Medezeggenschap in het Christelijk onderwijs

1983-01-07
  • Jaargang 27
  • nummer 1
In "Opbouw" van 10 december j.l. gaf drs. W. G. Rietkerk uiting aan zijn bezorgdheid over de gevaren, die het Christelijk Onderwijs bedreigen vanuit de Wet Medezeggenschap Onderwijs. Zijn bezorgdheid is terecht. De gevaren zijn groot, en er is alle reden om op onze hoede te zijn. Maar bij de remedie, die hij aanbeveelt, zet ik vraagtekens. Niet alleen als ouder, maar ook als leraar en als lid van een Voorlopige Medezeggenschapsraad ben ik bij deze zaak betrokken. Ik vrees, dat de strekking van Rietkerks artikel- hoe voorkomen wij een "overval"? - de toets van de wet niet kan doorstaan. Tenminste niet op deze manier.

Instemming of respect

Onder het kopje "Kunnen is niet moeten" schrijft drs Rietkerk: "Iedere school moet haar eigen medezeggenschapsreglement maken". Akkoord, maar alle reglementen moeten wel ter goedkeuring aan het Departement van Onderwijs voorgelegd worden, op straffe van subsidieverlies (art. 20 lid 1).
Verder schrijft hij: "Iedere school kan dus zèlf vaststellen of ... leden van de medezeggenschapsraad grondslag en doelstelling moeten respecteren of er mee instemmen". Dat is maar gedeeltelijk juist. Van leden van de Voorlopige Medezeggenschapsraad mag (niet: moet!) hoogstens respecteren gevraagd worden (art. 24 lid 4). En deze Voorlopige Medezeggenschapsraad bespreekt en beoordeelt het reglement voor de definitieve Raad! Tegen de aanwezigheid in de VMR van die "alleraardigste Joodse mevrouw" valt dus geen enkel bezwaar te maken. Behalve natuurlijk, als de verkiezingen voor de VMR niet, of niet volgens de regels, hebben plaatsgevonden. Een ondeugende vraag: Op wie heeft drs Rietkerk een half jaar geleden gestemd?
Heeft hij wel gestemd?
Ook echter voor de (definitieve) Medezeggenschapsraad mag niet van iedereen instemmen met grondslag en doelstelling gevraagd worden. Niet van leerlingen (of hun ouders), die op een school zijn toegelaten, omdat er geen ander voor hen geschikte school in de buurt is. Maar ook niet van leerlingen (of hun ouders), die zonder bezwaar zijn toegelaten! Dat valt allemaal te lezen in art. 4 lid 11 van de wet.
De commentaren op de wet (verschenen bij Samson) en uitspraken van o.a. minister Deetman laten er geen twijfel aan bestaan, dat ouders wier kinderen normaal zijn toegelaten tot de school, niet via een “Instemmingartikel" uit de Medezeggenschapsraad geweerd mogen worden. Tussen toelating tot de school en verkiesbaarheid mag dus geen discrepantie bestaan. 'Gastvrij' zijn (Rietkerk; het Openbaar Onderwijs spreekt overigens van 'leerlingenroof') gaat óf identiteit óf geld (subsidie) kosten!

Bedrijf of gemeenschap

Hoe heeft het zover kunnen komen? Ik vrees, dat het Christelijk Onderwijs in een kuil terecht gekomen is, die het zelf heeft helpen graven. In de jaren zestig kwamen er, mede door de Mammoetwet, ook Mammoetscholen. Daardoor groeide de afstand tussen bevoegd gezag en personeel. Als zo'n bevoegd gezag verscheidene scholen bestuurde en bovendien nog de vorm van een stichting had, werd reëel overleg tussen werkgever en werknemers vaak een probleem. Daarom verzocht het Nederlands Genootschap van Leraren (NGL) omstreeks 1975 de toenmalige minister van Sociale Zaken, drs Boersma, om de Wet op de Ondernemingsraden ook van toepassing te verklaren op grote scholen. Op deze wijze zou een behoorlijk overleg met het personeel van de school/scholen gewaarborgd zijn. De minister was daartoe bereid.
Tegen dit voorstel rees verzet van de schoolbesturen. Zij vonden, dat een ondernemingsraad niet bij het onderwijs past. De school, althans de Christelijke school, is volgens hen een gemeenschap, waarin leraren, ouders en leerlingen eendrachtig samenwerken tot elkanders heil. Daarom stelden zij voor een "Schoolgemeenschapsraad", waarin alle geledingen van de school zouden "participeren", wettelijk aan de scholen voor te schrijven. In zo'n Raad, mag ik er wel aan toevoegen, zou ook de invloed van het personeel op het beleid van het bestuur veel kleiner zijn. Men vergelijke slechts het Modelreglement van het NGL met dat van de PCO.
De besturen vonden voor hun bezwaren gehoor bij het Departement van Onderwijs. Op verzoek van Minister Van Kemenade trok Minister Boersma zijn toezegging in, mits er op korte termijn een speciale wet voor het onderwijs zou komen. Het feit, dat de socialist, ras-democratiseerder en voorstander van de Openbare School Van Kemenade zo gemakkelijk op hun voorstellen inging, had de voorstellers achterdochtig moeten maken. Zij waren echter zeer tevreden.

