Zending in Zuid-Afrika
1985-02-08
Een doctoraal-scriptie, gewijd aan een zendingsonderwerp, komt ons zelden onder ogen. En dan nog wel een uit eigen kring.- Jaargang 29
- nummer 6
Rond de jaarwisseling beëindigde Christien Breman, lid van de gemeente te Amsterdam-Cv, haar theologische studie aan de Rijksuniversiteit te Utrecht. De scriptie, die ten behoeve daarvan aangeboden en door de faculteit aanvaard is, draagt als titel "Zending van de Nederlands Gereformeerde kerken onder de Zulu's in Natal, Zuid-Afrika" en handelt "in het bijzonder (over) de daaruit voortvloeiende beoogde opleiding voor inheemse predikanten, behorend tot de Ngunivolken, binnen het verband van de Gereformeerde Kerk in Suid-Afrika en de door haar in 1962 geïnstitueerde Gereformeerde Kerk onder. de zwarte volken in Zuidelijk Afrika".
Met' dit werkstuk wensen we haar van harte geluk, evenals met haar studieresultaat. Het boek is van grote betekenis voor onze kerken, speciaal voor de vier zendende kerken en haar zendingscommissies. Het is de presentatie van een problematiek, systematisch in haar ontwikkeling weergegeven, waarmee - naar menselijke maatstaven gemeten - het zendingswerk in de toekomst verdere diepgang zal kunnen krijgen. Bij de opleidingsproblematiek zijn niet enkel de zendelingen en de bestaande blanke kerken betrokken, maar ook en veel sterker de kerken onder de zwarte volken en zij, die als evangelist en aspirant-evangelist in haar midden dienen en in de komende jaren - naar we sterk hopen – zich aandienen. De eerste doelstelling van het .zendingswerk is het verkondigen van de Woord van God. Voor wat Natal betreft "in de eigen taal", die van de Zulu's. Tot die "eigen taal" (Hand. 2) behoort niet alleen dat de brengers van de boodschap Zuluwoorden gebruiken, maar het is ook "hun manier van zeggen, hun wijze van denken" (J. H. Bavinck, Zending in een wereld in nood, pag. 178). Wat dat allemaal inhoudt blijft ons in Nederland meestal vreemd, we overzien dat niet. Onze zendelingen beleven' dat eigene van de Zulu-samenleving echter dagelijks van dichtbij en naarmate zij langer in Natal werken en hun opmerkingsgave groter is, leren zij de boodschap van het Evangelie roe te spitsen en de hoorders. te bereiken, Leren ze in hun belevingswereld door te dringen. Ze pogen dit te doen, want ook zij, die jarenlang in dat land werken, moeten nog steeds rekening houden met duistere plekken in de persoonlijke verhoudingen met Zulu's, zelfs met gemeenteleden. Onlangs zei bijv. een zwarte deelnemer aan een zendingsconferentie (35 Bantu's, 5 blanken) tot een van onze zendelingen "jullie blanken moeten niet' denken, dat je ten diepste iets van ons Zulu-geloof en van onze Zulu-vrees kunt verstaan". En dat na gezamenlijk twee dagen te hebben gesproken over "Dood en sterven". Na ruim 20 jaar evangelieverkondiging en broederlijke omgang deze uitspraak!
In zo'n situatie - die zich overal en telkens weer op de zendingsvelden voordoet - krijgt de opleiding van voorgangers uit het eigen volk bijzondere aandacht.
Prediking, huisbezoeken, onderwijs, ze kunnen het beste gebeuren door de eigen mensen. Zij toch kennen de hoorders, hun levenswijze, hun heidendom, hun problemen, beter dan welke
blanke ook. Zij kunnen "in de eigen taal" de boodschap van verlossing brengen aaneen valk dat in duisternis wandelt en ook zij kunnen de gemeenten bouwen in het geloof, vermanen en vertroosten in die "eigen" (volks) situaties.
manke zendelingen hebben voorts ook een tijdelijke taak, onze zwarte broeders een blijvende. Maar boe die Zulu-broeders toe te rusten voor hun taak? Met deze vraag zijn de zendelingen nu al veel jaren bezig geweest en ze hebben wegen en middelen gezocht en gevonden, die zouden kunnen leiden tot dat doel. Wat ze hebben gedaan beschrijft mw. Breman overzichtelijk. Ook wat ze beoogden en wat op vele punten (nog) niet mogelijk bleek. Evenzeer waar tegenstand werd ondervonden en wegen werden geblokkeerd.
Zo ligt daar een stuk geschiedbeschrijving voor ons, een verslag van de worsteling om te komen tot het verantwoord in "de eigen taai" brengen - van het evangelie aan de Zulu's en andere volken in Natal, door "eigen mensen". Als leden van zendende en steunbiedende kerken mogen we aan dit werk niet voorbijgaan. We kunnen er onze kennis, ons inzicht in de taak van de zendelingen en in de positie van de Jonge gemeenten mee verdiepen en zo hen des te beter steunen, voor en met hen bidden om de komst van helt Koninkrijk, dáár. Dat is dan ook de reden, dat we ineen aantal artikelen zullen trachten aan de hand van deze scriptie iets over het zendingswerk weer te geven.
De zendende kerk van ’s-Gravenhage zal dit boekwerk beschikbaar stellen aan de haar steun biedende kerken en zendingscommissies van die kerken. Het is voorts voor ieder belangstellende verkrijgbaar voor de prijs van f 24,50 bij de V.U.- uitgeverij te Amsterdam (al dan niet via de boekhandel).
Bantu - verzamelnaam voor de zwarte volken in Zuid-Afrika,
Nguni - aanduiding van de Zulu-, Xhosa-, Swazi- en Ndebele-volken van Natal.
Zulu - het overheersende -volk in Natal, ook de daar algemeen gesproken taal.
KwaZulu - het gebied waar de Nguni-volken onder een eigen bestuur leven in een zgn. trustgebied (geen thuisland; in dit gebied is echter geen plaats voor blanken).