Van Papoea tot Genemuiden
2011-09-30
Twaalf jaar is Jan Rietkerk, als hij op een zendingsavond in zijn woonplaats Lisse gepakt wordt door de verhalen van zendeling ds. Paul Goossens over zijn werk op Soemba. Weer twaalf jaar later arriveert hij met zijn vrouw Gritly in Kawagit in wat toen Nederlands Nieuw Guinea heette, om daar in dienst van Mesoz, de medische en onderwijspoot van de zending van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) als onderwijzer aan de slag te gaan.- Jaargang 55
- nummer 19
Daarmee begint Jan Rietkerk (nu 76 jaar) het verhaal van zijn leven dat hij in ‘Van Papoea tot Genemuiden’ te boek stelde.
Schoolmeester
Rietkerk beschrijft zijn aankomst bij de Papoea’s (‘nog in het stenen tijdperk’), de bouw van zijn eerste en tweede huis en van het dorpsschooltje en de barrières die bij het vervoer te voet of per boot moesten worden overwonnen (de MAF vloog nog niet).
Hij schetst de grote taalproblemen waarvoor hij en de andere zendingswerkers stonden: ze kenden de diverse Papoeadialecten uit het Boven-Digoel gebied niet of nauwelijks en het kostte veel tijd om de Papoeajongens en -meisjes wat Nederlands te leren, zodat basale communicatie mogelijk werd. Je kunt het je haast niet voorstellen, maar taalstudie vooraf zoals nu voor zendingswerkers vanzelfsprekend is, was toen nog een onbekend fenomeen.
Rietkerk schrijft beeldend. Je ziet het voor je: gestrand in het oerwoud omdat de boot is vastgelopen, met vleermuizen ‘zo groot als kleine honden’ die in de nacht over hem heen vliegen. En je proeft de intense angst van de Papoeajongens bij de zonsverduistering.
Rietkerk is hier echt de schoolmeester die op vrijdagmiddag op de voorste schoolbank gaat zitten en aan het vertellen slaat, waarbij de leerlingen aan zijn lippen hangen. Op de titelpagina citeert hij F. Springer: ‘Mijn herinnering is de voornaamste bron bij alles wat ik schrijf’. Als ik zijn gedetailleerde beschrijving lees, moet ik concluderen dat Rietkerks herinnering aan gebeurtenissen van vijftig jaar geleden verbluffend veel scherper is dan de mijne.
Politiek
Na drie jaar komt er door de Indonesische oorlogsdreiging een abrupt einde aan het verblijf van de Rietkerks op Nieuw Guinea. Terug in Nederland wordt Jan Rietkerk onderwijzer in Barneveld, vervolgens in Wezep en uiteindelijk leraar aan de Gereformeerde MAVO in Kampen. In Wezep wordt hij actief in de Vrijgemaakte (later Nederlands Gereformeerde) kerk: als lid van de mannenvereniging, leider van de knapenvereniging, penningmeester van de kerk en veilingmeester bij de jaarlijkse verkoping.
Contact met Francis Schaeffer van l’Abri doet bij Jan Rietkerk de belangstelling voor politiek-maatschappelijke vragen groeien. In 1972 wordt hij raadslid in Oldebroek, eerst voor het GPV en na het royement van de kiesvereniging Wezep voor de Gereformeerde Kiezers. Hij is nauw betrokken bij de oprichting van de RPF en wordt voor die partij in 1977 de eerste lijsttrekker bij de Tweede-Kamerverkiezingen.
Met 1200 stemmen meer was Jan Rietkerk Kamerlid geworden. ‘Ik dankte God ervoor dat ik die zware opdracht niet hoefde uit te voeren’, schrijft hij. Hij wordt later wel verkozen in Provinciale Staten van Gelderland en wordt in 1987 burgemeester van Genemuiden. Aan zijn werk daar is het tweede deel van het boek gewijd, met als hoogtepunt het bezoek van de Koningin in 1988. Ook uit die tijd vertelt Rietkerk tal van ervaringen en anekdotes, die door hun locale kleur vooral voor de Genemuiders zelf interessant zijn.
Inkijkje
Jan Rietkerk heeft ons met zijn boek een boeiend inkijkje gegeven in belangrijke delen van zijn levensgeschiedenis.
Jammer genoeg blijft het boek erg feitelijk. Je moet Jan Rietkerk echt kennen, om hem te midden van het feitenrelaas als warm en enthousiast mens te zien oplichten. Wat hij geloofde, dacht, vond en voelde, blijft meestal buiten beeld. Over zijn bijna - verdrinken in de Digoel schrijft hij: ‘Jaren later wist ik nog precies hoe ik me die ogenblikken in de hand van God had gevoeld’. En zijn gedwongen ligperiode door een hernia vergelijkt hij met de Jabbokperiode van Jacob.
Maar zulke passages vormen een uitzondering.
Hoe hij de pijn van de kerkelijke breuk in Wezep en van zijn uitstoting uit het GPV heeft beleefd, hoe hij de loodzware verkiezingscampagne als RPF-lijsttrekker in 1977 onderging, wordt de lezer niet gewaar.
Net zo min als je iets leest over hoe hij veranderingen in geloof en kerk bij zichzelf en zijn geliefden ondergaat.
Dat is jammer, want geschiedschrijving, ook kerkelijke geschiedschrijving, gaat niet alleen over feiten, maar ook over harten.
Niettemin, niet in het minst vanwege de bestemming van de verkoopopbrengst - de Stichting Setia-Malang die onder leiding van Jan Rietkerk al bijna twintig jaar steun verleent aan het christelijk onderwijs op Java, Indonesië – van harte aanbevolen.
Rietkerk, J. Van Papoea tot Genemuiden.
Uitgave in eigen beheer. 120 blz. Het boek is te bestellen door het overmaken van € 12,95 op rekeningnummer 103455337 t.n.v. J.P.M. Rietkerk o.v.v. Boekenfonds Setia-Malang.
Ad de Boer is redacteur van Opbouw en lid van de NGK Voorthuizen-Barneveld.