Het verlorene
1983-03-04
"Want de Zoon des Mensen is gekomen om het verlorene te zoeken en te redden."- Jaargang 27
- nummer 9
(Lukas 19 vs 10)
De boodschap van de bijbel is op vele manieren samen te vatten. Een kernzin is b.v. dat God van Zijn kant de gemeenschap met ons zoekt door onder ons Zijn woning te stichten (tabernakel, later de tempel) en ons toegang te verschaffen door Jezus Christus (zie b.v. Hebr. 10 : 19-23).
Diezelfde gedachte van gemeenschap zoeken wordt in de bijbel ook naar voren gebracht wanneer verkondigd wordt, dat God in ons huis, ons leven wil komen. Dat is de kern van de geschiedenis van Zacheüs: "Heden moet Ik in uw huis vertoeven" .
Die geschiedenis wordt in de laatste zin (vs. 10) samengevat: “De Zoon des Mensen is gekomen om het verlorene te zoeken en te redden".
'Het verlorene' -- dat is typisch Lukas; hij vertelt ons van de verloren penning, de verloren zoon (hoofdstuk 15). Jezus Christus is gekomen om het verlorene te zoeken - dat is de boodschap volgens Lukas. Je vindt het overigens ook bij Paulus, in 1 Tim. 1 vs. 15. Dat is niet zo vreemd, die overeenkomst; Paulus werd immers op zijn zendingsreizen dikwijls vergezeld door de arts en evangelieschrijver Lukas.
-0-
Hij is gekomen om te zoeken en te redden. Dat zijn twee belangrijke woorden.
'Zoeken' - als je goed 'leest, dan merk je dat in 't begin Zacheüs echt aan het zoeken was. Op zoek naar de Here Jezus. Dat was niet zo gemakkelijk, want de grote menigte (kerk-)mensen stond hem in de weg. Ze gaven hem gewoon geen kans om de Here Jezus te ontmoeten! Dat was trouwens best te begrijpen: Zacheüs was een tollenaar, oppertollenaar nota bene - hij had kennelijk z'n draai gevonden in dat beroep; een man, die zich in dienst had gesteld van de vijand (de Romeinen) en z'n volksgenoten uitperste en zo zich verrijkte ten koste van zijn broeders.
Daarom hadden de Joden hem volkomen afgeschreven: met hem behoefde je geen rekening te houden. Zacheüs moet er dus een heleboel voor over hebben om Jezus te zien. Hij is een echte doorzetter bij het zoeken. Maar als de Here Jezus bij die boom komt, dan is er ineens een merkwaardige verschuiving. Zacheüs was op zoek, maar wórdt gevonden. De rollen worden precies omgekeerd. Zo gaat dat als wij naar God gaan zoeken... dan blijkt dat Hij ons al gevonden heeft.
Jezus moet bij Zacheüs in huis zijn.
Bij een zondig man, inderdaad. Daar begrijp je niets van als je maar naar Zacheüs kijkt.
Dat kun je alleen maar verklaren, als je let op Gods liefde en barmhartigheid, die in de Here Jezus gestalte krijgt. Gods genade, zonder voorwaarden vooraf.
Als Jezus in dat huis moert zijn, dan betekent dat meteen, dat alle onrecht het huis uit moet. De Here Jezus toelaten in uw huis, in je leven, dat heeft duidelijke gevolgen.
Zacheüs begrijpt dat: als het met God weer goed is, moert dat z'n weerslag krijgen in de verhouding tussen de mensen onderling. Zacheüs maakt zoveel mogelijk het weer goed met z'n medemensen; hij vergoedt meer, dan Mozes heeft voorgeschreven (Lev. 5, 20 V.V. en Exodus 21, 37).
En dàn klinkt het woord 'redden'. Redding, behoud is er alleen, als we daadwerkelijk consequenties trekken uit Gods genade-woord.
"Omdat hij een zoon van Abraham is". Dat is een merkwaardige uitdrukking.
God trekt Zacheüs in Zijn gemeenschap, omdat hij tot Abraham, tot het verbond behoort.
Zacheüs is verbondskind! Dat waren zijn volksgenoten allang vergeten. Dat gold, volgens hen voor een tollenaar, een verrader niet meer.
Maar hier wordt zichtbaar, dat God dat niet vergeet. Hier blijkt, dat God inderdáád trouw, onwrikbaar trouw is aan Zijn verbond. Lukas Iaat zien: je mag tollenaars, d.w.z. verbondsverlaters niet over één kam scheren.
Onder hen zijn zoekers, zoals Zaoheüs.
We mogen hen niet in de weg staan. We moeten juist oog voor hen hebben, en hen zicht op Jezus bieden.
Nog een keer Paulus. Het is opvalIend in het boek Handelingen, dat Jodengenoten en vereerders van alleen Paulus altijd eerst afgaat op Joden, Jodengenoten en vereerders van God. Voor hem zijn mensen buiten de gemeente geen egaal grijze massa. Ook de verbondsverlaters weet hij te vinden.
Wij kennen allemaal wel van die mensen, die ooit het teken van Gods verbond hebben ontvangen, maar die hun eigen weg zijn gegaan. We mogen ze niet afschrijven, ook niet, als hun leven zo duidelijk spreekt van verbondsverlating. We mogen ze niet op één hoop gooien. Er zijn er onder hen, die zoekers zijn, ook al leiden ze een leven, dat veel vraagtekens en misschien ook wel weerzin oproept.