Maassluis

1983-02-04
  • Jaargang 27
  • nummer 5
"Kan het zijn, dat de lier, die sinds lang niet meer ruischte ... "
Is dat niet van Bilderdijk, die geruime tijd niet geschreven had, maar toen toch weer aan een vers begon?
Zo wil ik nu voor Opbouw opnieuw wat doen en ik had dan gedacht aan enkele schetsjes uit de Nederlandse kerkgeschiedenis. Vakmensen, die ze onder ogen krijgen, zullen misschien wel eens 't hoofd schudden, want ik zal onsystematisch te werk gaan, maar wie al te grove fouten vindt, kan ze in het volgende nummer verbeteren. Ik wilde dan maar met Maassluis beginnen, omdat deze stad mij herbergt en je stelt als vanzelf belang in de geschiedenis van de plaats waar je woont.

N.C.R.V.
In Maassluis hebben wel meer grote mannen gewoond. Maarten 't Hart en Jan Schouten sla ik nu over, maar P. K. Dommisse wilde ik noemen.
Hij was één van de eersten die in de jaren twintig kennismaakte met het nieuwe medium, de radio, en daarvan de mogelijkheden zag voor de verkondiging van het Heilig Evangelie, Hier lag toch duidelijk een taak voor kerken en gelovigen. Hij nam het initiatief. In een aantal Christelijke bladen plaatste hij advertenties, wie met hem wilde komen tot oprichting van een Christelijke Vereeniging voor Draadlooze Telefonie. Hij kreeg reacties. Niet veel. Maar toch. Eén van de eersten die zich meldde was ds K. Schilder in Delft. Zo kwam het tot de oprichting van de NCRV, dat was 1924. Het secretariaat en het penningmeesterschap kwam bij Dommisse te liggen, in Maassluis. Hoe werd meteen de jonge vereniging gescholden, want één nationale vereniging, die zich tot doel stelde de "verstrooiing", wij zouden nu zeggen, het amusement, dat was toch voldoende? Dat was de AVRO. Maar ook in "eigen kring" was er heel wat te discussiëren. De Hervormden waren verhoudingsgewijs in vereniging en bestuur zwak vertegenwoordigd. Zij waren niet zo organiseerderig. Maar juist ook de Gereformeerde bestuursleden, onder wie Schilder, wilden niet dat het een Gereformeerd zaakje werd. In de statuten werd daarom opgenomen, dat er in het bestuur evenveel Hervormden als Gereformeerden moesten zitten.

KUYPER
Dan denk ik nu ook aan Abraham Kuyper. Hij is in 1837 in Maassluis geboren. Zijn ouders hadden zorgen over hem, want was dit wel normaal, zo'n groot hoofd? Een Duitse wonderdokter stelde tenslotte de ouders gerust. Hij onderzocht het kind en barstte toen in lachen uit: “Bewahre, das ist alles nur Gehirn!" Dat zijn allemaal hersens, en als dit kleine lichaampje dat grote hoofd maar voldoende kan voeden, dan zal dit land nog wat van deze kleine man beleven!

MARNIX
Nu gaan we verder in de geschiedenis terug, Marnix van St. Aldegonde, Toen ik zestien of zeventien was, mocht ik voor 't eerst zelf een boek kopen in de boekhandel, maar m'n vader had wel gezegd, welk. Ik was aangewezen om voor de jongelingsvereniging een inleiding te maken over Marnix, en nu was er juist een boek verschenen over hem, door prof. dr A. A. van Schelven. Dat boek zou de beste "bron" voor me zijn. Onlangs heb ik het opnieuw gelezen en toen vond ik Maassluis daarin. In de tachtigjarige oorlog was Maassluis strategisch belangrijk. Wanneer je de sluis opende, kon je DeIftland onder water zetten, tot Den Haag toe en misschien verder. Jan Koppelstok woonde daar, hij had een veerschip dat tussen Maassluis en Den Briel voer en hij was de man die de Geuzen naar Den Briel loodste en daar, in die stad, de vroede vaderen bang maakte met z'n verhalen over de aantallen van de Geuzen en hun bewapening. Maar na de inneming van Den Briel moest verder gehandeld worden. De "Sluis van Maasland" moest versterkt worden met een schans. Dit deed Marnix met een vendel soldaten. Hij werd echter door de Spanjaarden overvallen en gevangengenomen. Boze tongen beweerden, dat hij niet erg had opgelet, omdat hij zat te pimpelen in "De Moriaen". Marnix zelf geeft een andere lezing. Hij heeft dapper gevochten, maar de soldaten waren laf. 't Was nov. 1573. Marnix heeft bijna een jaar gevangen gezeten, op de Vredenburg in Utrecht. Die gevangenschap heeft het verzet, en met name de Prins, moeilijkheden bezorgd. Marnix ging namelijk schriftelijk voorstenen doen: als de Prins nu eens aan de koning beloofde, het land te zullen verlaten, dan zou de oorlog ophouden en men zou bij onderhandelingen kunnen voorstellen, dat de koning van Spanje in ruil voor het vertrek van de Prins en de staking der vijandelijkheden, aan de protestanten in Nederland vrijheid van godsdienst zou geven. Of misschien zou de koning de Nederlandse protestanten willen toestaan het land te verlaten en zich te vestigen in een ander gebied, waarover Spanje de heerschappij had.
Deze voorstellen hebben uiteraard de Prins geschokt. Hij gaf antwoord: onaanvaardbaar, en bovendien, wat heeft men aan een mogelijke belofte van Filips, als zijn kerk leert, dat je de belofte, gegeven aan een ketter, mag breken?
Een broer van de Prins, Lodewijk van Nassau, heeft hierover aan de landgraaf Willem van Hessen geschreven: Marnix zal deze gevaarlijke voorstellen wel gedaan hebben, om zichzelf in een betere positie te manoeuvreren tegenover Spanje en hij zal er van uitgaan, dat de Prins ze toch zal afwijzen, zodat er nooit bloed uit vloeien kan.
Van Schelven reconstrueert de gedachtegang van Marnix, die leidde tot zijn voorstel, aldus: Marnix vindt de oorlog een gruwelijk kwaad. Vrede daarentegen is een begerenswaardig goed. Daarom moet men ten koste van alles de oorlog vermijden en ook ten koste van alles de vrede najagen. Dan moet er maar van komen, wat komen wil.
Van Schelven noemt dit, ook in z'n boek over Willem van Oranje, défaitisme.
Misschien zal iemand deze kleine historie aktueel willen maken.
Die iemand zal zeggen: zoals Marnix schreef en voorstelde, dat is in feite hetzelfde als wat het IKV wil; défaitisme.
Ik ben altijd een beetje hang als iemand praat over de "les der historie".
Geen eeuw is gelijk aan de vorige of aan de volgende. Marnix schrok al van de gevolgen van een oorlog in de zestiende eeuw, maar de oorlogen van toen zijn toch niet te vergelijken met die, welke wij vrezen. Wanneer een oorlog geen doel meer dienen kan, en voor geen enkel probleem 'n oplossing brengt, omdat ze de aarde, geheel of grotendeels, voorgoed woest en ledig achterlaat.


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief