C.D.A. en R.P.F.

1983-01-14
  • Jaargang 27
  • nummer 2
In het betreffende artikel gaat de heer Bennen in op de verschillen tussen C.D.A. en R.P.F. N.B. verschillen zoals hij die ziet!
Na lering van het artikel heb ik sterk de indruk dat gebrek aan informatie omtrent doelstellingen, basisprogram en verkiezingsprogram de schrijver parten heeft gespeeld.
Mocht dit niet het geval zijn dan moet ik helaas constateren dat de schrijver de zaak waar het om gaat op een onaanvaardbare manier heeft versimpeld.
Met dit gegeven in het achterhoofd wil ik graag een aantal kanttekeningen bij het artikel plaatsen.

Allereerst wordt gesuggereerd dat een partij die regeringsverantwoordelijkheid draagt een bredere gerichtheid heeft als b.v. de R.P.F., die geen regeringsverantwoordelijkheid draagt, daarbij wordt ook nog vermeld dat dát logisch is.
Het is een onwaarheid dat de gerichtheld van het C.D.A. breder zou zijn als die van b.v. R.P.F. of G.P.V. Elke partij, voortkomende uit de Reformatie, zal haar activiteiten richten op de gehéle samenleving. Zij zal haar ideeën willen laten doorwerken op álle terreinen van het leven. Ook al zal een R.P.F. misschien nimmer in een regering komen dan nog zal dát haar streven moeten zijn en ik ben er van overtuigd dát dat ook haar streven is.
Dat de R.P.F. zichzelf laat zien als een getuigenispartij en dat er nauwelijks gelet wordt op de politieke uitwerking is dan ook een halve waarheid. Het is in ieder geval een beschuldiging aan het adres van alle R.P.F.-kamer-, staten- en gemeenteraadsleden. R.P.F -vertegenwoordigers zullen dankbaar zijn dat zij ook in de politiek mogen staan als getuigen van Jezus Christus maar zij zullen dan ook weigeren te accepteren dat hen een scheiding tussen beginselen en het praktisch politiek handelen wordt aangepraat.
Dat de praktische uitwerking wel eens beter zal kunnen is een geheel andere zaak, dit zit veeleer vast op de beperkte mankracht binnen een kleine partij en verder zal dit te maken hebben met de korte tijd dat een R.P.F. zich heeft kunnen manifesteren.
Scheiding tussen beginselen en de praktische uitwerking daarvan is overigens binnen een C.D.A., waar zoveel verschillende opvattingen leven, wèl volop aanwezig. Het gevolg is dan geen getuigenispartij maar een pragmatische politieke partij, je zou kunnen zeggen een scheiding de andere kant op.
De opmerking dat de R.P.F. zich met name op het christelijke belang richt is ook onjuist. De R.P.F. is maar niet een christelijke belangenpartij.
Als zij in deze tijd van secularisatie aandacht vraagt voor de positie van vele christelijke instellingen dan wordt zij daartoe min of meer gedwongen. In het licht van de voortdurende aanvallen van liberale en socialistische zijde èn door het gebrek aan een duidelijke stellingname van christen-democratische zijde is deze houding te begrijpen.
Dat de R.P.F. beperkte taken voor overheidslichamen ziet weggelegd heeft niets te maken met vermeende christelijke belangen maar gewoon met Reformatorische uitgangspunten voor het overheidshandelen welke in het verleden op vrijwel gelijke wijze zijn uitgedragen door A.R.P. en G.P.V. (Het G.P.V. doet dat nu nog.)
De stelling dat de R.P.F. de christelijke school gelijk stelt met het bijzonder onderwijs lijkt mij wat al te naïef, ook de R.P.F. is van mening dat de afwezigheid van openbare scholen het ideaal zou moeten zijn, dan zouden n.l. alle ouders hun verantwoordelijkheden verstaan. Uiteraard wil dat niet zeggen dat alle scholen dan christelijke scholen zouden zijn.
Ook de opmerkingen m.b.t. het sociaal-economische terrein en de zedelijkheidswetgeving laten zien dat een eenmaal "verworven" etiket (opgeplakt etiket) er moeilijk meer af te krijgen is. Ook de R.P.F. zegt dat de overheid in moet grijpen als ontsporingen worden geconstateerd.
Ik denk dat het in dit soort zaken heel belangrijk is hoe je tegen de eigen verantwoordelijkheid der verschillende samenlevingsverbanden aankijkt (school, gezin, onderneming enz.).
Op het openbare terrein zal de overheid háár taken dienen te verstaan en daar hoort toch zeker de zedelijkheidswetgeving bij. Dat de R.P.F. hier misschien extra aandacht voor vraagt kan verklaard worden door de snelle afbraak van deze wetgeving en dat tot voor kort onder leiding van een minister uit C.D.A.- huize. Ook hier zou je kunnen zeggen de ontwikkelingen dwingen je ertoe.

Plaatselijk ligt de zaak wei eens wat minder duidelijk. In Alblasserdam is dat blijkbaar het geval. Men mag dankbaar zijn dat het C.D.A. en de S.G.P. aldaar hetzelfde zeggen of doen als een RP.F .-er zou zeggen of doen. Je zou je dan overigens af kunnen vragen waarom er een C.D.A.-afdeling is opgericht die hadden zich dan ook bij de plaatselijke S.G.P.-afdeling aan kunnen sluiten. Ik denk dat een landelijk opererende politieke partij het gewoon nodig heeft dat er plaatselijke afdelingen actief zijn, dit om tot een krachtige partijvorming te kunnen komen. Als landelijk toch wel duidelijke verschillen zijn aan te wijzen tussen C.D.A. en R.P.F. en die blijken er hier en daar plaatselijk in het geheel niet te zijn dan zegt dat denk ik meer over de kloof die er gaapt tussen de C.D.A.-top en de betreffende C.D.A.-afdeling als over het recht van een aantal R.P.F.-leden om een eigen afdeling op te richten. Waarschijnlijk zijn dit soort situaties uitzonderingen, in de meeste gemeenten zijn wel dégelijk regelmatig verschillen aan te wijzen tussen C.D.A.- en R.P.F-fracties.
De vraag of er wel ruimte is voor kleine christelijke partijen is allang beantwoord. De kiezers hebben nl. gezegd: er is ruimte. De term "parasitaire" partijen doet volkomen onrecht aan de motieven en de gedrevenheid van R.P.F.-, G.P.V.- en S.G.P.-politici. Om dan toch maar in de terminologie te blijven, je zou kunnen zeggen: de ruimte voordeze "parasieten" is er gekomen doordat de principiële gezondheidstoestand van het C.D.A. zodanig was dat geen of onvoldoende weerstand tegen hen kon worden geboden.

Een algehele allesomvattende visie is bij de R.P.F. misschien nog onvoldoende ontwikkeld, dat kán, maar laat hier dan wel gezegd zijn dat de ontwikkeling van een dergelijke visie een enorme krachtsinspanning is, waar met veel élan door het nog beperkte kader van de R.P.F. aan wordt gewerkt. We hopen dat we daar ook de tijd voor krijgen!
De beginselen die onmisbaar zijn bij het ontwikkelen van een dergelijke visie zijn in ieder geval duidelijk gesteld en dát heeft velen aangesproken, we hopen dat dit in de toekomst ook zo zal zijn ondanks de twijfel van velen.

Tot slot, de conclusie dat het C.D.A.de komende tijd wel weinig kiezers aan de R.P.F. zal verliezen, vooral nu een centrum-rechts kabinet is aangetreden. De schrijver gaat er dan blijkbaar van uit dat een dergelijke combinatie minder moeilijk ligt. Of dit al dan niet zo is, het zal er uiteindelijk om gaan hóe het C.D.A. politiek zal bedrijven ook in déze coalitie.
Hert is vaker gezegd maar belangrijk genoeg om nog eens te herhalen: “liberalisme of socialisme, het is lood om oud ijzer".

Dick Stellingwerf, Ede

--<>--

C.D.A. en R.P.F.

Hebben de S.G.P., het G.P.V. en de R.P.F. wel bestaansrecht? Behoort de R.P.F. niet van het politieke toneel te verdwijnen? Volgens mr Bennen is er voor de kleine christelijke politieke partijen eigenlijk geen plaats in de Nederlandse politiek. Te scherp gezegd: de R.P.F. is een parasitaire partij omdat deze partij profiteert van zwakten bij het C.D.A. De R.P.F. zou volgens mr Bennen alleen de belangen behartigen van de eigen achterban, maar zich onvoldoende inzetten voor de samenleving als geheel.
Tot zover mr Bennen in "Opbouw" van 17 december 1982.

Een korte reactie lijkt mij wel noodzakelijk.
Toch wil ik proberen niet in de fout te vervallen om splinters uit de ogen van het C.D.A. te halen, maar de balken in de ogen van de R.P.F. niet te zien. Niet een aanval op. het C.D.A. stel ik mijzelf tot doel, maar een iets minder eenzijdige weergave van de politieke werkelijkheid en een aanduiding van wat ons behoort te verenigen.

