Gemeenschap der heiligen
1983-02-18
Zie - hoe goed en hoe liefelijk: - Jaargang 27
- nummer 7
't zitten van broeders ook sámen!
zo goed als olie op 't hoofd
die neerdaalt
op de baard ... de baard van Aäron
die neerdaalt
op de boord van zijn gewaad
als dauw van Hermon
die neerdaalt
op de bergen van Sion, want:
dáár gebiedt de HERE de zegen!
Leven tot in eeuwigheid.
Ps. 133
Zo klein is deze psalm, dat hij geheel kon afgedrukt.
Zo fijntjes, dit lied, als een miniatuur in een middeleeuws handschrift. Haarscherp staat het uitgetekend. Ziet u de lijnen lopen? In de vertaling hierboven is wat opsiering uit de gebruikelijke verdwenen. Olie vloeit neer en een baard golft, mooi gevarieerd. Maar de oorspronkelijke tekst doet het drie keer met hetzelfde 'neerdalen' en die zo aangedikte lijn moet duidelijk zijn.
“Zie hoe goed" - en dan kijkt de psalm om zich heen naar al die broeders samen. Dat is een horizontale lijn. Maar sterker aangegeven, speels maar onmiskenbaar, met de stille aandrang van 't herhaalde 'nederdalen' is de verticale lijn.
Psalm van de onderlinge liefde. Of, meer nog, van de zégen, van boven?
--0-
Ieder zittend onder zijn eigen wijnstok en vijgenboom, dat is het goede van het beloofde land. Elk zijn eigen erf verkregen.
Maar bij tijden staan ze op en verlaten het, gáán ze op en komen samen.
Dan zitten al die broeders óók 's samen. En dàt is goed!
Zo hebben ze eens Paasfeest gevierd, onder Hizkia, zeven dagen lang. Na afloop van de feestweek besloten ze unaniem nog zeven dagen door te gaan. Samen te blijven. Zo goed was 't. Heel Juda was er en zelfs weer overgeblevenen van de tien stammen erbij.
Zie toch, hoe goed. Dat is niet iets om over te discussiëren.
Of over te zeuren. Zo van "waarom moet ik naar de kerk?"
Dat is iets van: Kom en zie. Gemeenschap der heiligen wordt ervaren.
--0--
Hoe kom ik aan juist déze kwalifikatie, deze invulling van het samenzijn als broeders, dáár? Wel, let op de beelden en waar die onze aandacht heen buigen.
Het verkwikkende van dat samenzijn - óók zo eens samen - wordt getekend met prachtige beelden uit het oosterse leven.
De verfrissing van olie op verhitte hoofden en de weldaad van dauw op uitgedroogde bodem.
Maar als die beelden zijn opgeroepen gebeurt er wat mee.
Ze worden omgebogen naar een bepaalde kant.
De olie op 't hoofd die verfrissend langs je wangen in de baard loopt, komt terecht in de baard van … Aäron!
En de dauw van Hermon, dat is in ‘t hoge noorden, die komt - alweer - terecht op de bergen van ...... Sion!
't Komt als een verrassing, ‘t is nogal een sprong: van Hermon op Sion, maar het verraadt wáár de dichter dat zag: het zitten van broeders ook samen.
Die eerste regel van de psalm is in het bekende Israëlische liedje “Hinne ma tov uma naiem ... " een eigen, geseculariseerd, leven gaan leiden.
Maar de psalm heeft het over meer dan kibbutsleven of zo.
--0—
"Het zitten van broeders ook samen" - dáár, waar Aäron is, op de Sion. Waar HIJ woont. Die tenslotte dan ook zelf in deze psalm genoemd wordt. Met name genoemd, de HERE, nadat al zo mooi naar Hem verwezen is, in dit kunstig lied van de Heilige Geest. Want nu moeten we nog letten op dat 'neerdalen'.
Driemaal komt het terug, monotoon, nadrukkelijk.
En dat in zo'n kort lied. Er staat geen woord teveel in.
Al lijkt het vrij overbodig om ook die baard nog eens tussen beiden te laten neerdalen. Dat spreekt toch vanzelf.
Maar daaruit blijkt dan de begeerte van de dichter ons vooral te attenderen op dat éne, dat er uiteindelijk dan ook uitkomt.
Er zit in de beelden een beweging, van boven naar beneden.
De olie druipt af naar beneden.
Van hoofd naar baard en nog verder.
En als dan de gedachten geleid worden naar de olie over de priester - dat is zéker: van Boven.
De dauw daalt ook af, van de hoge Hermon naar de nederige bergen van Sion. maar dauw dáált ook neer, van Boven, waar alle goede gaven van neerdalen.
Hetisniet toevallig, dat neerdalen. En het is ook niet maar 'de natuur'.
Hier wordt al verwezen naar de Hand van Hem, die dan tenslotte ook wordt genoemd als degene, die dáár, waar de broeders samenzijn, waar Aäron Hem vertegenwoordigt, op de Sion, waar Hij woont, de zegen gebiedt.
--0-
De zegen! Zie toch, hoe goed. Wat? Al die broeders ook eens samen.
Je ontmoet elkaar. Je viert feest met elkaar.
Maar wàt maakt hert nu zo goed? Maken ze dat zelf? Is het het 'sociale' of is er meer? De psalm geeft zelf het antwoord. Leidt ons er kunstig heen en dan komt het hoge woord eruit: "want daar gebiedt de HERE de zegen!"
Daar breng je maar niet wat in,daar krijg je wat mee van Boven.
Méér dan alleen de zegen. Maar dáárin wordt het vóór het uiteengaan nog eens samengevat, alles-in-een verpakt je meegegeven.
Ontroerend moment, de schare nog eenmaal vergaderd onder de zegenende handen van 'Aäron'. Die het móét doen: gij zult de Israëlieten zegenen, Num. 6. Daar gebiedt de HERE de zegen. Gebod voor de priester. En de HERE kan die uitgesproken zegen dan ook ontbieden.
Zoals Hij de regen, de dauw, gebiedt. Neer te dalen.
De zegen is meer dan olie op 't hoofd en dauw op de bodem.
Die doen een mens even opleven.
De zegen betekent: leven tot in eeuwigheid.
--0--
Een oudtestamentisch lied. Ik zette er boven: Gemeenschap der heiligen.
Zo kennen wij dit nog. Broeders en zusters samen.
En wat is de essentie van die gemeenschap?
Leest u het nog eens na in de Catechismus. De schatten en gaven van boven.
Vergeet in het goede (of ook gebrekkige) van dat "zitten samen" de verticale lijn niet, zo fijn getekend in deze psalm.
Dat maakt het goed. DIE maakt het goed. Met Zijn zegen.
Je 'maakt' het niet zelf, niet samen.
Nota bene: leven tot in eeuwigheid!