Godric
1985-02-15
De afgelopen jaren valt een toenemende belangstelling voor de Middeleeuwen te constateren. Misschien wordt deze interesse mede gevoed door het verlangen naar een wat minder gecompliceerde samenleving, waarin ook de mystiek een grote rol kon spelen. Dat deze tijd echter allesbehalve ongecompliceerd was wordt o.a. getoond in de roman "Godric", die in 1984 in een Nederlandse vertaling verscheen.- Jaargang 29
- nummer 7
Kluizenaar en heilige
Godric was een kluizenaar, die in de 12e eeuw in Engeland leefde. Hij werd in 1065(?) geboren in Norfolk, maar leefde, na een rumoerige eerste helft, de tweede helft van zijn leven in de buurt van Durham. niet zo ver van de Schotse grens. Daar heeft hij ook de bouw van de robuuste kathedraal meegemaakt: een kerk als vesting.
Grey tewers of Durham! Yet well I love thy mixed and massive piles, half churcb of God, half castie gainst the Scat!" (Sir Walter Scot).
De gegevens in dit boek zijn gebaseerd op, de verhalen die de monnik Reginald (uit Rievaulx Abbey) optekende uit de mond van de hoogbejaarde Godric (hij werd 105 jaar oud). De Amerikaanse schrijver/theoloog Frederick Buechner heeft deze historische gegevens op fascinerende wijze gebruikt als basis voor zijn roman over het leven van deze man, die als 'heilige werd vereerd, maar zelf vond dat hij deze 'titel' beslist niet verdiende.
Boeiend
Waarom spreekt een boek aan? Dat is voor iedereen verschillend.
Ik kan hooguit vertellen waarom dit boek mij zo boeide. Het is mijn voorliefde voor de 'tuin in het water' (Engeland), schitterend geschilderd in deze 'heiligenroman' , vooral in de beschrijving van de altijd levendige rivier de Wear. Het is het karakter van Godric, een weinig eerbiedige, recalcitrante grijsaard, die niettemin een diepe relatie met Gdd opbouwt in zijn leven. Het is het gezin waar Godric in opgroeit, afstand van neemt en steeds weer op terugvalt. De tijd van de Middeleeuwen. De robuuste humor die uit het boek spreekt. Kortom: het hele boek sprak me aan.
Geloofsstrijd
'Godric' is geen verhaal over een krachtdadige bekering, maar de geschiedenis van iemand die voortdurend moet vechten -tegen boze gedachten en daden. Hij ziet zijn relatie tot God zich in die voortdurende strijd ook steeds meer verdiepen. Soms denkt hij "zijn grovere zonden wel aardig onder de duim te hebben gekregen", om daarna te constateren dat ze allemaal tegelijk losbraken". Die geloofsstrijd maakt het boek levensecht, meer dan een verhaal over' een krachtdadige bekering. De woorden van onze belijdenisgeschriften, vertaald in het [even van een Rooms-katholieke heilige. Door de bijzondere kompositie van het boek - het is niet in chronologische volgorde geschreven, maar blikt vanuit het 'heden' (de' vertellende Godric en de schrijvende Reginald) terug
in het 'verleden' komt dit aspect nog eens extra, sterk naar voren.
Rome en Jeruzalem
Buechner schildert Godric als een ruige avonturier, die er zelfs niet voor terugdeinst om door misleiding, bedrog en beroving aardse schatten te verzamelen. Deze avonturier krijgt echter spijt van zijn misleidende handelingen en begraaft zijn bezittingen op het heilige eiland Farne (om ze later weg te geven). Godric gaat (o.a.) op pelgrimstocht naar Rome, waarbij hij zijn bejaarde moeder over grote afstanden op zijn rug meeneemt. Het decadent en pas verwoeste Rome brengt hem grote teleurstellingen.
"Ik ademde de woorden in de koude steen, maar de lippen van hem tot wie ik bad waren onbeweeglijk als de stenen zelf. Als je tot op de bodem van de zee valt, kun je niet dieper vallen". Jeruzalem, waar Godric na een spannende zeereis aankomt, (de tijd van de Kruistochten) vindt hij echter "de stad die aan God behoort". De concrete omgeving van het leven en sterven van Jezus - heel belangrijk in een tijd waarin veel mensen niet konden lezen - verdiept zijn geloof. Hij dompelt zich onder in de Jordaan en zegt: "Maar dit weet ik wel. De Godric die doorweekt en druipend uit de Jordaan kwam, was niet de Godric die erin ging". '
Tegenstellingen
Net als het leven van Godric kenmerken .ook de Middeleeuwen zich door grote tegenstellingen. Er is sprake van zware onderdrukking en uitbuiting, waarbij zelfs de Bijbel als legitimatie wordt misbruikt. " Want aan een ieder die heeft zal gegeven worden. Jezus Christus sprak nooit een wijzer woord.Macht brengt macht voort, en rijkdom rijkdom. Dat is de gulden regel, en niets anders". Op seksueel gebied zijn uitspattingen aan de orde van de dag. Ook de jeugd misdraagt zich, tot in de kerkdiensten aan toe, waar koorknapen kaarsvet laten druipen op de hoofden van kalende oudere kerkgangers. Fel zijn de oordelen van de oude Godric over de hogere adel en vooral de geestelijkheid, Je ziet in dit boek de Reformatie al ontstaan, in de eerste plaats als terugkeer naar de zuivere inhoud van de Bijbel; maar tevens gevoed door een corrupte kerk, die niet opkwam voorde onderdrukte en straatarme bevolking.
Voor de bouw van de kathedraal van Durham moest zelfs een wijk met scharhele hutten aan de grond worden gelijkgemaakt.
De kerk heeft in die tijd ook al duidelijk in de taal afstand genomen van de 'gewone mensen'. "Maar", zegt Godric; ”'s avonds op mijn brits bad ik altijd in mijn eigen boerse taal". Het meest, persoonlijke van het geloof blijft altijd, vorm krijgen in de eigen taal, de moedertaal!
Gezin
Intrigerend is de relatie van Godric tot zijn vader. "En zo was het uit vrees dat wij van honger om zouden komen dat hij ons datgene deed ontberen waarnaar wij het meest hongerden, en dat was de man zelf". Deze relatie blijft hem zijn hele leven achtervolgen. Later zal hij zich ook afvragen boe zijn leven zou zijn gelopen als hij een "andere" vader had gehad. Met dit aspect krijgt het boek een diepe psychologische dimensie. Parallellen naar de hedendaagse opvoeding vallen hier ook duidelijk te trekken: voor hoeveel kinderen is de vader niet emotioneel afwezig, omdat hij altijd, bezig is, omdat de televisie te belangrijk is, omdat er niet over gevoelens gepraat kan worden? Godric's moeder speelt een grote rol als hij haar op bedevaart meeneemt naar Rome. Het zich verdiepende geloof van haar zoon blijkt echter op haar weinig invloed te hebben gehad; bij haar sterven twijfelt ze· dan ook aan de wederopstanding van het lichaam.
Boeiend beschreven is ook de gecompliceerde verhouding tussen Godric en zijn zus Burcwen. Zijn broer Willem speelt - zij het wat meer op de achtergrond - eveneens een belangrijke rol: Willem "wappertong", die denkt door zijn voortdurende praten mensen aan zich te kunnen binden en ze daardoor juist afstoot en tot razernij brengt.
Je ziet in het hele boek de bejaarde Godric 'ontstaan' uit het gezin waarin hij is opgegroeid. Ik vind dat een psychologisch knap uitgewerkt thema in deze roman.
Isolement
Als 20e eeuwse Gereformeerden kijken wij waarschijnlijk wat neer op de keuze voor een kluizenaarsbestaan, een keuze die geestelijk en maatschappelijk gezien niet verantwoord zou zijn. En toch, als je dit boek leest, ervaar je dat dit kiezen voor eenzaamheid ingegeven kan zijn door een diep verlangen naar God van iemand die anders de omgeving als voortdurende storende factor in deze relatie zou ervaren. Eenmaal motiveert Godric zijn kluizenaarsbestaan trouwens andersom: om de wereld te beschermen tegen hemzelf. Wel heeft hij in al die jaren moe, ten ervaren ,dat de 'zonde' niet alleen 'buiten' maar ook 'binnen' nadrukkelijk aanwezig is. En dat is ook een les die wij moeten leren. Isolement lijkt misschien een goede oplossing in een turbulente tijd, maar de werkelijke oplossing ligt .in het herstel}van de relatie tot God. We hoeven niet te kiezen voor een kluizenaarsbestaan.
en zeker niet voor' allerlei vormen van zelfkastijding, maar wat de 20e eeuwse gereformeerde wereld broodnodig heeft is een 'stille tijd'. Je zou haast zeggen: "deeltijd-kluizenaarsbestaan". Tegelijkertijd weten we dat het contact met andere mensen nodig is voor de opbouw van het geloofsleven. In het boek wordt overigens nog een andere kluizenaar ten tonele gevoerd: Elric. "Hij zag overal schaduwen, maar nooit licht. Hij had zó lang in pijn en boetedoening geleefd dat ik bang was' dat hij, wanneer zijn tijd voor de gelukzaligheid eindelijk zou zijn aangebroken, die kunst verleerd zou zijn." Godric en Elric: twee mensen met een verschillende vorm van geloofsbeleving. Komen we die beide vormen ook niet tegen in de gereformeerde gezindte?
Veelzijdig
De conclusies die uit dit boek getrokken kunnen worden zijn vele. Het is een gemakkelijk leesbare roman, die tevens 'leerzaam' is. Het boek bevat veel diepmenselijke en fijnzinnig vertelde gegevens. Dat alles geplaatst in de context van een samenleving die zich kenmerkte door grote tegenstellingen. Een lijn naar onze tijd valt niet moeilijk te trekken, Met potlood heb ik in een aantal hoofdstukken aangestreept welke uitspraken tot nadenken stemmen, maar er is eigenlijk geen beginnen aan. Van Rodrics ruige humor tot zijn dialogen met de monnik Reginald, de cynische en wereldse Perkin èn met zijn Hemelse Vader: juweeltjes van inzicht in menselijk functioneren. De wijze waarop iemand met een onafhankelijk, recalcitrant karakter probeert om toch in harmonie met God, zichzelf en anderen te leven raakt ons allemaal. Het gevaar van macht zonder tegenwicht, het medeplichtig worden aan deze macht en bijna niet meer terugkunnen. ook die situatie kennen we in de 20e eeuw maar al te goed. De natuurbeschrijvingen door iemand die de natuur respecteert - we weten allemaal - dat we die natuur in onze tijd' voor een groot deel kwijt zijn geraakt en verlangen naar een wereld waarin de mens weer in harmonie met de Schepping kan leven.
Tenslotte
Daarmee kom ik tot mijn persoonlijke conclusie: het boek spreekt vooral daarom zo aan omdat in de persoon van Godric tevens ons eigen leven weerspiegelt wordt. 'Godric' is een tijdloze, en tegelijk 20e eeuwse roman, geplaatst in het decor van de Middeleeuwen. De' stijl is realistisch, maar in tegenstelling tot sommige hedendaagse schrijvers zeker niet kwetsend en hard. De kwaliteiten van Buechner als schrijver en Prof. J.W. Schulte Nordholt samen met zijn dochter Anne als vertalers staan – voor zover ik dat als 'leek' kan beoordelen - garant voor een boeiende kompositie en schrijfstijl. Bij wijze van besluit heeft Prof. Schulte Nordnolt nog ert lezenswaardig historische nawoord geschreven over Godric en zijn biografen. Jammer is dat het sterfjaar van Godric verkeerd is weergegeven: 1070 i.p.v. het juiste 1170. Overigens draagt dit slotwoord zeker bij aan de waarde van het boek. Ik kan in 'Opbouw' wel blijven citeren uit deze bijzondere roman, (gesierd met een stijlvolle omslag) maar als U geïnteresseerd bent geraakt kunt U hem beter zelf lezen...
Godric Frederick Buechner, 1980
Vertaling: I. W. en A. Schulte Nordholt, 1984.
Uitg. Omniboek, Den Haag 200 blz., prijs f 22,50.