U bent in de kerk geboren (1)
1982-07-09
Kinderen behoren erbij- Jaargang 26
- nummer 27
Wanneer iemand vergeet de deur dicht te doen, vragen we wel eens schertsend, of hij of zij soms in de kerk geboren is. Wanneer men dat aan mij, als kleine jongen, vroeg, was mijn antwoord: ja, bijna wel. De pastorie, waarin ik geboren ben, was n.l. met de kerk verbonden.
Een beter antwoord zou echter geweest zijn: ik ben inderdaad in' de kerk geboren. Kinderen van het verbond worden in de kerk geboren. De Here heeft immers zelf gezegd, dat Hij niet alleen onze God is, maar ook die van onze kinderen. De deur, waardoor de kinderen van gelovige ouders het verbond binnengaan, is de geboorte. Als teken daarvan ontvangen de kinderen de doop.
We plegen hen dan ook doopleden te noemen. Een niet zo erg gelukkige term, want het zou de gedachte kunnen wekken, dat ze toch maar tweederangs kerkleden zijn. Een gedachte, die ongewild nog versterkt wordt door het feit, dat de predikanten tegenwoordig de jongeren apart pleegt aan te spreken als "jongens en meisjes". Alsof zij niet tot de gemeente van de Heer behoren.
Maar zo is het niet. In Christus is geen man of vrouw, geen blanke of zwarte, maar ook geen kind of volwassene. Kinderen zijn rechtmatige, volwaardige leden van de kerk. Ze zijn even goed als de volwassenen in het verbond van God en zijn gemeente begrepen. Aan hen komt evengoed als aan de volwassenen de belofte van de vergeving der zonden door Christus' bloed en de belofte van de H. Geest, die het geloof werkt, toe. Daarom hebben ze evenzeer recht op de doop, opdat openlijk en officieel wordt vastgelegd, dat ze leden van Gods verbond en zijn gemeente zijn.
Het is niet zo eenvoudig om over de kinderdoop te schrijven. Achter het verwerpen van de kinderdoop zit nl. een hele gedachtewereld. Het is niet zo, dat een verwerper van de kinderdoop een gereformeerde is, die alleen maar over de doop wat anders denkt. Neen, over fundamentele zaken als oud en nieuw verbond, besnijdenis, schepping en herschepping, uitverkiezing wordt anders gedacht.
Het is niet mijn bedoeling op al deze vraagstukken diepgaand in te gaan (dat is meer het werk voor een theoloog), maar het is voor het goed begrijpen van de kinderdoop toch wel nodig op het verband van deze zaken te letten. Het in de kerk geboren zijn heeft iets ondoorzichtigs, waar velen het moeilijk mee hebben. Toch is het van fundamentele betekenis, dat we geloven' en aanvaarden, dat de kinderen erbij beo horen. Ze zijn ten volle leden van de gemeente.
Kinderdoop al vanaf het begin
Hoezeer de kinderdoop ook bestrijding ondervond en ondervindt, het staat toch wel vast, dat het dopen van kleine kinderen al in de eerste christelijke kerken gebruikelijk geweest is. Het was toen ook niet iets nieuws. Israël kende al de proselietendoop aan de kinderen van bekeerlingen uit het heidendom. Kinderdoop is bepaald niet een uitvinding van later eeuwen. Aan het eind van de 2e eeuw schrijft Irenaeus over de kinderdoop en hij vermeldt het als een bestaand gebruik. Ook in zijn tijd werden bezwaren aangevoerd, maar niet omdat deze doop iets nieuws zou zijn. Zo had een tijdgenoot van Irenaus kritiek op de kinderdoop. Hij vindt uitstel van de doop nuttiger. Bij hem was dus geen principieel bezwaar. Uit de diepgaande studie, die dr A.G. Luiks verrichtte over de bediening van de doop in de Oudtestamentische kerk, blijkt ook dat geen enkel onderdeel van de Noord-Afrikaanse doophuizen zich verzet tegen de kinderdoop. De bewering, dat de oud-christelijke kerk de kinderdoop niet zou hebben gekend en deze een uitvinding uit later tijd zou zijn, is niet houdbaar. Daarmee is overigens niet bewezen, dat de kinderdoop juist is. Immers niet de traditie van onze vaderen is onze norm, maar alleen wat de Schrift ons zegt.
Kinderdoop een omstreden zaak
Over de kinderdoop is in de christelijke kerken vrijwel nooit overeenstemming geweest. Het is opvallend, dat juist als er inzinking van het geloofsleven komt, er meer bezwaren tegen de kinderdoop rijzen. Men wijst dan op de noodzaak, van de persoonlijke geloofsbeslissing en het dragen van eigen verantwoordelijkheid. In het dopen van kleine kinderen meent men iets te bespeuren van het wegnemen van die eigen verantwoordelijkheid. In deze tijd is de onrust tegen de kinderdoop bijzonder groot. Behalve Doopsgezinden en Baptisten, vanouds tegenstanders, zijn er nu ook Pinkstergroepen, die met verwerping van de kinderdoop, grote nadruk leggen op het werk van de Geest. Zij verwijten aan de traditionele kerken, dat deze erg tekort schieten in bezieling en geestkracht. Ook de bezwaren die Karl Barth tegen de kinderdoop had, hebben op tal van hervormden en gereformeerden invloed gehad. Het komt nogal eens voor, dat gedoopte kerkleden zich laten "overdopen" in een Pinkstergemeente. Zelf menen zij, dat dit geen overdoop is, maar doop. Zij erkennen dus niet meer de doop, die zij als kind ontvingen. Dat is dan slechts morsen met water geweest.
Devaluatie van de kinderdooop
Kinderdoop is niet meer zo vanzelfsprekend. Dat zal ook wel een reactie zijn op de te grote vanzelfsprekendheid, waarmee de christelijke kerken de doop aan de kinderen bediend hebben. We staan niet meer te beven voor het heilig geweld en de geweldige heiligheid van de doop van onze kinderen. In ons land en ook daarbuiten worden jaarlijks duizenden kinderen gedoopt, die daarna nooit meer in de kerk komen. Hoogstens nog een keer bij het huwelijk, de doop van hun kind en een begrafenis. In hun levenswandel blijkt er niets van, dat zij eens gedoopt zijn. En hoeveel kinderen van meelevende ouders geven er ook niet de brui aan als ze groter worden? In veel kerken is de doop een versteende zaak geworden wien laat de kinderen dopen zuiver op grond van de traditie. Het is een stichtelijke gewoonte, waaraan men zich houden wil. Kinderen worden gedoopt. Dat hoort zo. Maar daarmee is de zaak dan ook afgelopen. Van een christelijke opvoeding is geen sprake meer.
Te moet de kinderen toch vrijlaten? Op deze manier kan men aan de doop hoogstens een magische betekenis toekennen. Kinderdoop zonder christelijke opvoeding is inderdaad een ontaarding. Terecht wordt dan ook in de kerk gevraagd de kinderen in de christelijke leer te onderwijzen en te doen onderwijzen. In een dergelijke situatie is het niet onbegrijpelijk, dat men zich afvraagt, of het wel goed is kleine kinderen te dopen. Welke waarde heeft het nog als die kinderen toch de Here de rug toekeren? Was dat inderdaad geen morsen met water?
Was het wel een echte doop? Dr A. Kuyper heeft indertijd beweerd, dat er alleen sprake is van een echte doop, als de kinderen later Christus gaan volgen. Te kunt dus, als je je kindje laat dopen, niet zeker weten of het inderdaad een echte doop geweest is. De synode van de Geref. Kerken sprak in 1945, in navolging van Kuyper uit, dat niet-gelovigen geen volle doop ontvingen. Terecht is dit door de Vrijgem. Geref. Kerken verworpen.
Geen kinderdoop?
Velen gaan echter nog verder en zeggen: geen kinderdoop. Dan krijg je tenminste geen gedoopt heidendom. Overigens zien ze voorbij, dat ook veel volwassenen afvallen. Zijn deze dan niet echt gedoopt? Als verder bezwaar wordt tegen de kinderdoop aangevoerd, dat in het Nieuwe Testament nergens geboden wordt, dat de kinderen gedoopt moeten worden. Er zou, zo beweert men, alleen sprake zijn van volwassendoop. De Schrift leert ons toch, zo wordt verder opgemerkt, dat sacramenten alleen voor gelovigen zijn en een klein kind kan niet geloven. Het ligt in de lijn van de Schrift om eerst ons geloof te belijden en dan pas gedoopt te worden. Doop en geloof behoren bij elkaar. Een sacrament zonder geloof heeft toch geen nut?
Hoe kan men bij kleine kinderen spreken van een gelovig gebruik van de doop? Tenslotte wordt nog aangevoerd dat onder het Oude Verbond de besnijdenis betrekking had op de heilige geslachtslinie. Sinds de komst van Christus speelt de geboorte geen rol meer. Het gaat nu om het geloof.
Wat is de doop?
Het is goed om in antwoord op de bezwaren tegen de kinderdoop eerst even stil te staan bij de vraag wat de doop eigenlijk is. De doop is een sacrament. Nu is het woord sacrament een niet zo gelukkige term, die in de Bijbel niet voorkomt en gemakkelijk aanleiding tot misverstand geeft. Onder sacrament verstonden de Romeinen de vaandeleed, waarmee een soldaat ingelijfd werd. Sacrament is daarom al een minder gelukkig woord, omdat bij die vaandeleed de nadruk valt op wat de soldaat doet.
Door een sacrament laat God ons zien wat Hij bedoelt en geeft Hij ons garantie dat we op Zijn belofte aankunnen. Die belofte is de kwijtschelding van onze schulden dankzij Tezus Christus en het eeuwige leven. Augustinus drukt het als volgt uit: sacramenten zijn als plaatjes in het boek waarin kleine kinderen lezen. Die plaatjes verduidelijken de tekst. God doet dat op een tijd, dat het kind van deze dingen nog niets begrijpt. God wacht niet op de vervulling van bepaalde voorwaarden. De doop verzegelt Gods vrije genadedaad, waarbij God niet wacht op ons begrip en ons geloof. Door de doop worden wij in relatie met Christus gesteld.
Doop en besnijdenis
Van beslissende betekenis is, dat de doop in de plaatsvan de besnijdenis gekomen is. De kleine kinderen, zo zegt onze belijdenis, moeten gedoopt worden. Ze moeten door het teken van het verbond in de christelijke kerk ingelijfd worden, zoals dat onder het oude verbond door de besnijdenis gebeurde. De besnijdenis werd in Israël als teken van het verbond aan de kinderen voltrokken. Zo ontvangen in de christelijke gemeente al de kinderen voltrokken. Zo ontvangen in teken dat ze bij de gemeente behoren. Besnijdenis en doop hebben een gelijke betekenis. Ook de besnijdenis sloeg niet alleen, zoals wel gezegd wordt, op het tegenwoordige leven. Neen de besnijdenis was bovenal een teken van Gods genadeverbond. Beide, besnijdenis en doop, worden door de Schrift ook een zegel genoemd. In dit verband is van bijzondere betekenis Collo 2: 11-12: "In Hem (Christus) zijt gij ook met een besnijdenis, die geen werk van mensenhanden is, besneden door het afleggen van het lichaam des vlezes, in de besnijdenis van Christus, daar gij met Hem begraven zijt in de doop." Hier wordt de doop aangeduid als de vervulling en dus de afschaffing van de besnijdenis. Tegenover de besnijdenis, werk van mensenhanden, wordt hier geplaatst de besnijdenis van Christus in de doop.
De besnijdenis betekent de belofte, de doop de vervulling. Deze besnijdenis is .vervuld door de bloedstorting van Christus.
(wordt vervolgd)