Boekbespreking

1983-01-07
  • Jaargang 27
  • nummer 1
Ds. R. J. van Pagée
"Op weg naar de nieuwe aarde"
Pastorale overwegingen bij de christelijke toekomstverwachting.
Uitg. J. H. Kok, Kampen103 blz. - f 13,50

Ds. R. J. van Pagée, em. predikant in de Christelijke Gereformeerde Kerken, o.m. bekend door de diensten met belangstellenden in Amsterdam, behandelt in dit boek de christelijke toekomstverwachting. Het gaat hierbij niet over onderwerpen als duizendjarig rijk, het getal 666 of de positie van Israël in de eindtijd, maar over de toekomst die elk gelovige zal meemaken.
In dit boek laat ds. v. Pagée zien, dat hij niet alleen maar een boeiend spreker is, maar dat hij ook de kunst verstaat op levendige, nuchtere maar ook pastorale wijze de lezers te informeren en mee te laten denken. Op allerlei vragen, die samenhangen met onze toekomstverwachting, gaat hij op duidelijke wijze in.
Zo bespreekt hij in het 1e hoofdstuk de verschillende soorten angsten, die bij het naderen van het einde kunnen opdoemen.
Hij doet dat op een manier, die tegelijk toch opbeurend is. Wel vraag ik me af of zijn opsomming volledig is. Zou hier ook niet aan toegevoegd moeten worden de angst voor aftakeling, voor ontluistering? Wanneer ik op huisbezoek ben bij bejaarden, bemerk ik vaak naast dankbaarheid dat men nog zo goed is, de vrees dat men aftakelt zo, dat men totaal op de hulp van anderen is aangewezen en ook geestelijk niet meer bij de tijd is.
In dit hoofdstuk wordt ook op tal van vragen ingegaan.
Mag men de pijn wel uitbannen? Van Pagée: God heeft niet per se kanker nodig om ons iets te leren.
Mag men verdovende middelen gebruiken? Van Pagée: de medische wetenschap heeft niet alleen ziekten te bestrijden, maar ook pijn te lenigen. Niet de verdovende middelen doden het lichaam, maar de ziekte.
Bij de bespreking van de angst voor het oordeel wijst hij erop, dat het een van de grote successen is van Satan, dat het geloof in hem als ouderwets en onwetenschappelijk wordt afgedaan. Het schandelijke, vervloekte wat Satan doet, wordt soms toegeschreven aan de Eeuwige, liefdevolle heilige Vader, onder het opschrift "De leiding Gods". Een topsucces van de hel. Ik vermoed, dat de schrijver hier o.m. op het oog had het verhaal van Maarten 't Hart: "Een vlucht regenwulpen" over de moeder, die aan keelkanker leed. Aan het eind van dit hoofdstuk pleit Van Pagée ervoor het werkwoord sterven af te schaffen en over te gaan op het bijbelse woord "ontslapen" (1 Cor. 15 : 18).
In hoofdstuk 2 gaat de schrijver breed in op de vraag waar de ontslapenen heengaan. Waar zijn ze nu? Het lichaam verdwijnt, maar de ziel leeft voort. Sterk benadrukt hij de continuïteit, de verhouding van God met de gelovige, als de er eenmaal is, wordt nooit meer afgebroken, nooit meer onderbroken.
De gedachte van een zieleslaap verwerpt hij. Paulus spreekt over een verhouding tot Christus die wij bewust beleven. Verwezen wordt naar Rom. 8.
Ik had graag gezien, dat hij hier wat dieper op was ingegaan, juist ook in verband wat ds. Telder en ds. Vonk daarover geschreven hebben.
Al geloven wij, dat niets ons kan scheiden van de liefde van Christus, dan betekent dat nog niet, dat wij die verhouding bewust beleven. Wat stelt het voor, dat een ziel iets bewust beleeft? Is het bewuste niet iets dat bij het lichaam behoort?
In het hoofdstuk, dat gaat over de wederkomst van Christus, schrijft hij, dat het oordeel direct plaats vindt na het ontslapen. Zaligheid en oordeel vallen direct samen. Hij wijst dus de populaire opvatting af, dat op de oordeelsdag de hele wereldbevolking van alle zijden bijeengebracht zal worden en dat allen dan staan voor de rechtbank waar Christus troont.
Maar wat betekent dan ons belijden: vanwaar Hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden? Dat betekent, aldus Van Pagée, dat op die dag blijken zal, openbaar zal worden, hoe dat oordeel is uitgevallen toen men stierf.
Van Pagée gaat verder in op vragen als: waarom duurt het zolang totdat Christus wederkomt? En ook de actuele vraag waarom God niet ingreep toen de nazi's met hun duivelse concentratiekampen begonnen.
"Op weg naar de nieuwe aarde" is een boek, dat blij maakt. Ds. van Pagée laat steeds weer doorklinken, dat de christelijke toekomstverwachting niet een kolossale ramp omvat, maar een bruiloft, een paradijs. Hij laat zien, dat levensernst gepaard mag gaan met levensblijheid.
Belangrijk, vooral voor ouderen, maar in deze tijd ook voor jongeren is zijn aanmaning, dat wij aan het werk moeten blijven. Werk echter niet in de miserabele zin van "bezig zijn in het productieproces". Ook als iemand in zijn tuintje schoffelt en geniet van een bloem, is hij aan zijn werk. In onze maatschappij noemt men dat dan vrije tijdsbesteding of hobby.
Deze opmerking sprak mij, die sinds kort behoor tot de categorie van de "A.O.Wers" erg aan. Toen ik 65 werd, hoorde ik vaak de goed bedoelde, maar mij irriterende opmerking: gelukkig dat u hobby's hebt. Mijn kribberig antwoord was dan: ik heb geen hobby's, maar ik heb gelukkig werk genoeg. En het aardige is, dat ik er nu niet meer voor betaald word.
In vroeger eeuwen was het eigenlijk maar minderwaardig als je door arbeid je brood moest verdienen. Het schijnt nu voor velen zo te zijn, dat het werken zonder betaling geen arbeid meer is.
Ds. van Pagée geeft overigens ook nog adviezen aan hen, die door het ouder worden uitgeschakeld zijn en geen rol meer spelen.
Tussendoor maakt de schrijver een interessante afdwaling, die eigenlijk hier niet thuis hoort. Hij heeft het over de tijd tussen "nu" en "ontslapen". In die tijd, zo lezen we in Hand. 2, zullen uw zonen en uw dochters profeteren. Dat staat er, maar, aldus de schrijver, wat de dochters betreft heeft de kerk het eeuwenlang verboden. En er zijn nog afdelingen van de "Kerk van alle eeuwen en van alle plaatsen", die het verbieden.
Van Pagée is daar onverwachts scherp over en ik kan mij dat indenken. Laten de dochters des volks het niet wagen te profeteren, want ze worden er rap uitgegooid.
Hij wijst er in dit verband op, dat men daar tegen in gaat met een beroep op uitspraken van Paulus, waar hij worstelt met het ordeprobleem in de eerste christelijke gemeenten, de zogenaamde ordepericopen. De lang onderdrukten, vrouwen en slaven, wisten niet direct raad met hun vrijheid en werden te vrijpostig. Om de orde te houden in de gemeente legt Paulus daarom beperkingen aan bij de woorden van de Pinksterdag.
Het moet allemaal niet zo snel gaan. Onbegrijpelijk, aldus van Pagée, dat men zich tot in de 19e eeuw beroepen heeft o.a. op de ordepericopen uit de 1e eeuw om de slavernij in stand te houden en tot in de 20e eeuw men zich daarop blijft beroepen om de rijke vervulling van Petrus' profetie "Uw dochters zullen profeteren" te blokkeren.
Ik denk wel eens, zo schrijft hij, voor straf profeteren de zonen hier ook niet meer (de goede uitzonderingen daargelaten) maar hangen de geestelijke branie uit.
Het boek eindigt met een droom. Van Pagée droomt over het leven op de nieuwe aarde. Hij ziet in zijn droom b.v. mensen, die elkaar vroeger op aarde verwierpen, elkaar handen grepen. Wat vroeger zo belangrijk leek, is nu volstrekt leeg en onbelangrijk. Omdat we allemaal vrijgesproken zijn, spreekt ook niemand meer over schuld. Hij zag zijn moeder spreken met Augustinus en Sizoo en van Niftrik. Een enkel fragment uit die droom komt misschien wat vreemd over. Het is echter een ontroerende droom, die tracht ons iets te doen begrijpen van het leven op de nieuwe aarde, waar we met blijdschap naar uit mogen zien.
Ik gaf hier boven enkele momentopnamen uit dit mooie boek, dat ik met belangstelling en vreugde gelezen heb.
Ik hoop, dat dit boek van ds. van Pagée een bestseller wordt.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief