Gebed van de rechtvaardige

1985-01-25
  • Jaargang 29
  • nummer 4
Eerlijk gezegd kijken we wat vreemd aan tegen een gebed als psalm 26. Het gaat ons net even te ver als we David horen zeggen: ik heb in onschuld gewandeld (v. 1), ik was mijn handen in onschuld (v. 6) en aan het slot nog eens weer nadrukkelijk: ik echter wandel in onschuld (v. 11). Riekt dat niet sterk naar het farizeeërsgebed in de gelijkenis van Lucas 18? Het ootmoedig gebed van de tollenaar is ons dan veel liever: wees mij zondaar genádig.

Maar pas op: voor we 't weten bevinden we ons in het kamp van Davids tegenstanders, die hem ten onrechte ergens van beschuldigen. En het is juist tegen hun beschuldigingen, dat David hier in hoger beroep gaat bij zijn God. die hem immers door en door kent. Toets mij maar, beproef mij maar, durft David tegen zijn God te zeggen (v. 2).

Zo heeft David niet altijd kunnen spreken. Zie maar de psalmen 32 en 51! Maar er waren gelukkig ook tijden in zijn leven, dat hij vrijmoedig een onschuldspsalm als deze op de lippen kon nemen. Als hij b.v. vervolgd wordt door Saul, of verjaagd Wordt door Absalom. Het is niet onmogelijk, dat psalm 26 door David is gebeden aan het einde van de dag van de opvoering van de ark. Gewaagt hij niet van zijn liefde voor Gods Huis (v. 8) en heeft hij niet de omgang om Gods altaar gemaakt (v. 6)? Wat een feest! David heeft gedanst voor de ark des HEREN uit!

Maar van Michal krijgt hij dan de koude douche. Zij beschuldigt hem er van de eer van het koningschap te grabbel te hebben gegooid op de straten van Jeruzalem.
Terwijl David vervuld was van de heerlijkheid van Góds Koningschap!
In déze situatie is David zich van geen schuld bewust. Zijn gebed is waarlijk geen farizeeërsgebed: in het slot smeekt hij toch om verlossing en genade! Maar het behoeft ook geen tollenaarsgebed te zijn. Wij denken vaak, dat we moeten kiezen tussen het gebed van de tollenaar en dat van de farizeeër, en we vergeten, dat er een dérde mogelijkheid is: het gebed van de rechtvaardige! Die twee in de tempel 'zijn een keer uitgebeden en keren terug naar huis. Maar hoe verschillend! De farizeeër komt thuis zoals hij van huis gegaan is geen spier veranderd, hij heeft alleen zichzélf bevestigd, Maar de tollenaar komt als een ànder mens terug: gerechtvaardigd, zegt Jezus in de gelijkenis. Gebroken, maar geheeld. Met vergeven schuld. Uit genade gerechtvaardigd.

Jezus zoekt zondaars, hoeren soms en tollenaars. Maar als ze Hem gaan volgen blijven ze niet zoals ze waren. Er breekt in hun leven een nieuw leven aan, het leven van de rechtvaardigen, waar o.a. psalm 26 van getuigt.
Wandelen in Gods waarheid. Gods goedertierenheid voor ogen houden. Opgaan met Gods volk en vrolijk omgaan om Gods altaren! Neem nu die tollenaar: dacht u niet, dat al spoedig velen zijn verandering hebben opgemerkt? Er valt met de man te praten, hij haalt niet meer het bloed onder je nagels vandaan, en hij haalt niet meer de laatste penning uit je zak. En bij het oogsten dankfeest kan hij eerlijk meebidden het voorgeschreven gebed van Deut. 26: 13-15: "Ik heb in mijn huis niet voor mijzelf gehouden wat U O God toekomt, ik heb het gegeven aan de leviet en aan de vreemdeling, aan de wees en aan de weduwe, overeenkomstig Uw geboden, ik heb geluisterd naar Uw stem en gedaan, wat U ons geboden hebt." Het gebed van de rechtvaardige!
Van de uit genade gerechtvaardigde. Van de man en de vrouw, die van harte leeft in het verbond van Gods genade. Dan mag er gedankt worden voor onschuld. Komt de eer daarvan niet aan de HERE toe? Als we aan het begin van een samenkomst gevraagd hebben: HERE, laat alles in orde en vrede mogen toegaan ... en het is alzo gegaan. De HERE heeft ons gebed verhoord ... zouden we Hem daarvoor dan aan het slot van de bijeenkomst niet hartelijk danken?

Dan past toch niet het clichégebed. En vergeef ons, HERE, al het zondige dat er in ons werk geweest is. Ik heb bij zon quasi tollenaarsgebed wel eens de ogen open gedaan en de bidder verbaasd aangekeken, ik kon het niet meebidden, want was geen kwaad bewust: We moeten leren éérlijk te bidden, met de nodige onderscheiding en passend bij de situatie. Het geloofsleven is niet altijd hetzelfde. De HERE heeft daar rekening mee gehouden, toen Hij voor Israël zeer onderscheiden offers instelde voor heel verschillende gelegenheden: dankoffers en lofoffers, maar ook zondoffers. en zo was er ook het vredeoffer, het offer van sjalom, Dat werd 'gebracht als er vrede heerste tussen God en de mens en de mensen onderling, A1s er dus niets aan de hand was.
Zulke vredeoffers werden ook gebracht bij de opvoering van de ark (2 Sam. 6). Wat past psalm 26 dan mooi bij dat feest en die vredeoffers!

Moge het gebed van de rechtvaardige maar veel onder ons gevonden worden. Toen de tollenaar tot bekering was gekomen en een nieuw leven was begonnen, kon hij toch dat "tollenaarsgebed" niet blijven bidden. Dat zou al evenzeer oneerlijk geweest zijn als het "farizeeërsgebed".

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief