Echtscheiding -2
1983-01-07
Overspel- Jaargang 27
- nummer 1
In de derde plaats iets over overspel.
Voor dat ellendige feit staan we als een man verliefd wordt op een collega van kantoor en daaraan toegeeft of als een vrouw gaat houden van de man van haar vriendin. De ellende is dat zulke verboden liefdes vaak ondergronds kankeren, en dat het onheil al onherroepelijk is en de ellende niet te overzien, als de ambtsdragers er nog eens aan te pas komen.
Ik lees Lev. 20: 10: De man, die overspel pleegt met de vrouw van de ander, overspel met de vrouw van zijn naaste (!!! uitroeptekens, de aanklacht wordt herhaald, zo erg is het!!!) zal zeker ter dood gebracht worden; zowel de overspeler ais de overspeelster. Deut. 22 : 22-27 is erg uitvoerig en herhaalt steeds het: zo zuit ge het kwaad uit uw midden wegdoen.
Bekend is Maleachi 2 vers 13-16. Ik geef die weer in de vertaling Lettinga, zoals Douma die doorgeeft:
(13) Een tweede schanddaad bedrijft ge: onder gekerm en gezucht het altaar van de HERE met tranen overstelpen, omdat Hij zich niet meer vriendelijk wendt tot de offergave en die niet meer met welgevallen uit uw hand aanneemt.
(14) Vraagt ge waarom? Omdat de HERE getuige is geweest bij u en de vrouw van uw jeugd, tegenover wie gij ontrouw hebt gepleegd, terwijl zij toch uw gezellin en uw wettige vrouw (woordelijk: de vrouw van uw verbond) is.
(15) Eén en dezelfde God heeft haar gemaakt. Vlees en geest behoren Hem toe. En wat zoekt die ene anders dan kinderen van God (woordelijk: zaad Gods). Weest dus op uw hoede voor uw hartstochten weest niet ontrouw aan de vrouw van uw jeugd.
(16) Want ik haat het verstoten, zegt de Here, de God van Israël, evenals (woordelijk: en) het bedekken van het (woordelijk: zijn) gewaad met geweldpleging, zegt de HERE Sebaot.
Uit dit stuk blijkt het grote belang van de officiële huwelijksplechtigheid. Man en vrouw besluiten niet op zekere dag hun boeltje bij elkaar te gooien, maar er is een officiële huwelijkssluiting, als bij de trouwerij van Boaz en Ruth. Daarbij zijn getuigen tegenwoordig. De eerste getuige is de HERE zelf. Hij waakt over het gegeven woord en zal der waarheid getuigenis geven, als één van beiden het verbond luchthartig verbreekt. Ze zullen merken, dat Hij de HERE is.
Waarom is de HERE zo fel op deze trouw?
Omdat een huwelijk een kerk is in het klein. Omdat het kleine verbond een verwerkelijking is van het grote verbond. God sloot dat grote verbond met ons en Hij is daarin vurig trouw. Daarom kan Hij het niet luchten of zien als zijn kleine vertegenwoordiger, een priester nog wel, de trouw lichtvaardig breekt op dat kleine plekje van de gemeente (zijn vrouw is zijn zuster) dat aan zijn zorgen is toevertrouwd. Ik haat het verstoten, zegt de Here. Wanneer de kerk slap wordt in het veroordelen van ontrouw, zaagt ze (wat zich zelf betreft) de tak door waarop ze zit.
lets over het experiment
Twee jonge kinderen proberen de coïtus. Zijn ze daarom verplicht te trouwen? Twee heel jonge mensen verwekken een kind. Moeten ze daarom trouwen? Twee zeer zwak begaafden plegen het. Twee jonge mensen gooien hun boeltje bij elkaar en proberen wat. Zijn ze daarom getrouwd?
Douma zegt: waar geen huwelijk is, kan ook van een echtscheiding niet gesproken worden. Naar zijn overtuiging is in onze samenleving beslissend het moment waarop manen vrouw publiek voor de ambtenaar van de burgerlijke stand verschijnen. Ik verwijs naar Gen. 2 : 25: God liet Adam en Eva elkaar niet vinden, maar voerde Adam zijn huisvrouw als met zijn hand toe. Van SeIms merkt op: "volgens bijbels recht wordt een meisje iemands vrouw niet door de consummatie, maar door de traditio puellae; door de vrouw tot de man te brengen had God deze daad verricht". Hokken is geen trouwen. Een spelletje (hoezeer af te keuren) is geen huwelijk. Een experiment evenmin. De gedachte dat sexuele gemeenschap op zichzelf onontkoombaar tot een huwelijk moet lijden zou rampzalig kunnen zijn, aldus Douma. Maar hoe te handelen wanneer iemand zich in zo'n los-vaste verhouding langdurig aan een ander gegeven heeft? Wordt het dan niet echtbreuk de verhouding af te breken en een andere aan te gaan, ookal is de volgende wettig? Wie langdurig samenleefde, moet zich afvragen, of die relatie kan worden omgezet in een officieel huwelijk. En dat in de vreze des Heren. Is dat onmogelijk, dan moet de relatie worden afgebroken en dan blijft de weg die ds Trobisch ging met Fatma. Zie zijn boek "Ik ben met jou getrouwd". In de wachtkamer van het vliegveld legden ds Trobisch en zijn vrouw de naar vergeving hunkerende Fatma de handen op en zeiden: Fatma, je zonden zijn je vergeven. Ga heen, zondig niet meer!
Moeilijke vragen
Nog enkele opmerkingen, die we bij gebrek aan beter rangschikken onder 'moeilijke vragen', alsof de vorige niet moeilijk waren!
Mag een vrouw die verstoten wordt (Mt. 5 : 31, 32) inderdaad niet weer trouwen dan op straffe van het plegen van echtbreuk? Ze kan er immers zelf niets aan doen, misschien.
Een tegenvraag: Zou er misschien bekering en verzoening mogelijk blijven, als ze bleef uitgaan van de onverbrekelijkheid van haar huwelijk en bleef wachten? Zodra de verstotende man zelf echtbreuk pleegt door een ander te nemen, is ze vrij.
Nog een vraag: mag iemand die zijn of haar partner lichtzinnig verlaat (1 Kor. 7: 10, 11) later, als de zaak onherroepelijk ligt, inderdaad nooit meer trouwen? Tegenvraag: Wie ziet kans één gram af te doen van Gods gericht en oordeel over echtbreuk en van de woorden van Paulus in 1 Kor. 7 verschil? Als er een nieuw huwelijk komt, dan alleen door boete, berouwen genade heen.
Voorbeeld één: David had na zijn echtbreuk en moord de dood verdiend. Maar hij mag blijven leven en hij mag Bathseba zelfs tot zich nemen. Dat geschiedt door boete, berouwen vergeving heen. Denk aan psalm 51 : 6: tegen u, tegen u alleen heb ik misdreven.
Voorbeeld twee: Jezus zegt tot de vrouw die op heterdaad van overspel betrapt wordt: Ik veroordeel u ook niet; ga heen en zondig niet weer (vs. 11).
Ook voor haar was er een voortzetting, door boete en berouw heen.
Ik zou een broeder of zuster, die onherstelbare ontrouw had gepleegd plaatsen voor het onontwijkbare neen van de HERE. Als er na boete en berouw zich een nieuw huwelijk aandiende, zou ik dat aanvaarden, hetgeen iets anders is dan bevestigen en bevorderen.
Duidelijker ligt alles bij hen, die na echtbreuk pas tot geloof kwamen. Bij zulken ervaart men steeds dat ze plotseling hun verleden als zondig gaan zien en vergeving vragen aan voormalige partners, tegenover wie ze zich nu schuldig weten.
Douma noemt veel situaties waarin gewikt en gewogen moet worden. Hoe te handelen wanneer één van beide partners ongeneeslijk ziek wordt? En hoe als één van beiden bij de huwelijkssluiting de waarheid niet sprak (impotentie)? Nog een vraag: hoe is de verhouding tussen het gebod om te huwen en niet te branden (1 Kor. 7 : 9) en het verbod om nogmaals te huwen?
Het is duidelijk dat de kerk van Christus de onverbrekelijkheid van het huwelijk moet handhaven (tegenover de huidige wetgeving van 1971). Tegelijk zal de kerk barmhartig moeten zijn, zoals onze Heer Jezus Christus barmhartig was, Johannes 8.
Wat boete en bekering betreft: het zou te betreuren zijn als de tijdelijke onthouding van het heilig avondmaal als daad van publieke boete en erkenning van schuld uit onze kerkelijke praxis verdween.
Hiermee meen ik voldoende directieven te hebben aangedragen om een discussie mogelijk te maken.
Het opschrift boven onze overleggingen blijve: Weest heilig, want Ik ben Heilig, Lev. 19. Of ook de oproep van Paulus aan de "heiligen en beminden": gij geheel anders, Ef. 4.