Hij alleen heeft het gezien!
1983-01-28
"Het Mormonisme, zoals het wordt genoemd, staat of valt met de geschiedenis van Joseph Smith. Hij was of een profeet van God, door God geroepen, op de juiste wijze aangesteld en een roeping gegeven, of hij was één van de grootste oplichters die de wereld heeft gekend. Er is geen andere keuze."- Jaargang 27
- nummer 4
Joseph Fielding Smith (belangrijk Mormoons leider) Doctrines of Salvation. p. 188
Allemaal Onwaar!
De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen werd op 6 april 1830 gesticht door Joseph Smith en Oliver Cowdery. Die gebeurtenis had uiteraard een voorgeschiedenis.
In 1805 in 'n min-of-meer Presbyteriaans milieu geboren kwam Smith, naar eigen zeggen, omstreeks 1820 in conflict met "de Christelijke Kerk". Omstreeks die tijd vindt er in zijn omgeving een godsdienstige opwekking plaats, die resulteert in hevige onenigheid tussen sommige kerkgenootschappen over de vraag waar pas-bekeerden zich moeren aansluiten.
De nog jonge joseph voelt zich het meest tot de Methodisten aangetrokken. Omdat hij niet goed weet of hij goed kiest gaat hij, vertelt hij later, het bos in om daar voor zijn keuze Gods leiding te vragen. Aanleiding hiertoe is Jakobus, Hij krijgt antwoord, maar niet: een antwoord dat hij verwacht.
Hij alleen heeft het gezien!
We laten Smith zelf aan het woord: "Ik kreeg ten antwoord dat ik me bij geen ervan moest aansluiten, want ze hadden alle ongelijk; en de Persoon Die tot mij sprak, zei dat al hun geloofsbelijdenissen een gruwel in Zijn ogen waren, dat die belijders allen verdorven waren: "Zij genaken Mij met hun lippen, maar hun hart houdt zich verre van Mij; zij onderwijzen leringen, die geboden van mensen zijn, hebbende een gedaante van godzaligheid, maar zij verloochenen de kracht ervan." Hij verbood mij andermaal mij bij geen ervan aan te sluiten, en Hij zei nog vele dingen die ik nu niet kan opschrijven ... " (Joseph Smith 2 vers 19 en 20; pagina 60 van De Parel van Grote Waarde).
Vervolging
Op dat moment ontstaat echter ook de vervolging die de Mormonen zo geregeld zullen gaan meemaken. Smith merkt op (zelfde werk, vers 20b): "Het schijnt echter dat de Boze zich zeer vroeg in mijn leven ervan bewust was dat ik bestemd was om zijn rijk te verstoren en te hinderen; waarom zouden anders de machten van de duisternis tegen mij samenspannen? Waarom anders de tegenkanting en vervolging die al tegen mij ontstonden, toen ik bijna nog een kind was?"
Hij is er vast van overtuigd dat zijn visioenen van God komen, maar hij vindt predikanten op zijn weg, die niet geloven dat er in de 19e eeuw überhaupt nog visioenen voorkomen!
Een methodistisch predikant die hij zijn visioenen meedeelt "zei dat het allemaal van de duivel kwam". Dat is geen gebeurtenis die op zichzelf staat. ,,(Vervolging) vond plaats onder alle sekten - alle verenigden zich om mij te vervolgen". (2 : 22)
Uitverkoren
Als hij na een periode van lichtzinnigheid God om vergeving en om een teken vraagt, ontvangt hij een andere openbaring: "Terwijl ik God aldus aanriep, ontdekte ik dat er een licht in mijn kamer verscheen dat in helderheid toenam, totdat de kamer lichter was geworden dan op de middag. Onmiddellijk daarop verscheen er iemand naast mijn bed, die in de lucht bleef staan want zijn voeten raakten de grond niet." Het los kleed van die persoon was van "een witheid die al het aardse dat ik ooit had gezien overtrof. " ... Niet alleen dat zijn kleed buitengewoon wit was, maar de heerlijkheid van zijn verschijning ging alle beschrijving te boven en zijn gelaat was waarlijk de bliksem gelijk." / Deze persoon maakt zich kenbaar als Moroni, een afgezant die in Gods tegenwoordigheid verkeert. Hij vertelt Ioseph “dat een God een werk voor mij had, en dat mijn naam zowel ten goede als ten kwade onder alle natiën, geslachten en talen bekend zou worden".
Dan vertelt hij hoe er een boek, geschreven op gouden platen, bewaard gebleven is, dat de herkomst en de lotgevallen van vroegere bewoners van Amerika bevat. Ook zegt hij, dat het boek de "volheid van het eeuwige Evangelie" bevat, zoals dit door de Zaligmaker aan de vroegere bewoners is gepredikt.
Het boek is geschreven in een schrift dat Joseph niet zal kennen, maar bij het boek zal hij "twee in zilveren bogen gevatte stenen" zien, "die, aan een borstplaat bevestigd, de zogenaamde Urim en Thummim vormden." (vers 35) od heeft die stenen gemaakt opdat hij, die erdoor kijkt, een ziener zal worden.
"Verder zei hij mij dat, wanneer ik de platen waarover hij had gesproken had ontvangen - want de tijd daarvoor was nog niet gekomen -ik deze aan niemand mocht tonen, evenmin de borstplaat met de Urim en Thummim, alleen aan hen wie ik ze op bevel moest tonen; indien ik het toch deed, zou ik het leven verliezen". (vers 42)
Tot drie maal toe verschijnt Moroni hem diezelfde nacht, drie maal hetzelfde verhaal vertellend. Smiths geestesoog wordt geopend, zodat hij de plaats waar de platen verborgen lagen zal kunnen herkennen. Als nadere waarschuwing voor het juiste gebruik van de gouden platen zegt Moroni nog dat "Satan zou trachten mij te verleiden (gezien de behoeftige omstandigheden van mijn vader) om de platen te bemachtigen met het doel rijk te worden. Dit verbood hij mij, zeggende dat ik met het verkrijgen der platen geen ander doel voor ogen mocht hebben dan God te verheerlijken en mij door geen enkele andere beweegreden mocht laten leiden dan het opbouwen van Zijn koninkrijk; anders zou ik de platen niet kunnen ontvangen." (46)
De Heuvel
De volgende dag valt Joseph bewusteloos op de grond - spanning of emoties? Hij moet van de boodschapper, die opnieuw verschijnt, zijn vader alles vertellen. Hij mag dan op reis naar de heuvel Cumorah.
De platen en de Urim en Thummin worden gevonden; ze zitten in een stenen kist.
Als hij de voorwerpen eruit wil halen, wordt hem dit verboden. Pas over vier jaar mag hij dat gaan doen. Elk jaar gaat Smith een keer naar de heuvel, zoals hem door de Engel is geboden. Steeds treft hij daar Moroni. Hij zegt daarover: "ik ontving bij elk onderhoud onderricht en inlichtingen van hem ten aanzien van wat de Here ging doen, hoe Zijn koninkrijk in de laatste dagen moest worden bestuurd." (54)
Als hij op 22 september 1827 ten slotte de voorwerpen mag aanraken, is Smith al een getrouwd man; van de familie van zijn vrouw Emma (Hale) heeft hij inmiddels al de nodige tegenstand ondervonden. De verantwoordelijkheid die Smith voor het in ontvangst nemen van de gouden platen, Urim en Thummim en borstplaat, krijgt, is overigens zwaar: “indien ik ze door zorgeloosheid of veronachtzaming mijnerzijds zou verliezen, zou ik worden afgesneden." (59) Naarmate het gerucht dat Smith kostbare voorwerpen in zijn bezit heeft, zich verbreidt, wordt de vervolging sterker en "alle mogelijke listen worden aangewend om hem deze voorwerpen te ontroven." Joseph en Emma besluiten daarom de omgeving te verlaten en zich in een andere staat te vestigen.
Geen enkel bewijs ...
Aldus gebeurt het. Smith maakt in vrij korte tijd een deel van de vertaling af. Een rijke boer, Martin Harris, die hem zo ongeveer als enige in zijn ouderlijke omgeving gesteund heeft, komt hem opzoeken en neemt 'n deel van de vertaling (uit het "Herv. Egyptisch") mee naar de stad New York, waar een geleerde, een zekere professor Charles Anthon, enorm onder de indruk van de kwaliteit van de geleverde vertaling raakt. Een schriftelijke verklaring dat de tekens echt zijn moet eventueel sceptische tijdgenoten helpen meer positief hiertegenover te staan.
