Het Liedboek
1985-01-25
Lied 275- Jaargang 29
- nummer 4
De inhoud van dit Lied is bepaald dooreen tweetal opstandingsfeiten, nl. de opwekking van het dochtertje van Jaïrus (strofe 1) en van Lazarus (strofe 2). Het thema is: "Christus, Die verre blijft, Die schijnt de belofte te vertragen, en de moeite die ons dàt geeft" (Comp. p. 651). "Strofe 3 en eigenlijk het gehele lied is een gebed van mensen, die zelf vrezen verloren te raken in de dood, langer dan een enkel uur, verder dan drie dagen", aldus de dichter. Daarmee wint o.i. evenwel de innerlijke onzekerheid (die tot angst leidt) het van de onwrikbare geloofszekerheid omtrent de wederkomst van de opgestane Heer (troost die angst overwint). De goed zingbare; mooie melodie vertoont veel overeenkomst met de psalmmelodieën.
Tekst: 1; melodie: 3.
Lied 276
Taal en stijl van dit Lied zijn dermate verouderd, dat het gezien het feit dat het geheel onbekend is, niet als een aanwinst voor de gemeentezang kan worden aangemerkt. Vanwege degoede inhoud (in tegenstelling met het voorgaande Lied) valt het echter niet geheel af te wijzen.
De melodie is wel aantrekkelijk, maar een bezwaar geldt de vier verschillende notensoorten.
Tekst: 2; melodie: 2.
Lied 277
Van de dichter van dit Lied is bekend "dat hij zwaar geleefd heeft, verblijvend als monnik in een klooster, zichzelf kastijdend tot zijn gezondheid er onder leed". (Comp. p. 655). Het verwondert dan ook niet dat de inhoud van het lied nogal vaag is gesteld. Daardoor blijft het verlangen van strofe 1 'te veel in het onzekere hangen met enige hoop voor de toekomst. De mooie melodie behoort tot de "innigste die ons uit de middeleeuwen is overgeleverd".
Tekst: 1; melodie: 3.
Lied 278
Geen gezangboek is compleet zonder dit lied, Het is zo indrukwekkend, zo schoon dat het altijd weer de christelijke mens heeft geboeid" (Comp. p. 656).
"De eerste zes strofen zijn het objectieve gedeelte, waarin een beschrijving wordt gegeven van de dag des oordeels. Dan begint het subjectieve gedeelte, waarin de zondaar spreekt van zijn hulpeloosheid en smeekt om genade" (Comp. p. 657). Het lied kent 3 prachtige melodieën en leent zich derhalve niet bepaald voor de gemeentezang als zodanig, Eventueel wel voor wisselzang tussen twee groepen of tussen koor en gemeente.
Tekst:3; melodie: 2 (indien enkel gemeentezang) .
Lied 279
De instelling van dit Lied is gegeven door de mening van de dichter (1530-1599) dat in het jaar 1584 de wereld zou vergaan, daarbij sterk geïnspireerd door de gedachte aan de jongste dag naar Matth. 25 en Openb. 20. "De wereld verging niet in 1584, maar vanwege de 30-jarige oorlog in Duitsland werd het alom populair, zoals het ook sindsdien, telkens weer in bittere tijden, opnieuw is aangeheven en aangeheven zal worden, zolang de mensheid lijdt". (Comp. p. 660). "De melodie van het lied brengt weinig moeilijkheden met zich mede".
Tekst: 3; melodie: 3.
Lied 280
In zijn geheel ademt dit Lied de verlossing van de zondaar en de komst van, het vrederijk, al zou wat meer bijbelse inhoud de gewenste sterkte van het lied ten goede zijn gekomen.
Zo is b.v. de zin in strofe 3: "Kroon de menselijke dromen met Uw koninkrijk op aard" betrekkelijk vaag. De melodie is bijzonder mooi.
Tekst: 2; melodie: 3.
Lied 281
"Dit Lied kan worden aangemerkt als een bewerking van het kroningslied van Psalm 72. De aanhef is duidelijk ontleend aan de 'verzen 5-8, de tweede strofe is vrij naar vers 9-11, de derde neemt de motieven op van vers 12-14 en de vierde van vers 17-19". Het lied is al vroeg populair geworden als zendingslied" (Comp. p. 662, 663).
Wat de melodie betreft: zoals bij de meeste Engelse melodieën het geval is, bestaat ook hier het gevaar van een te snel tempo. Dit moet wel worden voorkomen.
Tekst: 3; melodie: 3.
Lied 282
De inhoud van dit Lied is te beperkt en daardoor uiterst zwak. Daarbij wordt het natuurlijke bestaan (strofe 1) zonder meer vergeestelijkt en worden willekeurige beelden zonder enige samenhang geïntroduceerd. De melodie is mooi en gemakkelijk zingbaar.
Tekst: 1; melodie: 3.
Lied 283
In dit Lied ontbreekt een duidelijk Bijbelse inhoud, terwijl voorts bepaalde uitdrukkingen aan duidelijkheid en zeggingskracht veel te wensen over laten.
Zo b.v. strofe 1 "Gij zijt de zin van wat wij zijn"; strofe 3; "al dwalen we ook ten dode af tot over 't graf"; strofe 6: "als in het vorstelijke licht voor Uw gezicht wij blinkend staan met witte waarheid aangedaan". We achten het voor de gemeentezang daarom niet aanvaardbaar.
De melodie is goed, maar vereist wel deskundige begeleiding. Tekst: 1; melodie: 3.
Lied 284
In tegenstelling met het voorgaande is de tekst van dit Lied duidelijk en goed verstaanbaar. De melodie van Psalm 6 past zeer goed bij dit lied.
Tekst: 3; melodie: 3.
Lied 285
Dit "vredeslied" heeft terecht in het Liedboek en ook verder in diverse liedbundels zijn plaats gekregen, vanwege de duidelijke zin en inhoud. De melodie is algemeen bekend en gewaardeerd.
Tekst: 3; melodie: 3.
A, t.a.v. de tekst der liederen:
het cijfer 1 bij niet. voluit Schriftuurlijke tekst, b.v. vanwege het humanistisch karakter of door een sterke piëtistische inslag;
het cijfer 2 bij een weliswaar Schriftuurlijke, maar niet direct begrijpelijke, en aanspreekbare tekst; het cijfer 3 als de tekst volkomen Schriftuurlijk en zonder meer verstaanbaar is.
B. t.a.v. de melodie der liederen:
het cijfer 1 voor een niet-aanvaardbare melodie;
het cijfer 2 voor een onbekende melodie die na enige oefening, eventueel met behulp van een koor, door de gemeente wel te zingen is en voorts ook voor een melodie die niet bepaald tot "de beste" behoort;
het cijfer 3 voor "een goede" melodie, geschikt voor de gemeentezang.