Dienstbaar aan het Koninkrijk
1983-03-18
" ... niemand kan zeggen: Jezus is Heer, dan door de Heilige Geest." - 1 Kor. 12 vs. 3C- Jaargang 27
- nummer 11
De Heilige Geest heeft ons Gods Woord gegeven door Zijn zorg bij de totstandkoming van de Heilige Schriften èn door de voortdurende verkondiging vanuit dat Woord.
Het werk van de Heilige Geest wordt ook zichtbaar in de verschillende gaven die aan de gemeente-(leden) zijn geschonken. Paulus spreekt met name in de hoofdstukken 12 tot en met 14 van de eerste Korinthe-brief over deze gaven (charisma's). Centraal in die hoofdstukken staat de vraag: wanneer kun je van iemand zeggen, dat hij een gave van de Heilige Geest ontvangen heeft? Wanneer is iemand vervuld met de Geest?
In Korinthe was die vraag zeer aktueel.
Sommigen in Korinthe waren er heilig van overtuigd dat zij de gave van de Geest hadden ontvangen; en even zeker waren ze ervan, dat anderen in de gemeente zo'n gave niet hadden. Ze baseerden dat op het feit, dat zij zich van de opzienbarende gaven van tongentaal en genezing konden bedienen, terwijl die anderen zulke dingen niet machtig waren.
Deze situatie was toen, in Korinthe, binnengemeentelijk; het speelde tussen het ene en andere gemeentelid; vandaag komen deze vragen meer aan de orde in het gesprek tussen de gemeente en de pinksterbroeders en de charismatische beweging.
Het gesprek met deze groepen verloopt dikwijls zeer emotioneel en het leidt in veel gevallen eerder tot verwijdering dan tot toenadering.
We doen er goed aan naar Paulus te luisteren. Als de apostel gaat spreken over de gaven van de Geest (12 vs. 1), dan begint hij schijnbaar met iets heel anders. "Niemand kan, door de Geest Gods sprekend, zeggen: Vervloekt is Jezus; en niemand kan zeggen: Jezus is Heer, dan door de Heilige Geest".
Paulus bedoelt daarmee: ais we het over het werk van de Geest hebben, dan is het kernpunt: de belijdenis van Jezus Christus als de verhoogde Heer. Dat we bekennen en èrkennen, dat Hij de Levende is, Die alle dingen regeert, Die alles in handen heeft - dat is hèt werk van de Heilige Geest.
Korinthe moest weten: de daadwerkelijke erkenning van Jezus Christus als de lévende Heer wordt zichtbaar via de gaven. De gaven van de Geest, hoe verschillend ook, ze hebben àlle dit ene doel: de belijdenis van Jezus als Heer. De gaven mogen nooit op zichzelf beschouwd worden, nee alleen samen, en met dat ene doel voor ogen. Er is een bonte verscheidenheid aan gaven, niet om mensen uit elkaar te drijven, maar juist om hen naar elkaar toe te laten groeien. Het is bekend, hoe Paulus dit aspekt illustreert met het beeld van het lichaam met de vele leden (vers 12-31).
Ieder in de gemeente heeft gaven, ze zijn allemaal nodig om naar Christus toe te groeien.
Maar…om welke gaven gaat dat dan? In Pinkstergroepen en de charismatische beweging wordt vaak een min of meer vast lijstje samengesteld. Paulus geeft in 1 Kor. 12 en Rom. 12 ook rijtjes, maar telkens weer andere. De verleiding is groot om het te zoeken in aandacht-trekkende gaven; zo gebeurde dat ook in Korinthe, Wie echter de gehele Schrift laat spreken, die komt met name in het Oude Testament ook heel andere gaven tegen. Dan blijkt, dat de gaven (charisma's) bekwaamheden kunnen zijn op heel verschillende gebieden. Bijvoorbeeld op het terrein van architectuur (Exodus 31 vs.
3); wijsheid die het leven openlegt (Job 32 vs. 8); inzicht in de grote vragen van het politieke en maatschappelijke leven (Daniël 1 vs. 17; 5 vs. 11).
Opvallend is, dat de Geestesgaven een degelijke opleiding niet uitsluiten.
Dat zou er dan ook toe moeten leiden, dat we binnen de gemeente oog zouden mogen hebben voor de gaven die ons geschonken zijn, en dat we bij de opvoeding en begeleiding van onze kinderen (schoolkeuze, opleidingen e.d.) ook ernstig rekening moeten houden met de gaven van de Geest. Als we het 'brede' van het Oude Testament serieus nemen, krijgen we ook meer zicht op het zinvolle van àllerlei beroepen voor het Koninkrijk van God. Anders loop je het risico, alléén rechtstreekse verkondiging van het Evangelie voor dienstbaar aan het Koninkrijk te houden. Dan menen mensen de Heer alleen te kunnen dienen, als ze hun goede baan in de maatschappij inruilen tegen een fulltime bezig zijn in de evangelisatiesfeer.
Juist als we bij beroep(skeuze) álle gaven van de Geest weten te waarderen dan zal er meer gestalte gegeven kunnen worden aan de belijdenis dat Jezus Christus de Levende, de Heer is over álle terreinen van het leven.