Onderwijs en Welzijn

In het parlement speelde intussen de kwestie, die ik gemakshalve maar de "Democratisering van de Welzijnsstichtingen" noem. Veel instituten op dit gebied - ziekenhuizen, psychiatrische inrichtingen e.d.- gaan uit van Christelijke stichtingen, maar hebben veel niet-Christelijk personeel in dienst. Ook hun 'cliënten' komen vaak niet uitsluitend uit de eigen groepering. Het gevolg hiervan is, dat een klein aantal mensen (bestuur) zijn normen oplegt aan een groot aantal van hen afhankelijken (personeel en 'cliënten'), en wel op "staatskosten" (subsidie). Dit was PvdA en VVD een doorn in het oog. Zij wilden via een medezeggenschapsregeling aan allen, die bij enige welzijnsinstelling betrokken zijn, invloed verschaffen op het beleid van die instelling. Op straffe van subsidieverlies.
De vraag was nu: zijn scholen ook welzijnsinstellingen? Of zijn het opleidingsinstituten, gericht op de eigen groep? De schoolbesturen verschaften het antwoord. Met hun nadruk op gemeenschap, openheid, welbevinden tegenover prestatie, opvang, participatie van de ouders enz. verklaarden zij de scholen tot welzijnsinstellingen. Dit sloot goed aan bij de in veel Christelijke kringen levende gedachte, dat de school evangelisatie-middel moet zijn. Kortom, een leerling zit niet uitsluitend op school om te leren, maar om, begeleid door de 'onderwijsgevenden', mens te worden.
Ik ga nu niet verder op deze stellingen in, maar het kan duidelijk zijn, dat de keuze voor welzijn grote invloed had op de formulering van de wet. Er zijn scholen, waarvan 80 % van de leerlingen afkomstig is uit niet-kerkelijke kring. Door "de" ouders als betrokkenen naar voren te schuiven, zulks in combinatie met de belijdenis van de 'gastvrijheid', maakten de schoolbesturen deze wet mogelijk. En dus een Medezeggenschapsraad die uit niet-Christelijke ouders bestaat.
Het bovenstaande is niet als een requisitoir bedoeld, maar om duidelijk te maken, dat het nu niet aangaat om met trucjes een wet te ontduiken, waarvoor we zelf medeverantwoordelijk zijn. Door mooiklinkende, maar vage zendings- en opvoedingsidealen de school binnen te halen, door niet-Christelijke paedagogen als voorbeeld te nemen (Maslow!), door de school te maken tot manusje-van-alles voor wat we zèlf niet meer (willen) doen, hebben we dit mogelijk gemaakt. Nu moeten we de consequenties aanvaarden.
Het alternatief is: terugkeer naar de vroegere taakstelling van de school, een verlengstuk van het Christelijk gezin voor die taken, die dat gezin zelf niet aankan. Maar dan rijzen er twee vragen. Bestaat dat gezin nog wel? En: zo'n terugkeer kost leerlingen, banen, scholen. Wie durft daarvoor de verantwoording op zich nemen?

Een redelijk alternatief

Wie meent, dat ik wil betogen, dat wij het hoofd maar in de schoot moeten leggen omdat het kwaad niet meer te keren is, vergist zich. De medezeggenschapsraad zal worden bevolkt met actieve en meelevende ouders. Zij zullen zich candidaat stellen en aan de stemming deelnemen. Als dit ouders zijn, wie het Christelijk karakter van de school, die gedragen wordt door geïnteresseerde en meelevende Christen-ouders, hoeft zich m.i. geen zorgen te maken.
Dit lijkt mij een betere weg dan beperking van de toelating of van het instemmingsrecht. Ook een bestuur wisselt van samenstelling! Een reglement kon wel eens langer meegaan dan de orthodoxie van een bepaald bestuur. En dan kan instemmingsrecht voor ouders enorm belangrijk zijn!
Geen slagbomen opwerpen dus om vervolgens weer achter uw TV weg te kruipen. Maar actief u bemoeien met het wel en wee van uw school. Die is toch de school van de ouders? Laat uw eigendomsrecht dan gelden! De gang van zaken bij de verkiezingen voor de Voorlopige Medezeggenschapsraad stemt niet vrolijk. We zijn laat wakker geworden. Maar het hoeft niet te laat te zijn.
En zo niet, dan hebben we het recht op eigen scholen verspeeld. Dan hebben we ook het recht niet anderen tegen te houden om hun stempel op hun school te zetten.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief