SLAVERNIJ

1983-02-11
  • Jaargang 27
  • nummer 6
Onlangs liepen we tegen de slavenhandel op. Het was in Buskes' aantekening op ds Martin Luther King. 1) We namen ons voor, hier op terug te komen. Want die slavenhandel, basis voor het bestaan van de slavernij, heeft in de 17e eeuw voornamelijk in handen van de Nederlanders gezeten.
Daar zit een stuk vaderlandse geschiedenis in. Wij bezitten een advertentie uit het jaar 1820, in de Engelse taal, luidende als volgt:

Te koop en te huur: Bij openbare veiling op de 15e dag van Julij 1820 te 11 uur onder de bomen 2) te koop vijf slaven,
Tobias, ongeveer 28 Jaar oud, goede huisknecht Hannibal, ongeveer 20 jaar oud, werkman
Jozua, plm. 40 jaar, uitstekend visser
Abraham, 25 jaar, sterk en gezond
Eliza,een jonge vrouw, bekend met huiswerk en kinderverzorging.
Alle bovengenoemde slaven behoren tot een plaatselijke plantage.

Voorts te huur op de gebruikelijke condities van voeding, kleding en medisch toezicht, mannelijke en vrouwelijke slaven van goed karakter, uit verschillende districten: Luther, ongeveer 30 jaar oud, werkman
Willem, 37 jaar, uitstekende huisknecht
Harrie, 24 jaar, sterk in armen en benen
Fanny, uitstekende wasvrouw
Lucy ,14 jaar oud, werkmeisje
Sara, goede werkster en kinderverzorgster
Nancy, ongeveer 16 Jaar, dienstbode
Clara, 20 Jaar, goede kookster.
Eveneens te koop een partij fijne zijde en andere goederen.

Thomas Clarkson, een voorvechter van de vereniging tegen slavenhandel, schreef in 1808 een boek over dit bedrijf en toonde een tekening van de wijze, waarop een schip zo vol negers kon worden gestouwd, dat er echt geen een bij kon; ruimte kregen ze pas na de nodige sterfgevallen, die van 15 tot 25% van de lading liepen. U kunt dit nagaan in Winkler Prins. Die geeft trouwens ook een Nederlandse advertentie uit 1841 waar 42 partijen slaven werden aangeboden, in totaal 101 personen, waaronder 17 "spelende kinderen" en een zuigeling. De importeur en de veilingmeester waren De Mesquita's, alzo Portugezen; de tekst wijst uit, dat Nederlanders de kopers waren. De bekwaamheden van deze slaven werden omschreven als timmerman, veldneger, huismeid, veldmeid, delver, steenarbeider, voetebooi, kok in of veldmeid.

Wij hebben zulk een advertentie als meditatie-thema in een van onze kleinste vertrekken opgehangen. Naast schaamte over ons verleden biedt zo'n wandversiering ook vreugde over onze vrijheid. Want de handel in lichamen en zielen van mensen 3) is bijna zo oud als de zondeval en zal plaats hebben tot het einde der wereld. Maar als het christendom een zoutend zout is, zal dit kwaad met de kracht van onze mensenliefde moeten worden gekeerd.

Van Dale noemt slavenarbeid: harde en niet of slecht betaalde arbeid. Een slavenarmband is een gladde band met scharnier en slot (die hem draagt mag dit bedenken). Een slavenjuk is oorspronkelijk een boom met halsringen, om een groep slaven bijeen te houden. Een slavenketen iets dergelijks.
In een "slavenmacht" werd de grootte van een plantage aangegeven (!) en een slavenmarkt was de plaats, waar men eigenaar van medemensen kon worden.
De verdedigers van het slavenstelsel hadden niet alleen economische (dat zijn sterke) motieven aan hun zijde, maar beriepen zich ook graag op de Bijbel, beide testamenten. Inderdaad wordt daar van slavernij gesproken.
In het nieuwe testament het minste. Paulus nam in zijn briefje aan Filemon de weggelopen slaaf Onésimus 4) in bescherming en gaf aanwijzingen voor bekeerde slaven, die, evenals hun meesters, slaven van Christus moesten zijn. In het voorbijgaan merken we op dat de 17e eeuwse statenvertaling het woord slaaf vermeed en het griekse doulos met knecht vertaalde.
Maar in het oude testament kende men volop de sociale toestand, die slavernij mogelijk, zo niet noodzakelijk, maakte. Voor Grieken en Romeinen waren dat veelal overwonnen volkeren, die niet gedood maar in dienst gehouden werden. Bovendien konden slaven volksgenoten zijn, die om schulden of armoede zich verkochten aan de medemens. Mozes' wetgeving ten aanzien van slaven was echter uitzonderlijk gunstig, vergeleken bij de heidenen.
De slaven-volksgenoten werden na zes jaar vrijgelaten. Wensten ze aan te blijven dan was dit voor levenslang, maar zonder erfrecht als de kinderen.
Voorts mochten slaven onder Gods volk op sabbath rusten en verkregen bij mishandeling recht op vrijheid.
Het christendom (en ook de buitenchristelijke beschaving) heeft alle eeuwen door de slavernij aangetast. In 377 gaf de Romeinse keizer Valentianus II een verbod om slaven naar buiten hun grondgebied te verkopen.
Dat was heel wat, want er zijn tijden geweest dat 90% van Rome's bevolking uit slaven bestond en Rome heeft diverse slavenoorlogen gevoerd om opstandige slavenvolkeren te onderdrukken. Paus Gregorius de Grote, de man van de kerkmuziek, deed een aanbeveling tot vrijlating van slaven.
Niettemin had twee eeuwen later de stad Verdun nog een bloeiende slavenmarkt.
Het meest katholieke land ter wereld, Portugal, stelde slavrnij als straf op misdaad en ... ongeloof. En Spanje met zijn onderworpen Moren was weinig minder katholiek en weinig minder hard. In het kasteel te Amerongen bestaan de verlichtingsornamenten nog altijd uit zwarte armen, die uit de muur steken en gedienstig een lantaarn vasthouden.
In Westeuropa is horigheid en lijfeigenschap als een gematigde vorm van slavernij te zien, waaruit men zich door deelname aan kruistochten kon bevrijden.
De ontdekking van Amerika gaf nieuwe impulsen aan slavernij. De onderworpen Roodhuiden waren namelijk onwillige en ongeschikte slaven.
Men prefereerde sterke negers uit Afrika, het liefst gekerstende negers (!) Omstreeks 1500 werden de Spaanse koloniën alleen door negers bewerkt uit Afrika gehaald door Portugezen. Engeland gebruikte in de koloniën echter eigen mensen, gestraften en misdadigers.
Van Miehiel de Ruyter is bekend dat hij een aantal Hongaarse predikanten van slavernij op de galeiën heeft bevrijd: het gaf blijvende banden tussen ons land en Hongarije. Dezelfde vlootvoogd was het, die de Afrikaanse Goudkust veroverde, waardoor de slavenhandel van Portugese in Nederlandse handen overging. Tussen 1600 en 1800 was ons land sterk bij slaventransporten betrokken, hoewel de Engelsen intussen de leiding overnamen.
Tot 1800 gold slavernij echter als noodzakelijk in het economisch evenwicht der "beschaafde" landen, waarbij ook de traditie en het beroep op de Bijbel gewetens in slaep wisten te brengen.
De schepen, die slaven van Afrika naar Amerika brachten, werden vooraf gevuld met wapenen, alcohol, aardewerk en kleding. Van Amerika brachten ze rietsuiker, katoen en tabak mee naar Europa. Zo deden ze driemaal dienst en voeren nooit in ballast.

Rond 1800 werd de roep tot afschaffing van slavernij steeds sterker gehoord.
Het moet gezegd worden: voorzover deze roep uit christenmonden kwam, waren het niet de officiële kerken maar de secten: Quakers, Methodisten, Piëtisten en Doopsgezinden. In 1772 verklaarde de hoogste Britse rechter, Lord Mansfield. dat een slaaf, die voet aan Britse wal zette, vrij man was. In 1807 en nader in 1811 schafte de Britse regering de slavenhandel af; dat was wat, want Liverpool was de grote slavenmarkt. Vanaf dat ogenblik was de slavenhandel sluikhandel, die door patrouilles moest worden bedwongen, maar die sterker dan ooit bloeide. In 1815 diskwalificeerde een Weens congres de slavenhandel: Europa sprak zich uit. In 1814 stelden Engeland en de Verenigde Staten controle in. Wilberforce, die al in 1787 met een Methodistengroep de handel had aangevallen, wist in 1823 de anti-slavernij Society op te richten - die de nog werkzame slaven wilde bevrijden. In 1833 kwam het in Brittanië tot een Afschaffingswet.
Frankrijk, dat al in 1788 een vereniging van Vrienden der Zwarten had, schafte in 1848 de slavernij af. Nederland volgde in ... 1863, de V.S, in 1865, Portugal in 1878, Brazilië in 1888. En als u denkt dat hiermee de slavernij was weggewerkt: in 1889/90 werd een anti-slavernij acte van Brussel getekend, in 1919 een verdrag van St. Germain gesloten, in 192é een slavernijverdrag van de Volkenbond (ook door Nederland) getekend, in 1930 een internationale arbeidsorganisatie opgericht, in datzelfde jaar door de Volkenbond geconstateerd dat de Rubbermaatschappij Firestone in Liberia (= Vrijstaat!) nog slaven in dienst had en in 1931 schafte Ethiopië formeel de slavernij af. Niettemin vindt men vandaag nog slavernij in Azië en Afrika, voornamelijk in Arabië en rond de Middellandse Zee. Misschien komt u ze op uw zonnereisje wel tegen.

Een Amerikaanse socioloog berekende, dat tengevolge van slavenjacht en slavenhandel ongeveer 100 miljoen Afrikaanse mensen zijn omgekomen: 20 miljoen zijn verschéept naar Amerika. Door de zware beproeving van slavenjacht, transport naar de kust, wachten in een moordend klimaat en de ongezonde zeereis, werden de negers tragisch geselecteerd: de gezonde en zeer sterke overleefden het; u ziet het in de Amerikaanse sportwereld.
In dit verband moet nog herinnerd worden aan de brutale advertenties, hiervoor genoemd, uit 1820 en 1841 - dat is uit de periode, waarin slavenhandel officieel verboden was. Ook mag genoemd worden Mw Beecher-Stowe's boek “Uncle Tom's Cabin", dat in 1852 de laatste gewetens wakker schudde. En hoera, mevrouw Beecher was een calviniste.
Wie denkt niet aan dr Martin Luther King? De man, die zei: ik wil wel de broeder van de blanke zijn, maar niet zijn zwager? Dat was een discriminatie, zeggen we vandaag. Dat deed dr King wel meer. Hij zei ook: het is geen schande, nazaat van een slavenvolk te zijn; het is pas een schande, nazaat van een slavenhoudersvolk te zijn!
Maar we eindigen vandaag bij het bloed van Christus, dat betere dingen spreekt dan het bloed van King: opdat wij waarlijk vrij zouden zijn heeft Christus ons vrijgemaakt, Houdt dus stand en laat u niet weer een slavenjuk opleggen. 5)

1) Opbouw 22-10-1982 - 2) dus: op de markt - 8) Openb. 18 : 13 - 4) betekent: nutteloos, deugniet - 5) Gal. 5 : 1.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief