In Jeruzalem en Amerika
1983-02-25
Omdat gij een Bijbel hebt, behoeft gij niet te veronderstellen, dat deze al Mijn woorden bevat: ook moet gij niet denken, dat Ik niet meer deed schrijven.- Jaargang 27
- nummer 8
(Boek van Mormon: 2 Nephi 29: 10)
De Nephieten
In het voorgaande werd gesproken over de Iaredieten, een volk dat vele eeuwen geleden naar Amerika ver-
trok, volgens het Boek van Mormon.
De lotgevallen van dat volk zijn op platen tot ons gekomen; deze zijn geredigeerd door Moroni, die zelf tot het vofk der Nepbieten behoorde.
Jeruzalem: 600 v.Chr.
Dit geslacht is genoemd naar Nephi, de profeet en geestelijk leider die verantwoordelijk is voor 4 van de 15 delen van Het Boek van Mormon. Met zijn verhaal begint ook het Boek van Mormon.
We moeten Nephi plaatsen omstreeks 600 voor Christus, vlak voor de Val van Jeruzalem. Nephi spreekt over zijn leven in de volgende bewoordingen:
Ik, Nephi, uit eerzame ouders geboren en daarom enigermate in al de geleerdheid van mijn vader onderwezen, heb in mijn leven veel lijden ondergaan; niettemin heeft de Here mij gedurende mijn gehele leven rijk gezegend, want Hij heeft mij Zijn goedheid en verborgenheden doen kennen; daarom geef ik een verslag van mijn wederwaardigheden in mijn leven.
Ja, ik maak een kroniek in de taal van mijn vader, die uit de geleerdheid der Joden en de taal der Egyptenaren bestaat. (1 Nephi 1 : 1,2)
Het laatste verklaart waarom Smith de taal "Hervormd Egyptisch" noemt (overigens is dat een begrip dat oudheidkundigen niet kennen).
De geschiedenis begint feitelijk met Nephi's vader Lehi, een profeet van God:
Want het geschiedde in 't begin van het eerste jaar der regering van Zedekia, koning van Juda (mijn vader Lehi had zijn gehele leven in Jeruzalem gewoond), dat er vele profeten opstonden, die het volk vermaanden zich te bekeren, daar anders de grote stad Jeruzalem zou worden verwoest.
Daarom geschiedde het, dat mijn vader Lehi tot de Here ging en ten behoeve van zijn volk zijn ganse hart voor Hem in gebed uitstortte.
En terwijl hij tot de Here bad, verscheen er een vuurkolom, die vóór hem op een rots bleef rusten; en hij zag en hoorde veel, en door de dingen, die hij zag en hoorde, beefde en sidderde hij zeer: En hij keerde naar zijn huis in Jeruzalem terug, en liet zich op zijn bed neervallen, overstelpt door de Geest en door de dingen, die hij had gezien.
En op die wijze door de Geest overweldigd, werd hij in een visioen weggevoerd, zodat hij de hemelen geopend zag, en dacht God te zien, zittende op Zijn troon en omringd door een ontelbare schare engelen in zingende houding en hun God lovende.
(1 Nephi 1 : 4-8)
Het volk wil niet aan Israëls God herinnerd worden en staat hem daarom naar het leven. De Here beveelt Lehi in een droom om samen met zijn vrouwen vier zoons, Laman, Lemuel, Sam en Nephi weg te gaan. Hij trekt weg en "reisde in de wildernis, die dichter bij de Rode Zee is." Hij bouwt daar een altaar en offert daar aan God. Zijn oudste twee zoons Laman en Lemuel, die niet geloven dat hij namens God spreekt, worden door hem vermaand.
Nephi, de jongste, gelooft echter wèl en hij ontvangt de volgende woorden van God: En de Here sprak tot mij en zeide: Gezegend zijt gij, Nephi, wegens uw geloof, want gij hebt Mij ijverig gezocht met ootmoed des harten.
En voor zoverre gij Mijn geboden zult onderhouden, zult gij voorspoedig zijn en naar een land van belofte worden geleid, ja, naar een land, dat Ik voor u heb toebereid; een land, dat boven aHe andere landen te verkiezen is.
En voor zoverre uw broeders tegen u zullen opstaan, zullen zij van de tegenwoordigheid des Heren worden afgesneden. (Nephi 2 : 19-21)
Nephi en zijn broers krijgen dan van God opdracht om naar Jeruzalem terug te keren. Bij een zekere Laban moeten ze koperen platen ophalen.
Laman en Laban
En wij vluchtten de wildernis is, en de dienstknechten van Laban haalden ons niet in, en wij verborgen ons in de holte van een rots.
En Laman werd boos op mij en ook op mijn vader; evenzo Lemuel, want hij luisterde naar de woorden van Laman. Daarom zeiden Laman en Lemuel vele harde woorden tegen ons, hun jongere broeders, en zij sloegen ons zelfs met een stok.
En terwijl zij ons met een stok sloegen, verscheen er een engel des Heren, en ging voor hen staan en zeide tot hen: Waarom slaat gij uw jongere broeder met een stok? Weet gij niet, dat de Here wegens uw ongerechtigheden hem tot regeerder over u heeft gekozen? Ziet, gij zult wederom naar Jeruzalem gaan, en de Here zal Laban aan u overgeven ...
En het was nacht; en ik liet hen zich buiten de muren verschuilen.
En nadat zij zich hadden verborgen, sloop ik, Nephi, de stad in en ging op weg naar het huis van Laban.
En ik werd door de Geest geleid, van tevoren niet wetende, wat ik moest doen.
Nochtans ging ik voort, en toen ik bij het huis van Laban aankwam, zag ik een man; en hij was voor mij ter aarde gevallen, want hij was dronken van wijn.
En toen ik bij hem kwam, zag ik dat het Laban was ...
En ik werd door de Geest aangespoord Laban te doden, maar ik zeide bij mijzelf: Nimmer heb ik het bloed van een mens vergoten. En ik deinsde terug en wilde wel, dali: ik hem niet behoefde te doden.
En de Geest zeide mij wederom: Zie, de Here heeft hem in uw handen gegeven.
Ja, ik wist ook wel, dat hij mij van het leven had willen beroven, ja, en hij wilde niet luisteren naar de geboden des Heren, en hij had zich tevens onze goederen toegeëigend.
En de Geest zeide wederom tot mij: Dood hem, want de Here heeft hem in uw handen gegeven.
Zie, de Here doodt de goddelozen om Zijn rechtvaardige oogmerken te volbrengen. Het is beter, dat één mens omkomt, dan dat een natie in ongeloof zo moeten omdolen en vergaan.
(1 Nephi 3 : 27-29; 4 : 5-13)
De platen van Laban maken deel uit van het Boek van Mormon. Ze bevatten, zeggen de Mormonen, de inhoud van de oudtestamentische geschiedenis.
Ben tweede keer gaa1tmen nog terug naarJeruzalem, deze maal om het gezin van Ismaël te helen. Die heeft veel dochters, de stammoeders van het nieuwe volk.
Visioenen
Dit gebeurt en de families trekken samen verder. Ook zij krijgen opdracht en aanwijzingen van de Heer om boten te bouwen. De reis goot naar een beloofd land, hetzelfde land Amerika waar de Here al Jared had heen gezonden. Voordat dat beschreven wordt, lezen we van visioenen die vader Lehi en ook Nephi zelf hebben. Vooral Nephi's visioen (zo omstreeks 600 voor Chr. dus) is erg boeiend, omdat het hem openbaringen geeft over de komende Messias, die zó precies zijn, dat ze alle Oudtestamentische profetieën in detail overtreffen: En ik keek en zag de grote stad Jeruzalem en ook andere steden. En ik zag de stad Nazareth en in de stad Nazareth zag ik een maagd, en zij was zeer schoon en blank.
En ik zeg de hemelen geopend; en een engel daalde neder en stond voor mij; en hij zeide tot mij: Nephi, wat met gij?
En ik zeide tot hem: Een maagd, zeer schoon, en liefelijker dan alle andere maagden.
En hij zeide tot mij: Zie, de maagd, die gij aanschouwt, is naar het vlees de moeder van Gods Zoon.
En ik zag, dat zij in de Geest werd weggevoerd; en nadat zij enige tijd in de Geest was weggevoerd geweest, sprak de engel tot mij, en zeide: Zie!
En ik keek en zag wederom de maagd, een kind in haar armen dragend.
En ik keek en zag de Verlosser der wereld, van Wie mijn vader had gesproken, en ik zag ook de profeet, die de weg voor Hem zou bereiden.
En het Lam Gods kwam en werd door hem gedoopt; en nadat Hij door hem was gedoopt, zag ik de hemelen geopend en de Heilige Geest uit de hemel nederdalen en op Hem blijven in de gedaante van een duif.
En ik zag, dat Hij onder de mensen rondging en hen diende met macht en grote heerlijkheid; en de scharen verzamelden zich om Hem te horen; en ik zag, dat zij Hem uit hun midden Wierpen.
En ik zag ook twaalf anderen Hem volgen. En zij werden in de Geest uit mijn blik weggevoerd, en ik zeg hen niet meer.
En ik, Nephi, zag, dat Hij op het kruis werd verheven en voor de zonden der wereld ter dood gebracht.
En nadat Hij was gedood, zag ik, dat de menigten der aarde zich verzamelden om tegen de apostelen van het Lam te strijden, want aldus werden de twaalf door de engel des Heren genoemd. (1 Nephi 11 : 13-15, 18-20,27-29, 33-34.)
En hij zeide tot mij: Zie er zijn slechts twee kerken. De éne is de kerk van het Lam Gods en de andere is de kerk van de duivel; daarom behoren zij, die niet tot de kerk van het Lam Gods behoren, tot die grote kerk, die de moeder der verfoeilijkheden is; en ze is de hoer der gehele aarde, En ik keek en zag de hoer der gehele aarde, en zij zat op vele wateren en zij had heerschappij over de gehele aarde, onder alle natiën, geslachten, talen en volken.
En ik zag de kerk van het Lam Gods en haar ledental was slechts klein, wegens de goddeloosheid en gruwelen van de hoer, die op veile wateren zat; toch zag ik, dat de kerk van het Lam, gevormd door de heiligen Gods, ook over de ganse aarde was verspreid; en haar heerschappij op de aarde was gering wegens de goddeloosheid van de grote hoer, die ik zag.
(1 Nephi 14 : 10-13)