Vast staat nu de wereld

1983-02-18
  • Jaargang 27
  • nummer 7
Enkele jaren geleden stelde paus Johannes Paulus II een commissie in. Deze commissie zou de wetenschappelijke controverse over Copernicus' theorie van een stilstaande zon en een draaiende aarde moeten oplossen en eerherstel voor Galilei voorbereiden. Wij hebben (op 11-1-80) in dit blad een artikel "Eerherstel voor Galilei" geplaatst. Daarbij gingen wij er van uit, dat Galilei uiteraard gelijk had gehad. Deze had immers slechts vastgelegd - wat Copernicus voor hem deed, maar onder wetenschappelijke geheimhouding - dat de opvattingen van een draaiende zon en een stilstaande aarde primitief en verouderd waren.

Galilei kwam hiermee in strijd met de letter van de Bijbel en heeft dat terdege moeten weten. Maar wij meenden, met de overgrote meerderheid van de denkende mensheid, dat Galilei genoemde mensheid een dienst had bewezen en moedig de kerkelijke inquisitie heeft getrotseerd.

Vandaag blijkt die zaak niet zo simpel te liggen. En dat is de paus duidelijk gemaakt.

Er zijn voldoende argumenten gebleken, die de Bijbelse gegevens over een draaiende zon en een stilstaande aarde wetenschappelijk bijvallen. In het verre Westen is een groep bijbelgetrouwe astronomen bezig aan te tonen, dat Copernicus en Galilei fout waren. Ze gaan er van uit, dat het geen nietes-welles-spelletje is, maar dat de wetenschap, die zich vier eeuwen lang min of meer aan Copernicus hield, daarmee in een slop is geraakt en de groeiende vragen niet aankan. Onder de groeiende vragen, die met Copernicus' opvatting verband houden, vallen onder meer evolutionisme, existentialisme en ontkerstening. . . zaken die onze aandacht waard zijn.

In een door genoemde werkgroep – zich noemende Tychonian Society, naar Tycho Brahe die het model van een draaiende zon voorstelde en wiens opvattingen aansluiten bij zee- en ruimtevaart uitgegeven bulletin van 1981 troffen we zelfs een complete preek aan, welke ds. T.R. Ingram te Hous con heeft gehouden. In Houston, zoals u weet het Amerikaans centrum voor de ruimtevaart, werd voor een aantal ruimtevaartdeskundigen het Bijbelse licht voor de wetenschap aangereikt.

De preek wordt halverwege onderbroken. Het slot volgt aanstaande week.Dan hopen we ook te onthullen, wie de redacteur van het Tychonian Society Bulletin is: een onder ons zeer bekend broeder, die vanuit Kampen naar Canada emigreerde.

Hier volgt de eerste helft van de preek, door ds T. R. Ingram op 16-8-81 te Houston gehouden.

"Vast staat nu de wereld, zij wankelt niet", psalm 93 : 1. Deze psalm en bizonder deze tekst zet ons onverwacht midden in de ruimteleer. Kosmologie, ruimteleer, is de studie van de bouw en samenhang van het heelal. Dat is allereerst sterrenkunde, De moderne geest schrikt terug voor kosmologie. Maar ze is er en ze gaat niet meer weg.

Dit korte simpele vers is wellicht de Schriftuurlijke sleutelgarantie voor een ruimteleer, die de aarde als centrum van het heelal ziet. Het is zeker niet de enige garantie, maar wel de meest onmisbare, Voor de moderne geest schijnt dit vers een erg zwakriet, om er een compleet beeld van de hemelen aan op te hangen. Het kan zelfs worden afgedaan als een dichterlijke overdrijving, of een foutieve vertaling, of als een tegemoetkoming aan mogelijke onwetendheid bij de oude mensheid. Maar geen enkele van deze uitvluchten houdt bij nader onderzoek stand tegenover de eenvoudige verklaring en zijn blijkbare bedoeling.

Wat de kennis van de astronomie in oude tijden betreft, van de Maya's af in Zd-Amerika tot de Egyptische piramidebouwers toe, de thans beschikbare bewijzen van hun hoge kennis zijn adembenemend. Wie drie zaken serieus bestudeert is bijna sprakeloos. Tussen haakjes: de idee, dat de Waarheid zelf in de heilige schrift zich bij menselijke domheid zou kunnen aanpassen, is eigenlijk godslasterlijk: zo wordt de Heilige Geest medeplichtig gemaakt aan een vroom bedrog. Wat dichterlijke vrijheid betreft: die is tot op zekere hoogte aanvaardbaar; maar een lofzang over de onbewegelijkheid van een voorwerp, dat niet slechts ronddraait maar ook zou rondcirkelen met misschien duizelingwekkende snelheid, gaat te ver. Wat mij betreft ik heb geen bezwaar om bijvoorbeeld, sprekende van een draaiende tol die op zijn plaats blijft, te zeggen dat die stilstaat. En zo meen ik dat we de woorden "zij wankelt niet" kunnen lezen als: de aarde draait om haar as, maar cirkelt niet door het heelal.

De oude smoes van foutief handschrift of slechte vertaling kunnen we wel vergeten. Alle vertalingen komen in hun bedoeling overeen. Daarom zeg ik dat we met de neus op de vraag worden gedrukt: is het waar of niet, dat God de aarde zo vast heeft gesteld, dat zij niet bewogen kan worden?

Als de aarde zo vast is gesteld in het heelal, dan is Copernicus' theorie met de zon als vast middelpunt in het heelal (welke theorie nu vierhonderd jaar regeerde) nabij haar verdwijning. Indien niet - dan is de Schrift hier, onjuist en dat is geen kleine of onbelangrijke zaak. Als de Schrift hier onjuist zou zijn dan kan zij overal onjuist zijn. Het is evenmin goed de andere dooddoener te kiezen: dat de Bijbel niet een boek voor de wetenschap is, maar over geestelijke dingen spreekt en dat wij ons daarom niet hoeven te pijnigen met de vraag, wat het Woord tot de wetenschap heeft te zeggen. "Als Ik u aardse dingen heb verteld en u gelooft niet, hoe zou u geloven als Ik u van hemelse dingen spreek?", vroeg Jezus.

De kern van de taai en het beeld van deze psalm wijzen naar iets, dat we kennen, iets dat algemeen aanvaard wordt als voorbeeld, als illustratie, zelfs als argument, voor zijn gelijkenis met de hemel. Zonder twijfel bezingt deze psalm het koningschap van Christus. "De Heer is koning!", zo klinkt de inleiding. Dan worden de grens en de aard van zijn koningschap breder aangegeven. Te beginnen met het feit dat Hij de schepper is: Hij maakte alle dingen in hemel en op aarde, de zienlijke en de onzienlijke. Daaruit volgt met zekerheid, dat Hij groter is dan zijn schepping: onomstotelijk is Hij zo groot, dat niets boven Hem denkbaar is. De Heere is koning. Dan volgt dat Hij de Heer is over de hele aarde, inclusief haar bewoners. Zo grijpt de kosmologie onweerstaanbaar in de religie en de theologie in. En kosmologie is van de hoogste religieuze betekenis, omdat zij een zichtbaar beeld levert van geestelijke werkelijkheden, die daar achter liggen. Ruimteleer verstrekt ons een kaart van de hemelen, ten gebruike van de mensheid, die de aardse orde moet regelen. Die leer helpt onze geest de onzichtbare werkelijkheden begrijpen, welke zij afspiegelt.

-o-

Op de vierde dag van de schepping maakte God de twee grote lichten: het grootste om de dag te regelen, het kleinere voor de nacht: ook schiep Hij de sterren. "En God plaatste ze in het firmament van de hemel, om licht op de aarde te geven en om de dag en de nacht te regelen; ook om het licht van de duisternis te onderscheiden. En God zag dat het zeer goed was".

Eerder is gezegd, dat het licht van boven was geschapen voor "aanwijzingen" (1:14). Aanwijzingen - voor wie? Voor de mensen op aarde natuurlijk. Waarschijnlijk de tekenen van de dierenriem, de zodiac, Voor seizoenen?
In elk geval voor de tijden van zaaien en oogsten op aarde. Ook om de dagen en de jaren aan te geven; dus voor onze tijdrekening.

Welnu, luister goed. Het bestel van dag en nacht is toevertrouwd aan de grote hemellichten. Zij oefenen gezag uit over de aarde. Kinderlijk gezegd? Lach nog niet. Het eiste tenminste vier generaties van grote studiekoppen in de wereld, om te ontdekken (en nog maar kort geleden) wat de Egyptische piramidebouwers wisten en gebruikten in hun alledaagse leven. Dat is deze simpele waarheid: dat onze aardse gewichten en maten afhankelijk zijn van de menselijke tijdrekening. Wie het systeem van tijdrekening, maten en gewichten vaststelt regeert alle menselijke zaken.

De man, die dit alles aam het licht bracht, zei: "het in verband brengen van de tijd met de andere maten is zo belangrijk, dat ik, na tientallen jaren, onderzoek op oude eenheden, nog één detail miste, dat al mijn vondsten samen bruikbaar zou maken. Totdat Peter Tomkins de sluier van mijn ogen wegnam, door me duidelijk te maken: dat de omloopsnelheid van het firmament 1000 geografische ellen (van 52 cm) per seconde bedraagt".

Hoort u dat? In dit tijdperk, dat sedert 400 jaar in de klauwen van Copernicus' ruimteleer heeft gelegen, spreekt een groot geleerde, wiskundige en astronoom, over de "omloop van het firmament". Hij spreekt niet maar over de zon, de maan of de planeten; het firmament betekent het totaal van alle vaste sterren! De gehele hemel, zegt hij, draait om de aarde. En dat niet alleen, maar de omloopsnelheid levert de mensheid, vanaf ons eerste weten, de grondslag voor het complete stelsel van tijd, gewicht en maat.

(wordt vervolgd)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief