Brief aan Jan van Oord in de Bilt
1985-02-01
Beste Jan, - Jaargang 29
- nummer 5
op donderdag 10 januari j.l. nam je afscheid ais lid van de Raad van Bestuur van de Van Oord Groep N.V. Ik zeg het verkeerd, je nam geen afscheid, maar je vierde afscheid en je was daarbij, zoals je het zelf zei, een dankbaar mens. En over de inhoud van die dank Het je geen twijfel bestaan. Je vierde dus je afscheid te midden van je gezin en je familie, je vrienden en gemeenteleden, je collega's en andere relaties. En de minister van verkeer en waterstaat kwam persoonlijk naar het Muziekcentrum in Utrecht om je vriendelijk toe te spreken en je persoonlijk een onderscheiding op te spelden. Je werd officier en als zoon van iemand die 'voor zijn nummer' bij de marine terecht kwam is dat niet gek, Al met al was het dus echt een viering, een feest met zo'n achthonderd mensen - waaronder de medewerkers van het bedrijf - die vergat ik zojuist even - en een concert.
En nu zit ik achter (of voor) m'n schrijfmachine en schrijf je een brief. lik denk dat het de eerste brief is die je van me krijgt, de goede wensen op vakantiekaarten buiten beschouwing gelaten.
En misschien is het wel de laatste ook. Onze gesprekken zijn meestal mondeling. 't Kwam echter zo maar bij me op om je nu maar eens te schrijven, niet maar eer. gewone brief maar een brief die ook anderen kunnen lezen, ronder dat jij daar toestemming voor geeft. Kijk Cor er niet op aan, want met haar ,ik zelfs geen overleg gepleegd. We kennen elkaar al zo'n kleine veertig jaar. In 1946 of 1947 ontmoette ik je voor het eerst op de J.V. te Utrecht, waar ik van tijd tot tijd als gast binnenviel.
Wat leeftijd betreft loop je wat voor me uit - je vindt dat jammer maar er is niets aan te veranderen - en wat lengte betreft kijk ik ruimschoots over je heen. Wat ons denken betreft, och als we daarover doorpraten zijn er wel wat verschillen, maar als ik jouwen mijn boekenkast bekijk is er toch veel overeenstemming. Als het over water gaat, klopt er weinig meer tussen ons. Ik vind water mooi om naar te kijken, maar jij gaat met water om, niet alleen in je boot maar ook in je werk Jij hebt me uitgelegd wat droge waterbouw is, daarvoor was ik in de veronderstelling dat water alleen maar nat kon zijn, hoewel ik van het bestaan van droge sherry afwist.
In het Financieel Dagblad van 10 januari was bijna een hele pagina aan Jou gewijd. En terecht.
Met een foto van jou erbij. Je staat er op, zoals je bent: een stoere Werkendammer, een keurig pak en een grote sigaar in de hand. Met dat. stoere bedoel ik niets negatiefs, je vader was dat ook en je weet dat ik hem graag mocht. Ik denk trouwens dat je o.a. door dat stoere door de jaren heen jezelf bent, gebleven. Aan een journalist van genoemd dagblad vertelde je iets over het ontstaan van het bedrijf Van Oord. Ik citeer even: “We zijn kinderen van de Afscheiding. Het reveil van Kuyper heeft de kleine luiden gewekt. De grote heren in Werkendam wilden geen arbeiders, die toen overgingen en dus werden deze ontslagen. Dit betrof onze grootouders zowel van vaders als van moeders kant. Toen ontstond de wens tot zelfstandigheid, We hebben iets onafhankelijks, iets rebels, ook beïnvloed door de non-stop strijd tegen het water: de Biesbosch'.
Kijk, dat rebelse houdt verband met het stoere waar ik het over had. Je weet dat na het overlijden van je vader in 1966 een speciaal nummer van het Calvinistisch jongelingsblad verscheen (hij was immers een tijdlang voorzitter van de jongelingsbond).
Ik heb me toen nogal verdiept in het verleden van je vader en over je grootvader Govert schreef ik toen het volgende: 'Vader Govert van Oord ging echter niet bij de pakken neerzitten. Als griendwerker wist hij wat werken was. Hij ging als zelfstandige werken. In 18661rooht hij voor het eerst een griend en ging het rijshout bewerken.
Later ging hij meerdere grienden kopen, niet alleen in en bij het Biesbos, maar ook verder langs de Waal en de Merwede." Dat was het begin, klein maar goed. En toen je vader in 1948 opnieuw begon deed hij eigenlijk hetzelfde, Met 1 dragline en 2 zolderbalken (wat zijn dat eigenlijk voor dingen!) ging hij met jou en je broer Goof aan de slag. Het bedrijf is gegroeid, uitgegroeid tot een middelgroot bedrijf.
Terecht heb je in je toespraak die donderdagmiddag gesproken over het ondernemerschap. Je bent ondernemer geweest - nu niet meer, want je hebt pensioen maar in dat ondernemerschap heb je steeds weer de mensen gezocht - het sociaal beleid bij Van Oord is goed - en in dat werk wist je je afhankelijk van God en van de kerkelijke gemeente waartoe je behoort. En steeds vond je tijd om ook in het kerkelijk leven bezig te zijn. Ik denk dat het goed is deze dingen eens te zeggen, want er wordt soms raar tegen ondernemers op- of aan gekeken. Dat is jammer. want ook de bijbel vertelt ons van ondernemers die tevens rentmeesters waren.
Je bent een Calvinist, een stoere maar dat mag, en je hebt je daarvoor nooit geschaamd. Zonder je kerkelijke achtergrond had je het ook niet gerund. Nu maak ik een hele sprong. In het kerstnummer van Elsevier stond een artikel van Rex Brico over ‘Afrekenen met de kerk'.
Vanwege de ruimte neem ik slechts de laatste zinnen over: 'Wie als christen afrekent met kerk zijn, rekent af met die gemeenschap (van de plaatselijke gemeente - v.W.). En wie als christen afrekent met gemeenschap, rekent vroeg of laat af met zijn geloof. Hij is als een blad zonder stengel, ais een graankorrel zonder aarde'. Bij je afscheid heb je gewezen op het belang in je leven van broeders en zusters - ze waren er dan ook op jouw feest - en dat trof me. Want JUIst die gemeenschap maakt het vandaag mensen mogelijk om christen te zijn in een goddeloze wereld, om christen te zijn in een aannemerswereld waar het niet altijd even netjes toegaat.
Zó kon je die donderdag aan het eind van je toespraak zeggen: 'Soli Deo Gloria, Gode alleen de eer.' In dat geloof mag je nog stoer zijn ook! Want zo'n belijdenis te midden van allerlei mensen komt voort uit geloof.
Jan, ik houd op. Dit moest me gewoon even van het hart. Ik zou nog wel een tijdje door kunnen gaan. maar je houdt niet van lange verhalen. En al kun je me nu niet de mond snoeren - wat je meestal gepast en soms ongepast ook wel weet te doen in een gesp reik - ik zal je gram niet uitlokken. Van ons beider vriend Kees Huizinga Kreeg ik vorig jaar juni ook een open brief. De laatste zin neem ik wat gewijzigd over: En, voor wat jouzelf betreft, met je lieve Cor: rust een weinig, ‘want de reis zou voor U te ver zijn'. Jan, het goede en tot ziens.
Je Peter.