Als Anthon op de valreep nog vraagt hoe Smith eigenlijk wist dat er daar platen hadden verborgen gelegen, en als antwoord krijgt dat het “door engelenbediening" gebeurd was, gebeurt iets zeer betreurenswaardigs: "Toen zei hij tot mij, (aldus Martin Harris): laat mij die verklaring nog eens zien. Ik nam ze dus uit mijn zak en gaf ze hem; hij nam ze aan, scheurde ze in stukken en zei dat zoiets als bediening van engelen tegenwoordig niet bestond." (65) Als hij zelf de kans krijgt het schrift te vertalen, zegt hij: "een verzegeld boek kan ik niet lezen." Een mening, die ook door andere geleerden wordt gedeeld.
Smith is dus de enige die, door God geïnspireerd, met behulp van de Urim en Thummim, het schrift lezen kan, maar hij kan a. de platen en b. Anthon's verklaring niet overleggen. Hiermee is één van de meest controversiële punten in de leer van de Mormonen geïntroduceerd. Totin onze tijd toe wordt de betrouwbaarheid van Smith en zijn relaas over het ontstaan van het Boek van Mormon in twijfel getrokken.
Priesters
Als Smith en een vriend, Oliver Cowdery, in 1829 een passage in de door Smith vertaalde platen niet begrijpen (namelijk een deel dat over de doop tot vergeving der zonden ging), besluiten ze samen het bos in te gaan en hun probleem in gebed te brengen. Dat moment verschijnt hun een boodschapper, beschrijft Smith: "Terwijl wij in gebed verzonken waren en de Here aanriepen, daalde er een hemelse boodschapper in een wolk van licht neer, en onder oplegging van zijn handen ordende hij ons, zeggende: "Aan U, mijn mededienstknechten, verleen ik in de naam van de Messias het Priesterschap van Aäron, dat de sleutelen omvat van de bediening van engelen, van het Evangelie der bekering, en van doop door onderdompeling tot vergeving der zonden; en dit zal nimmermeer van de aarde worden weggenomen, totdat de zonen van Levi de Here wederom een offerande in gerechtigheid zullen brengen." (Joseph Smith 2 vers 69)
Op aanwijzing van de engel dopen beide mannen elkaar en leggen ze elkaar de handen op, zo elkaar bevestigend in dit Priesterschap.
De boodschapper, die zich als "Johannes de Doper" bekendmaakt, verklaart te zijn gekomen op aanwijzing van Petrus, Jakobus en Johannes, die de sleutels van het Priesterschap van Melchizedek dragen. De datum van die gebeurtenis: 15 mei 1829.
Hiermee is het verhaal nog niet ten einde: "Zodra wij na onze doop uit het water opkwamen, ontvingen wij grote en heerlijke zegeningen van onze hemelse Vader. Dadelijk nadat ik Oliver Cowdery gedoopt had, werd de Heilige Geest op hem uitgestort, en hij stond op en profeteerde aangaande de opkomst van deze Kerk en aangaande vele andere dingen met betrekking tot de Kerk en aangaande dit geslacht der mensenkinderen. Wij waren met de Heilige Geest vervuld, en verheugden ons in de God van ons heil." (verzen 72, 73)
Het Einde
Over Smiths leven nog dit. Hij reist een deel van de Verenigde Staten rond, om vervolging en tegenstand te ontlopen. In de plaats Nauvoo, waar hij met zijn aanhang zich vestigt, krijgen ze grote invloed, maar het al gebruikelijke patroon van vervolging en tegenstand valt ook daar te signaleren. Smith wordt op grond van een aantal beschuldigingen, waaronder grove immoraliteit (het bedrijven van polygamie: officieel trouwen met meer dan één vrouw), gevangen gezet. Op 27 juni 1844 bestormt een menigte mensen de gevangenis en worden Joseph Smith, dan 38 jaar oud, en zijn 6 jaar oudere broer Hyrum door geweerschoten gedood. Hun tempel wordt door de menigte eveneens vernietigd.
De mening van Mormonen
"Joseph Smith, de Profeet en Ziener des Heren heeft, Jezus alleen uitgezonderd, meer voor de zaligheid van de mens in deze wereld gedaan dan enig ander persoon, die ooit op aarde heeft geleefd. In de korte tijd van twintig jaar heeft hij het Boek van Mormon het licht doen zien, dat hij door de gave en macht Gods heeft vertaald door gebruikmaking van Urim en Thummim, en hij is het middel geweest om het op twee vastelanden uit te geven; hij heeft de volheid van het eeuwig evangelie, die het bevat, naar de vier hoeken der aarde gezonden; hij heeft de openbaringen en geboden, die dit boek der Leer en Verbonden vormen, en vele andere wijze geschriften en onderrichtingen voor het welzijn der mensenkinderen geschreven.”