Christelijke politiek vandaag
1985-03-01
Christelijke politiek vandaag.- Jaargang 29
- nummer 9
Drs C. P. van Dijk (CDA), Mr. G. Holdijk (SGP), M. Leerling (RPF), G. J. Schutte (GPV). Reformatiereeks dl. 10.
Kok, Kampen, 1984.
prijs f 22,50.
Op initiatief van de Gereformeerde Bond in de Ned. Herv. Kerk is dit boek als dl. 10. in de Reformatie Reeks verschenen. In een Ten Geleide vertelt ir. 1. van der Graaf, dat de vier schrijvers allen gerekend mogen worden tot de Gereformeerde Gezindte en zij allen van harte christelijke (confessionele) politiek voorstaan. Elke schrijver heeft zijn bijdrage naar eigen inzicht en opzet geschreven.
Het is wel bijzonder (helaas), dat vier vertegenwoordigers van 4 confessionele partijen zich rekenschap geven van wat hen beweegt in de politiek en wat hun motieven zijn. Dit boek zal dan ongetwijfeld heel wat lezers trekken. Dit temeer omdat het duidelijk geschreven is.
Boven de beschouwing van mr. Holdijk staat "Getuigenis en Dienst". Hij vertelt eerst iets over het ontstaan van het SGP. Daarna krijgen we een nogal theologisch getinte uiteenzetting, waarbij, uiteraard, art. 36 NGB centraal staat. Als uitvloeisel daarvan pleit hij voor een theocratische staat.
Voor politieke partijen is daarin eigenlijk geen plaats. Politieke partijen roepen bij hem de vraag op of op deze wijze geen voet gegeven wordt aan het idee van volkssoevereiniteit.
De overheid moet de hand houden aan de heilige kerkdienst ten einde zo het rijk van de antichrist af te breken en het koninkrijk van Christus te doen bevorderen. De overheid moet voorts overal het Evangelie doen prediken. Het is inderdaad een zuivere weergave van het SGP-standpunt. Wanneer men echt art. 36 onverkort wil handhaven moet men echter nog verder gaan. Dan moet de overheid ook de afgoderij en valse godsdienst uitroeien. Zo ver gaat men niet. Ook het SGP handhaaft art. 36 niet onverkort.
Ook echter de roeping van de overheid om het Evangelie, te doen prediken is niet in de Schrift te vinden. Maar bovendien, staat men zo niet buiten de werkelijkheid van vandaag?
In Nederland 'Zijn de christenen een minderheid. Van één kerk, die door de overheid gesteund moet worden is geen sprake. Wat moeten we nu in 1984 met dit uitgangspunt doen? Het zal wel niet meer kunnen zijn dan getuigen. Wat dit betreft brengt Schutte in zijn artikel "Vastheid en perspectief" ons wat verder. Hij schrijft wel over de praktische christelijke politiek. Het is echter wel (wie zou anders verwachten) een typisch vrijgemaakt product. Zo wordt de RPF nogal scherp aangevallen, omdat van die kant gesteld wordt, dat de belijdenis essentiële betekenis heeft voor de politiek voor zover ze politieke en maatschappelijke betekenis heeft. Als voorbeeld heeft de voorzitter van het RPF eens de kinderdoop genoemd. Dat deel van de belijdenis heeft geen directe politieke betekenis. Zo stel je Bijbel en belijdenis tegenover elkaar, aldus Schutte.
Tegenover dit standpunt van Schutte wil ik wijzen op een uitspraak van dr K. Schilder, dat er gemeenschappen kunnen zijn, waarin niet alle inhouden der belijdenis rechtstreeks aan de orde behoeven te komen. Naar mijn opvatting wordt door het GPV Schrift en belijdenis op één lijn gesteld. En daarmee komt het GPV zelf in strijd met de belijdenis (art. 7). Al wijst Schutte het SGP-standpunt inzake art. 36 af, hij stelt wel, dat de overheid overal het Evangelie, moet doen verkondigen. Dit legt hij echter uit in die zin. dat de overheid overal voorzieningen moet treffen dat de verkondiging van het Evangelie onbelemmerd kan plaats vinden.
Het artikel van Leerling, "Bouwen en Bewaren", 'draagt weer een heel ander karakter. Het draagt meer een getuigend karakter. Zijn beschouwing zal onder christenen niet zoveel tegenspraak ontmoeten, maar het brengt ons weinig verder wat betreft de christelijke politiek vandaag.
Bij alle drie schrijvers heb ik trouwens de indruk, dat zij meer schrijven over de problemen van de christelijke politiek gisteren. Te weinig wordt in acht genomen, dat wij in Nederland in een nachristelijke tijd leven.
De beschouwing van Van Dijk "Christen Democratie in deze tijd is de kortste.
Hij wijst erop; dat de Bijbel voor het CDA grondslag en richtsnoer is. Vanuit de Bijbel zijn vier kernbegrippen als uitgangspunten aanvaard: gerechtigheid, gespreide verantwoordelijkheid, solidariteit en rentmeesterschap. Ik vraag me wel af, of deze kernbegrippen niet vaak te los van de Bijbel gehanteerd worden. Voor mij als verontruste CDA-er sprak mij erg toe, dat ook Van Dijk zich vrij kritisch tegenover zijn eigen partij opstelde. Zo wijst hij erop, dat het CDA grote moeite doet om vanuit deze uitgangspunten tot een 'duidelijk eigen beleid en eigen identiteit te komen.
Bij elke schrijver is een litteratuurlijst vermeld. Die van mr. Holdijk spant met bijna 100 geschriften ver de kroon.
Hoe interessant deze beschouwingen ook zijn, ik vraag me toch af, of het niet beter geweest zou zijn, wanneer men onderling had afgesproken het terrein wat meer te beperken. Wanneer men zich b.v. had bepaald tot de betekenis van art. 36 NGB voor de christelijke politiek in deze tijd, had het boek meer het karakter van een gedachtewisseling gekregen.
Misschien een idee voor een volgend geschrift van de Reformatie Reeks?
Overigens, dit boek bepaald je weer eens bij het nare feit, dat de Gereformeerde Gezindte ook in politiek opzicht ernstig verdeeld is. Ontmoetingen als deze zijn naar mijn mening zeer toe te juichen.