Zending in Zuid-Afrika
1985-02-15
De inleiding, waarmee de scriptie van mw. Breman opent, geeft duidelijk de beperking van haar onderwerp aan. Ze wil zendingsGESCHIEDENIS weergeven en dan voor wat betreft het werken in Natal, vanaf de periode dat ds J. Vonkeman, de eerste zendeling door de gemeente te Kampen uitgezonden, daar begon (1959).- Jaargang 29
- nummer 7
Als verdere beperking lezen we “in het bijzonder de daaruit Voortvloeiende beoogde opleiding voor inheemse predikanten, behorend tot de Nguni-volken, binnen het verband van de Gereformeerde kerk in Zuid-Afrika en de door haar in 1962 geïnstitueerde Gereformeerde kerk onder de zwarte volken in Zuidelijk Afrika".
Het betreft dus het werkterrein van de zes zendelingen, uitgezonden voor vier zendende kerken in Nederland, die van Kampen, Leerdam, Bunschoten-Spakenburg en 's-Gravenhage. De opleidingszaak staat dus centraal.
Wel komen in het werkstuk veel zaken naar voren, die daar zijdelings of indirect mee te maken hebben. Dat verhoogt voor ons de betekenis van de studie, omdat. daarmee vele problemen dichterbij komen. De stof, die achtereenvolgens behandeld wordt in vijf hoofdstukken, lis als volgt omschreven:
1. Inleiding.
2. Enige gegevens over de zendende kerken in Nederland alsmede beknopte informatie over de zendingsterreinen in Natal.
3. Schets van de Gereformeerde kerk in Zuid-Afrika.
4. Schets van de Hammanskraalse Teologiese Skool.
5. Schets van de beoogde predikantenopleiding ten dienste van de Gereformeerde kerken onder de Ngunli (ZuIu, Xhosa, Swazi, Ndebele), Natal.
6. Eindconclusie.
Ten behoeve van het werkstuk verleenden de 4 zendende kerken inzage in haar archieven, terwijl in Zuid-Afrika-gesprekken plaats 'Vonden met zendelingen, docenten van de Hammanskraalse Skool en de Prot. Christelijke Universiteit te Potschefstroom.
De zendingsterreinen
De naar Zuid-Afrika uitgezonden zendelingen werken in Natal, in het Oosten van dat land; het ligt tegen de Indische Oceaan aan, "het 'land van de duizend heuvels".
Die van Kampen treffen we aan in het gebied rond Richmond (bij Pietermaritzburg) en die van Bunschoten, Leerdam en 's Gravenhage iets noordelijker, in het Nqutu-gebied. Ze wonen in Vrijheid, iets buiten het werkterrein. In beide gebieden wonen enkel Bantu's, in hoofdzaak Zulu's. Het is geen thuisland, maar een zgn. trustgebied - KwaZulu - en het staat onder een eigen (zwart) bestuur.
Mw. Breman neemt ons mee naar elk van deze werkterreinen, Ze beschrijft uitvoerig hoe de contacten daarvoor ontstonden. Vertelt eerst dat Karnpen (ds J. Vonkeman) ruimte kreeg om te werken, hoe wonderlijk zijn wegen geleid werden naar Groothoek en Richmond en hoe de verdere uitbreiding van het werk met de komst van 2 collega's, de predikanten A. H. Reitserna en B. Wielenga plaats vond." Hoe ook Haarlem in 1963 ds W. L. Kutpershoek kon uitzenden naar het Nqutu-district en daar de uitbreiding met zendelingen, uitgezonden door Leerdam (ds R. Keesenberg) en Bunschoten- Spakenburg (ds P. Busstra) mogelijk werd. Zes zendelingen, uitgezonden door vier plaatselijke kerken. Elk van deze kerken gesteund door een aantal gemeenten (10-40).
Op deze wijze is praktisch elke Ned. Gereformeerde gemeente bij het zendingswerk onder de Zulu's betrokken. Deze "organisatie" van het zendingswerk is van heel andere aard dan voorheen. Vóór de vrijmaking was er in de Gereformeerde kerken een zgn. deputatenzending. De synode (generale dan wel provinciale) benoemde broeders. die de zendingszaken regelden. Ze schreef ook de nodige collecten voor. Er waren toen ook wel "zendende kerken", want de uitgezonden zendelingen moesten kerkelijk onderdak hebben. Immers roeping, in het ambt stellen, opzicht en tucht zijn verbonden aan een plaatselijke gemeente. Maar het kwam er wel op neer dat de zaken "van bovenaf" bestuurd werden, Wie over deze situatie meer wil weten, leze het boekje "Zending naar Gereformeerde beginselen" van ds K. Doornbos, Groningen 1949. In 1951 besloten de vrijgemaakte kerken voor het zendingswerk geen deputaten meer te benoemen, maar de kerken zélf voor dit werk te plaatsen, Het werken in Zuid-Afrika bleek voor de zendelingen slechts mogelijk te zijn door aansluiting te zoeken bij een van de bestaande kerken. De regering van dat land stelde geen mogelijkhedenopen "voor vreemden". Die aansluiting kwam als vanzelf, geschenk van de Here. En wel met de Dopperkerken. In het onlangs door de Kamper gemeente uitgegeven boekje "Gezonden om LICHT te brengen" (ter gelegenheid van 25 jaar zending in Natal) is dat begin van het zendingswerk mooi beschreven. Dit boekje is verkrijgbaar bij de zendingsadviescommissie van de Ned. Gereformeerde Kerk, Esdoornhof 155, 8266 GE Kampen.
Binding aan die Gereformeerde kerk in Zuid-Afrika
Zoals gezegd, in Zuid-Afrika is enkel een zendingsterrein beschikbaar voor de daar officieel erkende kerken en als "buitenlander" is er dan de mogelijkheid tot aansluiting van een van die kerken. De wegen van de eerste zendeling, ds J. Vonkeman, zijn in 1958 zó geleid, dat contacten werden verkregen met hogergenoemde kerken, in de wandeling aangeduid als de Dopperkerken. Deze staan, wat belijdenis en leven betreft, heel dicht bij ons. De andere zendende kerken zijn daarna in de lijn-Kampen verdergegaan, In de loop van de tijd is onze verhouding met de Dopperkerken vastgelegd in een "ooreenkoms van samewerking tussen die Gereformeerde kerk in Suid-Afrika, verteenwoordig deur die sendingdeputatie van die nasionale sinode en die Nederlands Gereformeerde kerken van Bunschoten- Spakenburg. Haarlem, Kampen en Leerdam", Na een herziening in 1982 zijn· de belangrijkste bepalingen:
Art. 1. Die sendingwerk van die GKSA, wat in die verlede begin is in Richmond en Nqutu is oorgeneem deur die NGK en word deur hulle in eié verantwoordelijkheid teenoor die Here behartig.
Art. 3. Albei partye in die ooreenkoms ag hulle in sendingbeleid en -metodes gebonde aan die beginsels van Skrif, Belydenis en Kerkorde soos dit deur die GKSA en die GKN aanvaar is. Alle besluite insake sendingbeleid word. Deur die betrokke partye onder mekaar se aandag gebring.
Art. 4. Gemeentes wat tot stand kom as gevolg van die zendingwerk van die NGK word gestig binne die kerverband van die Klassis Itheku.
Art. 7. Daar word wedersyds aanvaar dat die bedienaars van die Woord met hul1e gesinne lidmate is van die plaaslike Gereformeerde kerk waar hulle woonplek is; hulle deel dan ook in die voorregte hieraan verbende. Ten aansien egter van hulle arbeid en ampsbediening bly die sendelinge staan onder opsig en tug van hulle respektiewelike sendride kerke. In die geválvàn sensuur (of oortredings 'wat volgens die plaaslike kerkraad sensurabel is) pleeg genoemde kerkraad oorleg met die betrokke sendende kerk in Nederland."
(Waar in de aanhef "Haarlem" staat, moet 's-Gravenhage" gelezen worden.)
Deze overeenkomst is een goede basis voor de samenwerking; tot nu toe verloopt die goed, er zijn praktisch geen problemen.