U bent in de kerk geboren (2 -slot)

1982-07-16
  • Jaargang 26
  • nummer 28
Oud en Nieuw Verbond
De doop is in de plaats van de besnijdenis gekomen. Dit hangt samen met de continuïteit, het doorlopend verband tussen Oud en Nieuw Testament. Het gaat in beide over het verbond van God met Zijn volk. Het is hetzelfde verbond.
Calvijn geeft de volgende punten van overeenstemming aan:
1. Joden en nieuwtestamentische christenen zijn uitverkoren tot dezelfde hoop op de onsterfelijkheid.
2. Bij beide berust de verzoening niet op eigen verdiensten, maar op Gods genade.
3. Ook aan de Joden was de Messias beloofd.

Daarom moeten we het Oude Testament ook voluit laten meespreken en meefunctioneren in het christelijk geloof en in het kerkelijk leven. Vandaar ook de grote aandacht, die de kerk heeft voor de decaloog, de tien verbondswoorden, al behoeft dat niet tot de conclusie te leiden, dat deze per se elke zondag voorgelezen moeten worden.
Daarom ook de grote aandacht, die de kerk voor de psalmen heeft. Al zingen we nu ook nieuwtestamentische liederen, dat mag er 'niet toe leiden, dat de psalmen bij het zingen in de kerk op de achtergrond raken. De kerk weet zich met Israël geroepen tot levensheiliging en tot lofprijzing van God. Zo laten we als kerk overal de samenhang zien tussen Oud en Nieuw Testament. Daar behoort ook bij de overeenkomst tussen besnijdenis en doop.
Als Christus de doop instelt, heeft de kerk van het Oude Testament als het volk van God als 2000 jaar de kinderen van de gelovigen bij de gemeente gerekend en hen daarom besneden. Daarom gaf men al vóór Christus de proselietendoop aan de kinderen van bekeerden uit het heidendom.
Wanneer in Coll. 2: 11-12 de lijn van de besnijdenis naar de doop wordt doorgetrokken is het duidelijk dat de kinderen niet plotseling van de doop uitgesloten worden.
Daarom was het ook helemaal niet nodig, dat het Nieuwe Testament uitdrukkelijk de kinderdoop vermeldde. Natuurlijk is er wel verschil in bediening, al is van één verbond sprake.
In het Nieuwe Testament openbaart God zijn beloften duidelijker. In het Oude Testament wordt het middelaarschap van Christus slechts schaduwachtig getoond. Het Nieuwe Testament bevat het Evangelie; dat de mens ook werkelijk bevrijdt. Tot de komst van Christus gold het genadeverbond slechts, voor een volk. Met de komst van Christus is de scheidsmuur gebroken en worden ook de heidenen geroepen en met God verzoend. Christus is pas ten volle geopenbaard in het Evangelie, al betekent dat niet, dat Israël in de duisternis van de dood verzonken was. Immers ook Abraham heeft al de dag van Christus op een afstand gezien (Joh. 8 : 56). De kerk is evenzeer als Israël het verbondsvolk van God. De samenhang met oud en nieuw verbond wordt sterk beklemtoond in Hebr. 11. Heel het Oude Testament wordt aangehaald als een getuigenis van hetzelfde geloof als waarvan Jezus de leidsman en voleinder IS. In het Nieuwe Testament wordt, de gemeente dan ook met dezelfde namen genoemd als Israël in het Oude Testament: uitverkoren geslacht-koninklijk priesterschap, heilige natie:

In de lijn der geslachten
Ja maar, zo is de reactie van de verwerpers van de kinderdoop, het heil is na de komst van Christus toch niet langer gebonden aan de opeenvolging van de geslachten. Het gaat nu exclusief om de, geboorte uit God, om een nieuwe geboorte. Onze relatie tot God 'wordt niet meer bepaald door ons behoren tot de veilige linie, maar door de genade van God. Wie echter de geestelijke geboorte sinds Christus stelt tegenover dè natuurlijke geboorte in de- geslachtslinie van Israël,' heeft daarmee de geestelijke betekenis van het verbond van God en van de besnijdenis principieel miskend. ' , Onze kinderen worden in de kerk geboren. De lijn van de geslachten is ook voor ons, die na de Pinksterdag leven, gegeven. Ook het Nieuwe Testament spreekt verbondsmatig en , rekent met de samenhang der geslachten. In drie Evangeliën wordt gesproken over kinderen, die tot Jezus gebracht worden. Jezus zegt dan: "Laat de kinderen tot Mij komen, verhindert ze niet, want voor zodanigen is het Koninkrijk Gods." Jezus omarmt ze. Hij betuigt zijn verbondenheid met hen.
Hoe wezenlijk de gedachte van solidariteit van ouders en kinderen is in het Nieuwe Testament blijkt uit 1 Kor. 7 : 1.4,waar in verband met de huwelijksproblematiek gezegd wordt, dat de ongelovige partner geheiligd wordt door de gelovige. Nu zijn ook de kinderen heilig.
Bezie deze uitspraken van Jezus nu eens in verband met de teksten, waaruit blijkt dat bij overgang van gelovige ouders ook hun huis, dat is hun gezin, gedoopt wordt. Cornelius, Lydia, de gevangenbewaarder. Bij allen blijkt een hechte saamhorigheid. Wat bij volwassenen het persoonlijk geloof is, is bij pasgeboren kinderen hun behoren bij het christelijk gezin krachtens hun natuurlijke geboorte geen garantie, maar wel een aanwijzing van waarschijnlijkheid. Op deze doop moet later het antwoord komen. Dat is het geloof.
Paulus spreekt in 1 Kor. 1 : 16 uitdrukkelijk van, zo'n, huisdoop: "Ook heb ik nog het gezin van Stephanas gedoopt" ..Dat wijst dus uitdrukkelijk op kinderdoop.
Daarbij komt. nog dat Paulus ook in zijn brieven de kinderen toespreekt als tot de gemeente behorend. Overal worden de kinderen heel gewoon tot de gemeente gerekend.
Een typisch voorbeeld hiervan is b.v. het afscheid van Paulus uit Tyrus.
De gemeente, ouders en kinderen doen Paulus uitgeleide en knielen tezamen op het strand neer. De kinderen behoren er echt helemaal bij. God handelt niet individualistisch.
Hij isoleert de mens niet uit de verbanden waarin hij staat in zijn leven op aarde. Kinderen worden steeds beschouwd als behorend bij het volk van God. Ook in Hand. 2 spreekt Petrus over de belofte, die tevens voor de kinderen is. Ook een scheppingsgegeven als bloedverwantschap en verhouding ouders en kinderen kan mee functioneren in de komst en de verbreiding van het heil.
Ook in de christelijke gemeente behouden de natuurlijke levensverbanden hun functie.
Dat alles betekent natuurlijk niet, dat het persoonlijk geloof overbodig zou zijn, maar wel dat de weg van het geloof voor hen duidelijker wordt getoond en de gehoorzaamheid van het geloof nadrukkelijker van hen wordt geëist. Gezien de wijze waarop Paulus en heel de Schrift trouwens spreekt over de saamhorigheid van ouders en kinderen is het niet uitdrukkelijk noemen van het dopen van kinderen te verklaren uit de vanzelfsprekendheid van de kinderdoop .

Eerst geloven dan dopen?
Zij, die een tegenstelling tussen Oud en Nieuw Testament zien en daarmee tot verwerping van de kinderdoop komen, voeren aan, dat in het Nieuwe Testament de volgorde anders is dan in het Oude Testament. In het Nieuwe Testament is het eerst geloven, dan dopen.
Men beroept zich daarvoor o.m. op het bevel van Jezus om de mensen eerst tot discipelen te maken en ze dan pas te dopen. Wat is nu een doop zonder geloof?
Karl Barth zei eens: doop zonder een belijdende dopeling is als een executie zonder slachtoffer.
Daar hebben velen helaas ook gereformeerden, mee gezeten. Men ging dan filosoferen over het vermogen des geloofs, dat de kinderen zouden hebben.
Men zei ook wel, dat de kinderen voor wedergeboren gehouden moesten worden totdat het tegendeel zou blijken. Een zaak, die bij de vrijmaking een grote rol speelde.
Nu bestaat er inderdaad samenhang tussen geloof en doop. Maar die samenhang was er ook bij de besnijdenis en toch werden kleine kinderen besneden. De volgorde was in Oud en Nieuw Testament precies dezelfde. In Gen. 17 lezen we, dat Abraham besneden wordt nadat hij tot geloof gekomen is. Tegelijk wordt dan zijn hele huis besneden. Zo lezen we in het Nieuwe Testament ook, dat b.v. Lydia tot geloof komt en daarna gedoopt wordt. Tegelijk wordt dan haar hele gezin gedoopt. Paulus wijst er nadrukkelijk op, dat ook inhet Oude Testament de mens uit het geloof' gerechtvaardigd wordt. Daarom, zo zegt Paulus, is er ook geen tegenstelling tussen zijn leer en die van het Oude Testament. Als het Evangelie voor hte eerst naar iemand komt, vraagt God geloof. Als het Evangelie voor het eerst aanvaard wordt, komt God met het teken van het verbond.
Zo ging het bij Abraham. Zo ging het bij Lydia. Het grondpatroon is in het Oude en Nieuwe Testament gelijk. In beide gevallen wordt ook hun gezin gedoopt. Immers de belofte komt ook aan de kinderen toe. Niet op grond van het geloof van die kinderen. Maar op grond van het verbond der genade worden ook de kinderen gedoopt. Zij hebben ook recht op de doop. Daarom dopen wij onze kinderen.

Volwaardige leden
Kinderen zijn volwaardige leden van de gemeente. Daarmee moèt ook bij de prediking gerekend worden. Dus eenvoudige preken. Niet eenvoudige preken. begrijpen volwassenen trouwens in de regel ook niet. Daar moeten we aan denken bij catechisatiebezoek. Let er op, dat uw kinderen trouw ter catechisatie gaan en dat ze ook voldoende studie ervan maken. Dat geldt bij het huisbezoek waar de kinderen, als het even kan, bij moeten zijn. Dan maar wat minder hoogdravende gesprekken. Dat is ook voor de ouders beter. Kinderen worden dan ook geboren met een recht op het avondmaal.
De geloofsbelijdenis is iets, dat bij de doop behoort, maar die alleen wegens de onzelfstandigheid van het kind, dat gedoopt is, wordt uitgesteld tot de volwassen leeftijd.
Als het groot geworden kind toegang vraagt tot het avondmaal vraagt het slechts erkenning van een recht. Wordt geen toegang gevraagd tot het avondmaal, dan is het volwassen geworden kind schuldig. Dan verzuimt het de rechten, die God ons schonk, te gebruiken.
Onze doop zet heel ons leven in het teken van het lijden en de opstanding van Christus. Het is geweldig in de kerk geboren te mogen worden en te behoren tot het Verbond, dat van geen wankelen weet. Maar dat grote voorrecht geeft ook grote verantwoordelijkheid.

De eis van het verbond
Immers door de doop geeft God niet alleen levenslang een belofte, maar bindt Hij ons ook de eis van het verbond extra op het hart.
Opgroeien in de ruimte van het verbond van God is een groot voorrecht, maar het schept ook dure verplichtingen. Adeldom verplicht. Dat moet het richtsnoer zijn bij de opvoeding. Van een zogenaamd neutrale opvoeding, die de kinderen vrij wil laten kiezen, weet de Schrift niets af.
Kinderen van gelovigen zijn geen heidenen, maar kerkleden voor wie de belofte en de eis van het verbond geldt. De doop heeft geen magische werking.
Daarom moeten we onze kinderen ervan bewust maken, dat Gods belofte en eis met een bijzondere klem tot hen komt. Van de besnijdenis lezen we, dat deze alleen van nut was, als je ook je hart besnijdt. Zo staat het ook met de doop. Ongeloof doet niets af van de echtheid van de doop, maar holt de doop wel uit. "Belooft u dit kind, waarvan u de ouders bent, naar uw vermogen te onderwijzen en te doen onderwijzen in de waarheid Gods en het een voorbeeld van een christelijke levenswandel te geven?"

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief