Ganselijk onbekwaam (2)

1983-03-18
  • Jaargang 27
  • nummer 11
Prof. dr H. Kraemer was eens op bezoek in een klooster van Hindoes in India. Kraemer was taalgeleerde en een groot man in de zending.
Vandaar zijn bezoek. Hij vertelt: "Om tot een echte benadering van elkaar te komen poneerde ik zonder enige inleiding de stelling dat volgens het Evangelie de mens tot in de kern van zijn wezen zondig is.
Fel was de reactie. Dat was onmogelijk en heiligschennend", "Van Godsdiensten en mensen", blz. 74.
Waarom heiligschennend? Omdat in het Hindoeïsme het diepste wezen van de mens "onbevlekt goddelijk" is. In het Boeddhisme zou je trouwens een gelijke reactie kunnen krijgen. De Boeddha zoals wij die kennen van de beeldjes, dat is de mens die het doel bereikt heeft door eigen inspanning.
De belijdenis dat alle mensen, ook Gods wedergeboren kinderen, die het eigendom zijn van Jezus Christus, van nature onbekwaam zijn tot enig goed en geneigd zijn God en de naaste te haten, is het isolement van de Bijbelse mensbeschouwing.
Het Bijbelse realisme over de mens en zijn mogelijkheden komt ons niet in het gevlei. Dit "onbekwaam zijn" en dit "geneigd zijn" is één van de fundamentele zaken die het Bijbelse realisme scheidt van alle religies en ideologieën. Noch in het Hindoeïsme, noch in het Boeddhisme, noch in het Marxisme, noch in het humanisme, noch in het Farizeïsme, noch in het Judaïsme, noch in het Rooms-katholicisme, noch in het Remonstrantisme wordt erkend dat er niets goeds meer van de mens te zeggen valt. En zeker zullen de meeste christenen nooit toegeven dat ook de wedergeboren mens van zich zelf geneigd is God en zijn naaste te haten. Het is hèt kenmerk van al die "ismen" om nog wel wat in de mens te zien.
Maar zodra je nog wat in de mens ziet, laat je God geen God, laat je Jezus Christus niet de enige Zaligmaker zijn en laat je de genade niet de genade. Het Evangelie is een blijde boodschap van God aan zondaren, ja aan goddelozen. Het is het bericht van de rechtvaardiging uit genade om Jezus' wil. Zo wordt alle mond gestopt. Romeinen 3 : 19.
Zo wordt ons geleerd te geloven niet in ons geloof, maar in Jezus Christus die ons van God gegeven is tot wijsheid, rechtvaardigheid, heiligheid en een volkomen verlossing. 1 Korinthiërs 1 : 30, 31.
Was de mens niet geheel en al verdorven, was hij niet radicaal boos, dan zou hij nog wel wat gekund hebben en dan zou God Zijn eniggeboren Zoon de bittere en smadelijke dood van het kruis wel bespaard hebben. Onze leer omtrent de Christus bepaalt onze leer omtrent de mens. Maar wie in Christus is, is een nieuwe schepping.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief