Ontmoetingen met Joden, Palestijnen en Arabieren
2011-09-30
Ds. Henk Zuidhof nam in het afgelopen voorjaar deel aan een reis met predikanten naar Israël. De achtdaagse maakte vooral indruk door de ontmoetingen en gesprekken met Joden, Palestijnen en Arabieren. Bijzonder was het om te merken dat er Joden, Palestijnen en Arabieren zijn, die in een wereld vol tegenstellingen, onbegrip, wrok en angst juist de dialoog zoeken en bruggen willen slaan. Een impressie. - Jaargang 55
- nummer 19
Bij de rondleiding over het erf van de gebroeders Nassar valt m’n oog op een stenen zuiltje met Arabisch opschrift.
Omdat ik geen enkel Arabisch teken kan lezen, helpt de Palestijnse boer me uit de droom. Of nee, hij opent een visioen: ‘Ah yes, here stands a bible text, a psalm: “See, it’s good that brothers live together”. You know?’ Òf ik het weet! Als gereformeerde jongeling is Psalm 133 ‘Zie toch hoe goed….’ mij met het traporgel en de paplepel ingegoten. Op deze heuvel in het gebergte van Juda, zo’n tien kilometer ten zuiden van Bethlehem wordt de psalm dus in het Arabisch gereciteerd. In de joodse nederzettingen die rond de heuvel gebouwd zijn klinkt de psalm op in het Hebreeuws.
‘Hine ma tov oma nayim, shèvet achim gam yachad.’ Een heerlijke psalm: Vol van de Geest van God, van Christus, die het leven van mensen op aarde zo ruim en royaal wil laten opbloeien in aantrekkelijke saamhorigheid.
Ondergronds
De christelijke boerenfamilie Nassar leeft hier al meerdere generaties. Ze bestaan van de verbouw van vijgen, olijven, druiven, amandelen en tarwe.
Wel komen ze steeds verder klem te zitten tussen joodse nederzettingen en onder restricties van het Joodse gezag. Omdat het hen niet toegestaan is bovengronds te bouwen, maken ze het zich gerieflijk in grotten onder de grond, waar voorheen ook geleefd werd. Daher Nassar laat ons de grot zien waar hij ruim een halve eeuw geleden geboren is. Zijn voorvaders zijn op een pilaar midden in de grot geschilderd.
Joodse kolonisten hebben de gebroeders een blanco cheque aangeboden voor de verkoop van hun land. ‘Wij verkopen onze moeder niet’ was het niet mis te verstane antwoord van de gebroeders Nassar. Je proeft in die paar woorden hoe sterk bewoners van het Midden-Oosten gehecht zijn aan hun geboortegrond.
Op een steen op het toegangspad naar hun onderkomen staat, ter verwelkoming en als afscheidsgroet, geschreven: ’We refuse to be enemies.’ Ook dat is duidelijke taal!
Jongeren
Bijzonder is dat jongeren uit de hele wereld voor kortere of langere tijd buurten om in het project Tent of the Nations te leren hoe bruggen van onderling begrip, verzoening en vrede geslagen kunnen worden tussen mensen uit verschillende culturen.
Ik neem een certificaat van een boom in ontvangst die binnenkort geplant zal worden als een ‘symbool van solidariteit en hoop voor vrede en gerechtigheid in het land van de Bijbel.’ Als we naar de uitgang lopen kijk ik nog een keer naar de opgerichte steen met Psalm 133 in het Arabisch. Een banier van hoop in een wereld vol conflicten.
In de kibboets
De Palestijnse boer doet me denken aan zijn Joodse vakbroeder, die we een paar dagen tevoren ontmoetten in kibboets Shaar Hagolan, (Poort van de Golan) enkele kilometers ten zuiden van het meer van Galilea. Hij is geboren en getogen in de kibboets als zoon van een pioniersechtpaar, dat vruchtbaar land aan het moeras heeft ontworsteld.
Zelf is hij niet zo’n vlotte prater, zeker niet in het Engels. Maar alleen al met zijn lichaamstaal weet hij ons te overtuigen dat het leven hier voor hem een lust is. Met de rustige tred van de landman loopt hij met ons over het terrein nu en dan wijzend en vertellend over de gebouwen, de vegetatie en de geschiedenis van de kibboets.
Het is onduidelijk of er voor jongeren een toekomst is in deze leef- en werk- gemeenschap. Na het ondergaan van de zon is de rust en vrolijkheid van de sabbat over heel de kibboets neergedaald: op het terras klinkt muziek en mensen eten, praten en lachen met elkaar. Her en der zien we de betonnen trappen die afdalen naar schuilkelders.
Vluchtelingenkamp
Ik denk ook aan de ontmoeting met een Palestijnse jongerenwerker, die zich inzet voor een buurthuis en de jongeren in het vluchtelingenkamp Aida in Bethlehem, vlak bij de muur.
In een niet aflatende woordenstroom brengt hij de moeizame leefomstandigheden van de bevolking en de activiteiten en scholing die opgezet zijn voor jongeren onder onze aandacht.
Hij vertelt dat hij een tijdlang in de gevangenis gezeten heeft. Opgepakt bij een protestdemonstratie. Beslist geen lieverdje, maar hij wil nu meebouwen aan een leefbare wijk. In een zaaltje in het buurthuis zingen kinderen uit de buurt vrolijke liedjes en oefenen met overgave de bijhorende danspasjes.
Spontaan dansen enkele (ik moet toegeven vooral vrouwelijke) reisgenoten met hen mee.
Tegen het onrecht
In de oude stad van Jeruzalem ontmoeten we een joodse officier die in zijn actieve diensttijd gestationeerd was in Hebron. Hij heeft de moed om de vinger te leggen bij de zere plek van onrechtvaardige behandelingen van Palestijnse burgers door Israëlische militairen. Met andere (ex)militairen laat hij een weloverwogen kritisch geluid horen in ‘Breaking the silence’.
Als noot tussendoor vertelt onze gastvrouw dat deze jongeman heel onlangs vader is geworden. We kijken allemaal glimlachend naar zijn stralend gezicht. Ik besef ineens dat dit intiem huiselijk geluk hem des te meer motiveert in zijn strijd voor gerechtigheid.
Hij wil zijn eigen mensen niet afvallen, maar ageert juist vanuit diepe solidariteit met zijn land en volk en vooral ook met komende generaties: wat voor een wereld laten wij onze kinderen na?
In Hebron bezochten we zowel de synagoge als de moskee. Beide even streng bewaakt en even heilig: gebouwd boven Abrahams laatste rustplaats in de spelonk van Machpela.
Bewoners van Hebron komen thuis bij hun diepste wortels? De volledige en streng bewaakte scheiding tussen Joden en Palestijnen in deze stad maakt het tot een unheimisch oord.
Christen in Bethlehem
We bezoeken in Bethlehem een souvenirwinkeltje van een christelijke Palestijnse familie dat in de schaduw van de muur is komen te staan. Ze verkopen er ondermeer kerststalletjes met een muur dwars door de stal. De verkoopster laat zien dat de muur verschoven kan worden en zelfs helemaal verwijderd. Ze vragen zich toch met vertwijfeling af hoe lang ze hun ingezonken nering en het leven hier nog voort kunnen zetten. Als de luiken van hun huis niet gesloten zijn, kunnen de camera’s op de muur zien wat er op hun bord en in hun bed ligt. De uitstroom van christenen uit Bethlehem houdt maar aan. Als we al weer op de terugweg naar het checkpoint zijn holt ze ons nog even achterna om een visitekaartje en foldertje mee te geven.
Bruggenbouwers, ze zijn er altijd geweest in Israël, In het noorden bezoeken we Nes Amim (Banier voor de volken - Jesaja 11). Opgericht in 1960 door een christen en een jood als internationale woon- en werkgemeenschap als een teken van solidariteit.
Nog altijd biedt het dorp ruimte aan ontmoeting en dialoog. Als een proeftuin voor wederzijds respect en vertrouwen.
Gezegend samenleven
Hine ma tov…. dat mensen in heel verschillende situaties inspiratie putten uit oude psalmen en visioenen en ook iets van gezegend samenleven ervaren.
Mag dat versterkt worden!
Mensen die in Israël het niet willen opgeven bruggen te slaan.
Zij verdienen een haiku!
diepe kloven, springlevende stenen wagen zichzelf: slaan bruggen.
Ds. Henk Zuidhof is predikant van de NGK Urk.
| ‘Wie als toerist of pelgrim wel de oude stenen in Israël gaat bekijken, maar zich niet druk maakt om levende stenen in dat land is als de priester en de leviet, die aan de overkant van de overvallen en zwaargewonde man voorbijgaan. De onverschilligheid van deze voorbijgangers kan net zo pijnlijk zijn als de vijandigheid van de overvallers.’ (Bernhard Reitsma, Wie is onze God? - Arabische christenen, Israël en de aard van God, p. 272). |