Waarom de R.P.F. kleineren? Is de analyse van mr Bennen juist? Het gaat mij nu niet over zijn beoordeling van het C.D.A.; daar zou veel over te zeggen zijn. Slechts één opmerking: mr Bennen is kennelijk blind voor de grondfout van het C.D.A. Wat is er in het C.D.A. overgebleven van de inleiding op en de eerste 5 artikelen van het A.R.-program? In het C.D.A. zijn zowel de uitgangspunten als de vertaling ervan in de politieke praktijk nauwelijks meer herkenbaar. Dat is de kern van de zaak. Dat weet mr Bennen toch ook?

Echter, niet alleen zijn te gunstig oordeel over het C.D.A. zit mij dwars, maar vooral zijn kleineren van de R.P.F. Waarom was dat nu nodig? Wat drijft mr Bennen tot zulke vertekeningen? En nog wel van een partij, die de zijne niet is. Profilering? Markering van verschillen?

De zwakheid van de R.P.F. Tot nu toe zijn de deskundigheid en de ervaring van de R.P.F. nogal wat geringer dan van het C.D.A. Wie zal dat ontkennen?
Ook heeft de R.P.F., als jonge partij, last van groeistuipen. Bovendien wijst mr Bennen terecht op de zwakheid van de economische paragraaf in het R.P.F.-program; de laatste uitgave is echter al belangrijk beter.
Waarschijnlijk zijn er nog wel meer onjuistheden aan te wijzen bij de R.P.F.; er kan bij ons nog heel wat worden verbeterd.

De kracht van de R.P.F. De R.P.F. wil in zijn politieke aanpak uitgaan van het gezag van de Bijbel. De R.P.F. wil ons land besturen met behulp van richtingwijzers, die God ons geeft in Zijn Woord. Dat verbindt ons. De R.P.F. wil niet op een aantal punten, maar over de gehele breedte van de openbare samenleving politiek bedrijven. In alle gebrekkigheid wordt getracht Gods geboden toe te passen in het openbaar bestuur. Zoals Jozef dat deed in Egypte en Daniël in Babel. Niet alleen de eigen belangengroep, maar heel Nederland heeft de aandacht van de R.P.F. Niet alleen de christen-Turken, maar alle vreemdelingen hebben onze belangstelling.

Politieke verschillen? Ik heb veel geleerd van H. Algra, B. Goudzwaard, J. Meulink en C. J. Verplanke. Mijn basiskennis van de politiek is voor een belangrijk deel afkomstig uit de A.R. en uit het G.P.V. Daarvoor ben ik de genoemde personen en deze partijen dankbaar.
Toch is het voor mij onbegrijpelijk, dat een Bijbels christen in het C.D.A. zijn ideaal met of behoefte gevoelt om de R.P.F. of andere kleine christelijke partijen af te breken. Inderdaad functioneert de R.P.F. gebrekkig; het is een vriend wie ons onze fouten toont. Voor correcties zijn wij dankbaar, ook als deze uit het C.D.A. komen. Maar, was corrigeren wel uw bedoeling mr Bennen?

Hoe niet verder? Het is funest voor christelijke politiek als wij volstaan met ons te profileren tegenover de V.V.D. en de P.v.d.A. of wanneer wij ons doorlopend afzetten tegen andere christelijke partijen.
Het kost weinig moeite om fouten bij anderen te ontdekken, maar het is een te goedkope methode. Zonder het antwoord op de vraag: wat is christelijke politiek? komen we er niet.

Hoe wel verder?
1. De opdracht voor christelijke politiek luidt: Het besturen van de openbare samenleving op basis van de Heilige Schrift. Zowel de norm als de toepassing dienen we volstrekt serieus te nemen.
2. Uiteraard zouden alle Bijbelse christenen in één politieke partij moeten functioneren. Helaas is dat niet het geval. Aan dat ideaal: alle christenen schouder aan schouder en elkaar tot een hand en een voet behoort voortdurend te worden gewerkt.
3. Maar zolang alle gelovigen niet werken binnen het raam van dezelfde politieke partij zou men toch het volgende kunnen overwegen: Laat elkaar men, dat de Bijbels-christelijke uitgangspunten voor de politiek ons méér verbinden, dan de partij-organisatie van dit moment. Help elkaar verder en corrigeer elkaar vanuit de visie, dat in de strijd der geesten men zijn medestanders herkent. Althans zolang wij Gods Woord het belangrijkste achten voor de politiek en niet macht of het aantal stemmen.

A. Kadijk - Dronten

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief