5 aaneen dienen te worden gezongen.
Tekst: 3; melodie: 3.

A. t.a.v. de tekst der liederen:
het cijfer 1
bij niet voluit Schriftuurlijke tekst, b.v. vanwege het humanistisch karakter of door een sterke piëtistische inslag;

het cijfer 2
bij een weliswaar Schriftuurlijke, maar niet direct begrijpelijke, en aanspreekbare tekst;

het cijfer 3
als de tekst volkomen Schriftuurlijk en zonder meer verstaanbaar is.

B. t.a.v. de melodie der liederen:
het cijfer 1
voor een niet-aanvaardbare melodie;

het cijfer 2
voor een onbekende melodie die na enige oefening, eventueel met behulp van een koor, door de gemeente wel te zingen is en voorts ook voor een melodie die niet bepaald tot "de beste" behoort.

het cijfer 3 voor "een goede" melodie, geschikt voor de gemeentezang.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief